Bruinvissen

Stichting Rugvin zoekt studenten en vrijwilligers

0

Stichting Rugvin is voor 2019 op zoek naar personele aanvulling van haar onderzoek/vrijwilligersteams voor haar onderzoeken op en rond de Oosterschelde.

Het foto-ID-team op de Oosterschelde

Ben je student en zou je met een of meer onderzoeksvragen m.b.t. de bruinvis de Oosterschelde “in willen duiken”? Aarzel dan niet. Voor zowel de bruinvistelling, het Foto ID onderzoek als wel Studio Bruinvis zijn er mogelijkheden om je daarin voor je studie als wel voor Rugvin te verdiepen.

Bruinvis in Oosterschelde

Maar ook als je geen student (meer) bent en je toch graag inzet om meer te weten te komen over Nederlands talrijkste walvisachtige dan kun je wellicht bij ons aan de slag. Woonachtig zijn in Zeeland en het hebben van vaarbewijs I en II en/of een goede camera met telelens zijn hierbij handig, maar enthousiasme nog meer!

We starten met het foto ID team in april. De bruinvistelling voorbereidingen worden opgepakt in mei en Studio Bruinvis is een continue programma.

Heb je interesse? Neem dan contact met ons op.

De bruinvis in de Oosterschelde (blogserie deel 2)

0

Met deze tweede blog over de bruinvis in de Oosterschelde gaan we verder met een serie over Nederlands meest talrijke walvisachtige, de gewone bruinvis (Phocoena phocoena). In 2009 zijn we ons als Stichting Rugvin gaan verdiepen in de bruinvissen die in deze getijde baai (voormalig estuarium) in relatief grote getale voorkomen. Dit heeft veel kennis en feiten over dit dier opgeleverd die we graag voor iedereen toegankelijk willen maken. We maken bij deze blogs niet alleen gebruik van onze eigen onderzoeken en waarnemingen, maar soms ook van waarnemingen en onderzoeken van derden. We willen met deze serie een beeld schetsen van de bruinvis in de Oosterschelde, die op sommige vlakken zich hier anders gedraagt dan in de Noordzee of elders op het noordelijk halfrond. Deze serie heeft (nog) niet de ambitie om alles wat we hierbij publiceren voor 100 % wetenschappelijke te kunnen onderbouwen, maar om de lezer een beeld te schetsen wat we als Stichting Rugvin ervaren tijdens onze onderzoeken. De onderwerpen die we gaan aansnijden zullen onder meer bestaan uit een soortbeschrijving, het foerageergedrag en voeding, de voortplanting, de levenswijze, het sociale leven, de doodsoorzaken en de gewone bruinvis in andere delen van de wereld. Het een en ander aangevuld met losse waarnemingen en anekdotes. 

Foerageer- en eetgedrag

Op vis jagende bruinvis

Bruinvissen zijn met name viseters. Maar de soorten vis waarop ze jagen hangt af van o.a. de beschikbaarheid van de prooivissen, de leeftijd van de bruinvissen hun jachtvaardigheden. Op de grens van de Oostzee en de Noordzee eten bruinvissen vooral vette haringachtigen, terwijl de bruinvissen in de Noordzee vooral magere grondels en kabeljauwachtigen eten. In de Oosterschelde is het voedselaanbod lager en anders van samenstelling dan de aangrenzende Noordzee. Ook in de Oosterschelde zijn grondels en kabeljauwachtigen (oa. steenbolk, wijting) belangrijke prooien, maar er zijn ook verschillen met de Noordzee. Zo vullen bruinvissen hun dieet in de Oosterschelde bijvoorbeeld aan met kleine inktvissen.

Bruinvismoeder met kalf (Foto F. Zanderink)

De eerste 8 -11 maanden worden de bruinviskalveren gezoogd door hun moeder. Al tijdens de zoogtijd leren de jonge bruinvissen op vis te jagen. Daarna gaan de jonge dieren langzaam volledig over op het zelf zoeken en vangen van vissen. Dat is in de eerste maanden deels beperkt tot de “makkelijkere soorten”. Juveniele bruinvissen jagen dan vooral op grondels. Helaas voor hen zijn dit vetarme vissen en moeten ze er hier veel van vangen. Deze overgangsperiode is misschien de oorzaak dat veel juveniele dieren sterven door verhongering. Daar komt bij dat bruinvissen moeten blijven eten. Hun vetlaag is relatief dun, waardoor ze snel afkoelen en zich moeten verwarmen door vetverbranding, maar als ze weinig (vette) vis binnenkrijgen, gaat hun conditie snel achteruit. Een bruinvis die drie dagen niks vangt is gedoemd te sterven! Ze moeten daarom wel zo’n beetje de hele dag blijven jagen. Langdurige verstoring van hun jacht, waardoor ze enige tijd niets kunnen vangen, of zelfs moeten vluchten, kan al tot conditieverlies leiden.

Magere bruinvis in Oosterschelde

Gelukkig hoeft vermagering niet per definitie fataal te zijn. Tijdens de foto-identificatietochten van Stichting Rugvin werd in 2016 een bruinvis gezien die mager was. De rug van de bruinvis, een volwassen vrouwtje, was duidelijk ingevallen. Elf dagen later werd ze opnieuw gezien en zag ze er weer gezonder uit. Ook het jaar erop werd ze weer waargenomen.

Bruinvis bij de Studio Bruinvis hotspot van Zierikzee.

In de Oosterschelde zien we dat veel bruinvissen vaak bij de zogenaamde hotspots (o.a. Burghsluis, havenhoofd Zierikzee, Kats, Wemeldinge, Roompot) te vinden zijn voor hun “maaltijden”. Hun jachtgedrag is daar soms goed te volgen. De ene keer zie je ze jagen op aan de oppervlakte zwemmende vis(jes) zoals sprot en spiering, ze schieten dan zigzaggend door het water. Een andere keer zie je ze na hun ademhaling naar benden duiken voor enkele minuten en komen dan bijna op dezelfde plek weer boven. Ze jagen dan waarschijnlijk op vis die veel dieper in het water leeft. Soms worden de foeragerende bruinvissen door meeuwen gevolgd.

Bruinvissen gebruiken echolocatie om te jagen. Ze maken clickgeluiden en als deze geluiden tegen een prooi kaatsen ontstaat er een echo die de bruinvis kan horen. Hiermee kunnen ze onderwater ‘zien’. Als je bij Studio Bruinvis staat kun je geregeld goed horen hoe het jagen in zijn werk gaat. Op bijgaand geluidsfragment hoor je eerst de clicks die de bruinvissen gebruiken om de vis te vinden en achterna te zwemmen, zodra het geluid omhoog gaat qua frequentie weet je dat ze de vis (bijna) te pakken hebben.

Als je bij Studio Bruinvis staat je geregeld goed horen hoe dat in zijn werk gaat. Op bijgaand geluidsfragment hoor je eerst de clicks die de bruinvissen gebruiken om te vis te vinden en achterna te zwemmen, zodra het geluid omhoog gaat, qua frequentie weet je dat ze de vis te pakken (zullen) hebben.

Duidelijke littekens van vermoedelijke grizje zeehond aanval (Foto A. Podt)

In de Oosterschelde zien we de bruinvis vooral alleen jagen. Soms zijn de dieren met tweeën of meer bij elkaar op een hotspot, maar na een tijdje gaat eenieder zijn eigen weg weer. Maar elders op onze planeet komen bruinvissen soms in hoge aantallen bijeen, vermoedelijk omdat er veel voedsel aanwezig is in het gebied. Deze aantallen kunnen zelfs oplopen tot enkele honderden bruinvissen.

Maar bruinvissen worden zelf ook gegeten! Sinds een aantal jaren weten we dat grijze zeehonden (Halichoerus grypus) en dan met name de volwassen mannetjes ook wel eens een bruinvis vangen in de Noordzee. Ook in de Oosterschelde moeten bruinvissen op hun hoede zijn voor grijze zeehonden. Gelukkig weten we dat een aanval van een grijze zeehond niet altijd slecht afloopt voor de bruinvis, want ze kunnen een aanval ook overleven.

Eerder verschenen blogs over de bruinvis in de Oosterschelde zijn:

2019 start met witsnuitdolfijnen en bruinvissen

0

Witsnuitdolfijn

In het eerste weekend van 2019 vond een geslaagde aftrap van het nieuwe monitoringjaar plaats. Tijdens de trip met de Stena Line veerboten werden dit weekend vijf 5 witsnuitdolfijnen waargenomen en twaalf bruinvissen.

Op de heenweg naar Harwich werden zes bruinvissen waargenomen tijdens wisselende windomstandigheden. Op de terugweg kwamen daar nog eens zes bruinvissen bij en de vijf witsnuitdolfijnen. Ook vorig jaar (jan-feb) werden in het begin van het jaar witsnuitdolfijnen gezien.

Binnenkort volgt de blog van deze tocht.

Er is nog plek voor de Cursus Walvisobservatie 2019!

0

De Nieuwe Maen (Het cursusschip)

In de weekenden van 13/14 april en 18/19 mei organiseert Stichting Rugvin twee separate cursusweekenden walvisobservatie op de Oosterschelde. Deze cursussen zijn bedoeld voor natuurliefhebbers die een speciale voorliefde hebben voor walvisachtigen. Beide cursussen en de overnachtingen vinden plaats op het zeilschip ”de Nieuwe Maen” (Zierikzee).

In de cursus wordt je het fijne geleerd over de ecologie van de walvisachtigen (walvissen, dolfijnen en bruinvissen), het hoe, waar en wanneer je het beste de diverse walvisachtigen kunt waarnemen, het registeren van waarnemingen en het fotograferen van walvisachtigen (incl. foto ID) alsmede “de ins en outs” van onze eigen bruinvis.

Deelnemers tijdens de cursus van 2018

Krijg je de smaak te pakken, dan kun je via Stichting Rugvin de cursus uitbreiden met een meerdaagse facultatieve reis naar een van onze collega organisaties in het buitenland. Dit gebeurt onder andere met het C.R.R.U. (Cetacean Research & Rescue Unit) in Gardenstown aan de Moray firth in Schotland en twee andere (Spaanse) organisaties (in overleg). Door het volgen van de cursus bij Stichting Rugvin kom je niet alleen goed voorbereid aan, maar krijg je via ons ook een fikse korting op je verblijf daar!

Bruinvis met kalf in de Oosterschelde (Foto F. Zanderink)

In de cursus staat de ecologie van de walvissen centraal, met een accent op de walvissoorten van de Noordzee. Ook ruimen we plek in voor speciale leerdoelen/verzoeken die je als cursist kunt inbrengen. Tijdens de cursus maken we ook tochten op de Oosterschelde met “de Nieuwe Maen” en onze eigen RIB, het Zeevarken.

Meer informatie en hoe je in te schrijven vind je op de pagina “Cursus walvisobservatie”.

510 walvisachtigen in 2018 vanaf Stena Line, een record!

0
De Britannica bij het binnenvaren van de haven Harwich (Foto: WJ Strietman)

Het jaar 2018 gaat de boeken in als het jaar met hoogst aantal waarnemingen van walvisachtigen vanaf de Stena Line verbinding tussen Hoek van Holland en Harwich. Samen met de 57 bruinvissen die afgelopen 27-28 december werden waargenomen kwam het aantal bruinvissen op 497 bruinvissen. Dat is een gemiddelde van 45 per overtocht (in maart is niet gemonitord).

Met de drie dolfijnen (soort onbekend) komt het aantal 12 dolfijnachtigen op 12, waarvan 7 zeker witsnuitdolfijnen zijn. En daarbovenop komt nog de waarneming van een bultrug.

 

 

Een van de observers. (Foto WJ Strietman)

Al met al was het afgelopen december een goede maand en 2018 een goed jaar voor waarnemingen van walvisachtigen in de Noordzee.

Zie ook de blog van deze tocht!  

 

 

 

 

36 bruinvissen bij overtocht!

0

Jan-van-Gent vanaf de brug Stena Line

Tijdens de maandelijkse monitoringstrip van 21-22 november jl. op de Noordzee, met de Stena Line veerboten, zijn 36 bruinvissen gespot. Op de heenweg van Hoek van Holland naar Harwich werden 13 bruinvissen geteld en op de terugweg 23. Dit brengt het totaal voor 2018 van waargenomen walvisachtigen op 450. Hiervan waren 440 bruinvissen. Een absoluut record sinds we met de monitoringstrips begonnen in 2005. Dat geeft een gemiddeld van 44 per maand (in maart is niet gemonitord).

Jan-van-genten met bruinvis voor boeg Stena Hollandica (Foto F. Zanderink)

Zeker vermeldenswaardig is dat op de heenweg er een groepje van 6 dieren bij elkaar gezien werd en dat er zeer veel jan-van-genten werden gezien die vooral rond hingen in de buurt van vissersboten, dat wijst op de aanwezigheid van veel vis. Daarnaast nog 4 grote jagers en 20 noordse stormvogels.

De blog van deze trip is hier te vinden.

De bruinvis in de Oosterschelde (blogserie deel 1)

0

Met dit eerste artikel over de bruinvis in de Oosterschelde starten we een blogserie over Nederlands meest talrijke walvisachtige, de gewone bruinvis (Phocoena phocoena). In 2009 zijn we ons als Stichting Rugvin gaan verdiepen in de bruinvissen die in dit estuarium in relatief grote getale voorkomen. Dit heeft veel kennis en feiten over dit dier opgeleverd die we graag voor iedereen toegankelijk willen maken. We maken bij deze blogs niet alleen gebruik van onze eigen onderzoeken en waarnemingen, maar ook van waarnemingen en onderzoeken van derden. We willen met deze serie een beeld schetsen van de bruinvis in de Oosterschelde, die op sommige vlakken zich hier anders gedraagt dan in de Noordzee of elders op het noordelijk halfrond. Deze serie heeft (nog) niet de ambitie om alles wat we hierbij publiceren voor 100 % wetenschappelijke te kunnen onderbouwen, maar om de lezer een beeld te schetsen wat we als Stichting Rugvin ervaren tijdens onze onderzoeken. De onderwerpen die we gaan aansnijden zullen onder meer bestaan uit een soortbeschrijving, het foerageergedrag en voeding, de voortplanting, de levenswijze, het sociale leven, de doodsoorzaken en de gewone bruinvis in andere delen van de wereld. Het een en ander aangevuld met losse waarnemingen en anekdotes. 

De gewone bruinvis, harbour porpoise (E), Schweinswal (D) , marsouin (F) , marsopa (S) , focena (I) 

1. Soortbeschrijving

Bruinvis in de Oosterschelde 2017 (Foto A.. Podt)

De gewone bruinvis, (Phocoena phocoena) is een zeezoogdier en behoort tot de walvisachtigen. Walvisachtigen worden in drie groepen ingedeeld, walvissen (o.a. blauwe vinvis, bultrug e.a.), dolfijnen (tuimelaars, witsnuitdolfijnen etc.) en bruinvissen ( de gewone bruinvis, de Dall’s bruinvis e.a.) De bruinvis is dus niet zoals sommige mensen wel denken een soort dolfijn! Het verschil met een dolfijn zit hem vooral in dat bruinvissen andere tanden hebben (spatelvormig) dan dolfijnen (puntig). Daarnaast zijn de meeste dolfijnen groter dan bruinvissen.  Daarnaast is de gewone bruinvis een tandwalvis (Odonticeti), net zoals alle andere bruinvissen, dolfijnen en de potvis. Alle andere walvissen, zoals de bultrug en de blauwe vinvis zijn baleinwalvissen (Mysticeti).

Moeder met kalf in de Oosterschelde 2018 (Foto F. Zanderink)

De bruinvis werd vroeger ook zeevarken genoemd. (Daarom hebben we de boot van Rugvin ook Zeevarken gedoopt.) Beide namen zijn enigszins verwarrend. Het dier is niet bruin en is zeker ook geen vis. De verklaring ligt waarschijnlijk in het feit dat eeuwen geleden alles wat donker van kleur was bruin genoemd werd en als je zwom in zee was je een vis. In de middeleeuwen werden de dieren wel zeevarken genoemd. Toen werden ze ook veel gegeten.

Verspreiding gewone bruinvis (Phocoena phocoena) op het noordelijk halfrond.

De gewone bruinvis komt alleen op het noordelijk halfrond voor en dan vooral in kustwateren. Zie kaartje. Andere soorten bruinvissen tref je ook aan op het zuidelijk halfrond. In de jaren 50 tot in de jaren 90 van de vorige eeuw ging het in de Noordzee slecht met de bruinvissen vanwege bijvangst, overbevissing en vervuiling van de zee. Vanaf de jaren 90 ging het weer wat beter met deze soort. Momenteel is de bruinvis de talrijkste walvisachtige in de Noordzee. Over het voorkomen van bruinvissen in de Oosterschelde, voordat de kering werd gebouwd, zijn weinig feiten bekend. Wel dat ze er ooit zwommen en dat ze na de totstandkoming van de Oosterscheldekering weer terugkwamen. Sommige schippers, die wij als Stichting Rugvin kennen en al tientallen jaren varen op de Oosterschelde, beweren dat ze er altijd zijn geweest.

Uitleg van hydrofoon tijdens eerste tocht van St. Rugvin op de Oosterschelde.

Feit is dat ze begin deze eeuw zeker werden waargenomen. Een paar jaar na onze start als organisatie kregen wij te horen dat er in de Oosterschelde bruinvissen zwommen. In 2008 zijn we voor het eerst zelf gaan kijken en hebben toen de eerste dieren tijdens een eerste verkenningstocht waargenomen, zowel visueel als met behulp van een hydrofoon.

Mannelijke en vrouwelijke dieren verschillen van lengte en van gewicht. Mannetjes worden veelal niet groter dan 1.60 m met een gewicht van ca. 60 kg, terwijl de vrouwelijke dieren soms wel 1.90 m kunnen worden met een gewicht van 90 kg.

De gemiddelde levensspanne van een bruinvis ligt tussen de 10 -12 jaar, vrouwelijke dieren worden gemiddeld ouder (E. Hoyt).

Wil je meer weten over walvisachtigen dan ben je wellicht geïnteresseerd in onze walvisobservatiecursus.

Binnenkort verschijnt deel 2 van deze blogserie. (Reacties en aanvullingen worden zeer zeker op prijs gesteld.)

Mooie afsluiting van bruinvis foto identificatie 2018

0

Het jaar 2018 leverde al veel informatie over het leven van de bruinvissen op door de goede en mooie plaatjes die gemaakt konden worden. Op zaterdag en zondag, 20 en 21 oktober waren de laatste tochten met ons zeevarken. De laatste plaatjes en momenten op de Oosterschelde willen we echter niemand onthouden. 

Studio Bruinvis met het Zeevarken (Foto W. Jacobusse)

Op zaterdag verliet het Zeevarken de haven van Kats rondom 11.00 uur. Martine, Annemieke, Renate en Frank zetten eerst koers richting Zierikzee. Het water was in het begin toch wat minder vlak dan dat het was voorspeld, maar toch werd al snel een eerste grijze zeehond waargenomen. Ook kwamen we een grote groep eidereenden tegen die op het water lag te dobberen en die even later met zijn allen opsteeg. Bij het havenhoofd werd allereerst Studio Bruinvis geïnspecteerd. Alles werkte nog en we hoorden en zagen regelmatig bruinvissen (aankomen). Tegelijkertijd werd op het havenhoofd een excursie rondgeleid door het Nationale Park en ook zij zagen en hoorden de bruinvissen.

Moeder met kalf nabij de Oesterput Oosterschelde (Foto F. Zanderink)

Omdat de golfhoogte, om goede foto’s te maken, hier toch iets aan de hoge kant was, besloten we om naar Colijnsplaat aan de zuidkant te varen. Ook hier ligt, tussen deze plaats en de Marina Roompot een bruinvis hotspot en het duurde niet lang voordat we ook hier de eerste dieren zagen. Een drietal, min of meer bij elkaar, niet echt als een groepje, maar wel in de buurt van elkaar. Enige tijd later zagen we ook een moeder met kalf. En deze ervaring zal ons lange tijd bijblijven!

 

Bruinvis nabij de boot, zie ook de littekens voorop. (Foto F. Zanderink)

Zeker anderhalf uur konden we de moeder volgen die aan het jagen was en haar kalf dan aan het oppervlak “achterliet”. Geregeld kwamen ze weer bij elkaar, waarna de moeder weer naar beneden dook. Ook kwamen de dieren uit “nieuwsgierigheid’ af en toe bij de boot even kijken. Het moederdier was al in eerdere jaren gefotografeerd, maar nog nooit met een kalf bij haar.  Ook was het vrij bijzonder nog zo’n jong kalf te zien. De geschatte grootte van het kalf was 70-80 cm. Het vermoeden was daarom ook dat het jong niet ouder was dan een paar maanden. Mede gezien het feit dat het kalf niet mee ging jagen.

Moeder met kalf (Foto F. Zanderink)

Normaal worden in de Oosterschelde de bruinviskalfjes in de periode juni – augustus geboren. Na de tocht van zondag zal een periode van foto analyses aanbreken en zullen er waarschijnlijk nog meer dieren herkend worden en verwachten we de resultaten van de onderzoeken die door de studenten gedaan worden.

Het Foto ID project wordt mede mogelijk gemaakt door het Wereld Natuur Fonds.

 

Prachtige bewegende beelden van bruinvissen door ons Foto ID team

0

Drie leden van het Foto ID team 2018 van Rugvin, Annemieke, Ronald en Diederik.

Op 25 september jl. voer het Foto ID team van Stichting Rugvin aan boord van het Zeevarken II weer de haven van Kats uit op zoek naar de bruinvissen van de Oosterschelde.

De omstandigheden op het water waren prima. De onderzoekers waren daarom niet alleen in staat om mooie beelden t.b.v. de identificatie van de bruinvissen te maken maar omdat de bruinvissen ook dicht bij de boot kwamen, was het ze ook goed mogelijk om mooie bewegende beelden te maken.

Bruinvis die net uitademt door zijn blaasgat vlak bij de boot. (Fotostill van het YouTube filmpje)

Geniet van deze mooie opnames. Binnenkort verschijnen op deze site nog meer goede ID beelden van de bruinvissen uit de Oosterschelde en onze bevindingen van dit jaar!

Klik hier om het YouTube filmpje te bekijken.

Minimale bruinviswaarnemingen tijdens Stena Line trip, toch record!

0

Afgelopen weekend, 13-14 oktober, zijn weer twee waarnemers van Stichting Rugvin met de Stena Line veerboten van Hoek van Holland naar Harwich gevaren en terug. De weersomstandigheden waren beter dan vooraf voorspeld, toch stokte het aantal waarnemingen slecht bij één bruinvis.

Zicht op het Noordzeewater aan Engelse kant.

Vooraf waren de wind- en golfhoogtevoorspelling nog een beetje aan de sombere kant, maar uiteindelijk waren de omstandigheden veelal optimaal. Geringe golven, goed contrast van het wateroppervlak en prima licht, dus als er een rugvin door het water heen zou breken dan zouden we deze zeker zien. Maar op de heenweg werd geen enkele walvisachtige gespot. Ook zeevogels waren zo goed als afwezig.

De terugweg leverde iets meer op, een grizje zeehond en één bruinvis, een uur voor binnenvaren van de Nieuwe Waterweg.

Bruinvis in Noordzee

Dat is voor het najaar en 2018 een zeer geringe score. Zeker gezien het grote aantal bruinvissen dat al was waargenomen dit jaar, 403. Met deze bijtelling van één dier komt het totaal voor 2018 op 404 bruinvissen een nieuw absoluut record. Het oude waarnemingsrecord was vastgesteld in 2010, met daar bij één supertocht met maar liefst 316 dieren.

Ook op de terugweg zeer weinig zeevogels, slechts eenmaal, vlak voor de Nieuwe Waterweg een groepje vissende jan-van-genten en twee alken.

Lees hier ook de blog van deze tocht.

Naar boven