Blog Oosterschelde

Verslag van de dag ~ 25 mei 2019

0

Er werd voor zaterdag 25 mei weinig wind voorspeld, dus een mooie kans voor het foto-identificatieteam om de Oosterschelde op te gaan. Bij aankomst in de haven van Kats vielen net de laatste regendruppels van de dag en iets voor 10 uur vertrokken we met onze boot de Oosterschelde op.

Bruinvis en gewone zeehond

We volgden de kustlijn richting het westen en kwamen voorbij Colijnsplaat de eerste bruinvis van de dag tegen. Het diertje bleek niet gemakkelijk te benaderen. Rustig probeerden we toch wat dichterbij te komen om identificatiefoto’s te maken. Het leverde geen perfecte foto’s op, maar hopelijk toch goed genoeg voor herkenning. Tussendoor lieten ook regelmatig gewone zeehonden hun kopje bovenwater zien, soms vlakbij de bruinvis.

Bruinvis L024R034

We besloten op zoek te gaan naar een andere bruinvis en zetten koers naar het noordoosten. Daar kwamen we ten zuiden van de Roggeplaat een volgende bruinvis tegen. Deze bruinvis was druk aan het foerageren en trok zich niets van ons aan. Een paar keer zagen we hoe de bruinvis een vis probeerde te vangen, waarbij de vis uit het water sprong in een poging te ontsnappen. Met behulp van de foto’s konden we achteraf vaststellen dat deze bruinvis als L024R034 in onze catalogus staat, een vrouwtje die we in 2017 tweemaal eerder tegen zijn gekomen.

Bruinvis L051R022

Na de waarneming met L024R034 vervolgden we onze tocht naar het oosten waar we bij het havenhoofd van Zierikzee uit kwamen. Hier zagen we al snel een druk foeragerende bruinvis vlak voor het havenhoofd. Aan de hand van de kenmerkende vorm rugvin en een litteken op de rug voor de rugvin konden we ter plaatsen al vaststellen dat het een bekende bruinvis van ons was: L051R022. Vorig jaar was dit dier één van onze meest waargenomen bruinvissen met in totaal zes waarnemingen gedurende dat seizoen, waarvan zelfs één waarneming ook op 25 mei, exact een jaar geleden.

Soms zwommen de bruinvissen in twee- of drietallen

Voor Zierikzee bleef het niet bij één bruinvis. Al snel zagen we er nog één, en nog één en nog één. In totaal zwommen er minimaal zes verschillende bruinvissen! We zagen ze overal rondom onze boot zwemmen. Dan is het lastig kiezen van welke bruinvis je foto’s wilt maken. Sommige bruinvissen zwommen alleen, andere trokken kort met elkaar op, waarbij drie bruinvissen een tijdje synchroon bij elkaar zwommen en ademhaalden. Ook diverse van deze bruinvissen bleken al in onze catalogus te staan, waaronder L009R042 en L042R054, maar mogelijk kunnen we ook één of twee nieuwe individuen toevoegen.

L043R037, duidelijk herkenbaar een de inkeping in de rugvin

Ondertussen werd het tijd terug te keren naar de haven van Kats. Net voor we de haven in wilden gaan werd er weer een bruinvis gezien. En terwijl we deze bruinvis nog even op foto aan het vastleggen waren, zagen we verderop nog twee bruinvissen. Het terugkeren naar de haven werd dus even uitgesteld. We slaagden erin om van alle drie de bruinvissen identificatiefoto’s te maken. Eén van de bruinvissen herkenden we aan de inkeping in de rugvin. Deze bruinvis hebben we vaker gezien en staat in de catalogus als L043R037, maar nooit was het gelukt om duidelijke foto’s van deze bruinvis te maken. Dat lukte nu wel! Zeker van de linkerzijde hebben we nu scherpe foto’s waarop de pigmentdetails te zien zijn. Ook de andere twee bruinvissen tijdens deze waarneming zijn bekende van ons, namelijk L021R030 en L049R045.

Iets na half 4 gingen we dan toch echt de haven in na een zeer succesvolle foto-identificatietocht met minimaal 11 bruinvissen. Hoewel we al een globaal beeld hebben van de individuen die we deze dag hebben gezien, volgt nog het gedetailleerde uitzoekwerk van alle foto’s. Deze zullen per individu gesorteerd worden en aan de catalogus worden toegevoegd. Met in totaal bijna 1800 foto’s van deze tocht zal dat dus nog wat uurtjes tijd kosten.

Geslaagde eerste foto-identificatietocht van 2019

0

Bruinvis L021R030

Na een geslaagde eerste walvisobservatiecursus van dit seizoen, volgde afgelopen woensdag ook een geslaagde eerste foto-identificatietocht. Voor het eerst dit jaar is er weer een toegewijde foto-identificatietocht gemaakt met onze boot ‘het Zeevarken’. Hoewel het een wat grauwe dag was, zorgde het windstille weer voor mooi vlak water, perfect voor het waarnemen van bruinvissen.

Bruinvis L051R022

Direct na het verlaten van de haven van Kats werd in de verte een eerste bruinvis gezien die al gauw gezelschap van een tweede dier kreeg. Ruim een half uur konden deze bruinvissen worden gevolgd voor het maken van identificatiefoto’s. Iets meer dan een uur daarna werden weer bruinvissen gezien in de buurt van Kats. Diverse bruinvissen, soms alleen en soms in tweetallen, konden op foto vastgelegd worden.

Bruinvis L018R015

Bij terugkomst zijn de bijna 1500 foto’s geanalyseerd en vergeleken met onze catalogus. Er blijken die middag 8 verschillende bruinvissen op foto gezet te zijn. Daarvan staan er 7 al in onze catalogus en 1 is waarschijnlijk een nieuwe bruinvis die we nog niet kennen. Al met al een mooi resultaat van deze eerste tocht!

De bruinvis in de Oosterschelde (blogserie deel 3)

0

Met deze derde blog over de bruinvis in de Oosterschelde gaan we verder met een serie over Nederlands meest talrijke walvisachtige, de gewone bruinvis (Phocoena phocoena). In 2009 zijn we ons als Stichting Rugvin gaan verdiepen in de bruinvissen die in deze getijde baai (voormalig estuarium) in relatief grote getale voorkomen. Dit heeft veel kennis en feiten over dit dier opgeleverd die we graag voor iedereen toegankelijk willen maken. We maken bij deze blogs niet alleen gebruik van onze eigen onderzoeken en waarnemingen, maar soms ook van waarnemingen en onderzoeken van derden. We willen met deze serie een beeld schetsen van de bruinvis in de Oosterschelde, die op sommige vlakken zich hier anders gedraagt dan in de Noordzee of elders op het noordelijk halfrond. Deze serie heeft (nog) niet de ambitie om alles wat we hierbij publiceren voor 100 % wetenschappelijke te kunnen onderbouwen, maar om de lezer een beeld te schetsen wat we als Stichting Rugvin ervaren tijdens onze onderzoeken. De onderwerpen die we gaan aansnijden zullen onder meer bestaan uit een soortbeschrijving, het foerageergedrag en voeding, de voortplanting, de levenswijze, het sociale leven, de doodsoorzaken en de gewone bruinvis in andere delen van de wereld. Het een en ander aangevuld met losse waarnemingen en anekdotes. 

De voortplanting 

In de tijd dat we als Stichting Rugvin begonnen, was de algemene aanname dat de voortplanting van bruinvissen zich buiten de Nederlandse wateren afspeelde. Het paargedrag werd niet of nauwelijks waargenomen en er werden ook nauwelijks bruinviskalfjes gespot. Deze werden wel gezien in noordelijker wateren, waaronder de Duitse bocht. We hebben ondertussen vanuit onze onderzoeken (het foto-identificatieproject, het C-Pod onderzoek en de jaarlijkse telling) en die van anderen steeds meer aanwijzingen dat de bruinvissen van de Oosterschelde hier jaarrond verblijven. Daardoor is het erg aannemelijk dat de (meeste) kalfjes die we zien ook in de Oosterschelde zijn geboren. Kalfjes worden in de periode mei-augustus geboren, hoewel er in de Oosterschelde ook wel al eens in maart een pasgeborenen kalfje is waargenomen. Deze variatie in tijd hangt samen met de duur van de paartijd, die over het algemeen in de zomermaanden tot in oktober plaatsvindt. De draagtijd is zo’n 10-11 maanden.

Bruinvis L007R010 met kalf, juli 2016

In de Oosterschelde zijn tijdens de eerste bruinvistelling in september 2009 vijf kalfjes waargenomen. Dit was nog niet direct een bewijs dat de kalfjes hier ook geboren waren. In de daarop volgende jaren zijn vaker kalfjes gezien. Met behulp van foto-identificatie kunnen we ondertussen concluderen dat kalfjes in de Oosterschelde worden geboren. Er zijn namelijk diverse bruinvissen die al jaren in de Oosterschelde verblijven, waarbij we soms een kalfje zien. Dit geldt bijvoorbeeld voor bruinvis L007R010, die zeker al sinds 2011 in de Oosterschelde rondzwemt. In de zomer van 2016 werd ze op 10 juni zonder kalfje waargenomen. Na ruim een maand werd ze opnieuw gezien, dit keer samen met een pasgeboren kalf. Later in de zomer werd dit moeder-kalf paar ook nog enkele keren waargenomen.

Geboortestrepen bij een pasgeboren bruinviskalf

Soms zien we kalfjes met geboortestrepen (in het Engels ‘fetal folds’ genaamd) in de Oosterschelde. Dit zijn verticale vouwen op de zijkant van een walvisachtigen. De vouwen ontstaan doordat het kalfje in de baarmoeder opgevouwen hebben gezeten. Geboortestrepen zijn een indicatie dat het kalf nog zeer jong is. De strepen verdwijnen vanzelf als het kalf ouder wordt. Bij de geboorte zijn ook de vinnen van de bruinvis nog slap. Hierdoor kan de rugvin kort na de geboorte nog een beetje scheef staan.

Een bruinviskalf weegt bij de geboorte ca. 5 kg en meet zo’n 67-90 cm. In de eerste maanden is het dier volledig afhankelijk van moedermelk. Langzamerhand gaat het dier over op het eten van zelf gevangen vis (veelal grondelachtigen). Na een maand of 8 a 10 is de zoogtijd voorbij. Zoogtijd en zwangerschap overlappen vaak. Sommige dieren zijn bijna voortdurend zwanger. Door foto-identificatie wordt dit ook bevestigd. Bruinvis L010R006 is hier een mooi voorbeeld van. Deze bruinvis werd in 2009, 2010, 2011 en 2013 in gezelschap van een jong kalf gezien.

Tussen het foerageren door zoeken moeder en kalf elkaar op

Bruinvissen moeten elke dag voldoende eten om op gewicht te blijven. De bruinvismoeder moet na de geboorte van het kalf dus snel weer actief op zoek naar voedsel. Tijdens onze foto-identificatietochten komen we regelmatig een bruinvismoeder met kalf tegen die we soms langere tijd kunnen observeren. Terwijl de bruinvismoeder aan het foerageren is, laat ze haar kalfje tijdelijk alleen. De moeder duikt dan de diepte in, op zoek naar vis. Het kalfje blijft aan het oppervlakte achter. Als de moeder daarna weer aan het wateroppervlakte komt om adem te halen, zoeken moeder en kind elkaar niet altijd direct op. Soms gaat de moeder eerst nog een keer naar beneden. Tussen het foerageren door komen moeder en kalf wel momenten bij elkaar, waarbij het kalfje bij de flank van de moeder mee zwemt. Ook als moeder en kalf zich door de Oosterschelde verplaatsen zwemmen ze als hecht moeder-kalf paar.

Mating scene of harbor porpoises in San Francisco Bay ((Keener et al. 2018, Aquatic Mammals 44:6).

Na zo’n 3-5 jaar zijn de dieren geslachtsrijp. Wat we nu uit veldwaarnemingen weten, zie onderstaand filmpje (zonder geluid) van Bill Keener uit San Francisco, is dat de paring zich aan het wateroppervlak afspeelt. Deze beelden zijn opgenomen vanaf de Golden Gate Bridge, boven de baai van San Francisco. Het vrouwtje “hangt” aan het oppervlak, waarna het mannetje probeert te copuleren door met hoge snelheid op het vrouwtje af te zwemmen. Hierbij komt het geregeld voor dat het bruinvismannetje uit het water komt. Opvallend was bij het Amerikaanse onderzoek van B. Keener et al, dat het mannetje altijd het vrouwtje aan de linkerzijde benadert.

Waarneming van een paring in de Oosterschelde

Dit paargedrag is ook enkele malen door Stichting Rugvin waargenomen in de Oosterschelde.

Wil je meer lezen over de voortplanting van bruinvissen klik dan op de link van het “Aquatic mammal journal met het artikel “The sex life of Harbor Porpoises” van Bill Keener.

Een andere echte aanrader is de presentatie van Dr. Anne hall van Vancouver Universtity (Can) “Shades of Grey”.

 

De bruinvis in de Oosterschelde (blogserie deel 2)

0

Met deze tweede blog over de bruinvis in de Oosterschelde gaan we verder met een serie over Nederlands meest talrijke walvisachtige, de gewone bruinvis (Phocoena phocoena). In 2009 zijn we ons als Stichting Rugvin gaan verdiepen in de bruinvissen die in deze getijde baai (voormalig estuarium) in relatief grote getale voorkomen. Dit heeft veel kennis en feiten over dit dier opgeleverd die we graag voor iedereen toegankelijk willen maken. We maken bij deze blogs niet alleen gebruik van onze eigen onderzoeken en waarnemingen, maar soms ook van waarnemingen en onderzoeken van derden. We willen met deze serie een beeld schetsen van de bruinvis in de Oosterschelde, die op sommige vlakken zich hier anders gedraagt dan in de Noordzee of elders op het noordelijk halfrond. Deze serie heeft (nog) niet de ambitie om alles wat we hierbij publiceren voor 100 % wetenschappelijke te kunnen onderbouwen, maar om de lezer een beeld te schetsen wat we als Stichting Rugvin ervaren tijdens onze onderzoeken. De onderwerpen die we gaan aansnijden zullen onder meer bestaan uit een soortbeschrijving, het foerageergedrag en voeding, de voortplanting, de levenswijze, het sociale leven, de doodsoorzaken en de gewone bruinvis in andere delen van de wereld. Het een en ander aangevuld met losse waarnemingen en anekdotes. 

Foerageer- en eetgedrag

Op vis jagende bruinvis

Bruinvissen zijn met name viseters. Maar de soorten vis waarop ze jagen hangt af van o.a. de beschikbaarheid van de prooivissen, de leeftijd van de bruinvissen hun jachtvaardigheden. Op de grens van de Oostzee en de Noordzee eten bruinvissen vooral vette haringachtigen, terwijl de bruinvissen in de Noordzee vooral magere grondels en kabeljauwachtigen eten. In de Oosterschelde is het voedselaanbod lager en anders van samenstelling dan de aangrenzende Noordzee. Ook in de Oosterschelde zijn grondels en kabeljauwachtigen (oa. steenbolk, wijting) belangrijke prooien, maar er zijn ook verschillen met de Noordzee. Zo vullen bruinvissen hun dieet in de Oosterschelde bijvoorbeeld aan met kleine inktvissen.

Bruinvismoeder met kalf (Foto F. Zanderink)

De eerste 8 -11 maanden worden de bruinviskalveren gezoogd door hun moeder. Al tijdens de zoogtijd leren de jonge bruinvissen op vis te jagen. Daarna gaan de jonge dieren langzaam volledig over op het zelf zoeken en vangen van vissen. Dat is in de eerste maanden deels beperkt tot de “makkelijkere soorten”. Juveniele bruinvissen jagen dan vooral op grondels. Helaas voor hen zijn dit vetarme vissen en moeten ze er hier veel van vangen. Deze overgangsperiode is misschien de oorzaak dat veel juveniele dieren sterven door verhongering. Daar komt bij dat bruinvissen moeten blijven eten. Hun vetlaag is relatief dun, waardoor ze snel afkoelen en zich moeten verwarmen door vetverbranding, maar als ze weinig (vette) vis binnenkrijgen, gaat hun conditie snel achteruit. Een bruinvis die drie dagen niks vangt is gedoemd te sterven! Ze moeten daarom wel zo’n beetje de hele dag blijven jagen. Langdurige verstoring van hun jacht, waardoor ze enige tijd niets kunnen vangen, of zelfs moeten vluchten, kan al tot conditieverlies leiden.

Magere bruinvis in Oosterschelde

Gelukkig hoeft vermagering niet per definitie fataal te zijn. Tijdens de foto-identificatietochten van Stichting Rugvin werd in 2016 een bruinvis gezien die mager was. De rug van de bruinvis, een volwassen vrouwtje, was duidelijk ingevallen. Elf dagen later werd ze opnieuw gezien en zag ze er weer gezonder uit. Ook het jaar erop werd ze weer waargenomen.

Bruinvis bij de Studio Bruinvis hotspot van Zierikzee.

In de Oosterschelde zien we dat veel bruinvissen vaak bij de zogenaamde hotspots (o.a. Burghsluis, havenhoofd Zierikzee, Kats, Wemeldinge, Roompot) te vinden zijn voor hun “maaltijden”. Hun jachtgedrag is daar soms goed te volgen. De ene keer zie je ze jagen op aan de oppervlakte zwemmende vis(jes) zoals sprot en spiering, ze schieten dan zigzaggend door het water. Een andere keer zie je ze na hun ademhaling naar benden duiken voor enkele minuten en komen dan bijna op dezelfde plek weer boven. Ze jagen dan waarschijnlijk op vis die veel dieper in het water leeft. Soms worden de foeragerende bruinvissen door meeuwen gevolgd.

Bruinvissen gebruiken echolocatie om te jagen. Ze maken clickgeluiden en als deze geluiden tegen een prooi kaatsen ontstaat er een echo die de bruinvis kan horen. Hiermee kunnen ze onderwater ‘zien’. Als je bij Studio Bruinvis staat kun je geregeld goed horen hoe het jagen in zijn werk gaat. Op bijgaand geluidsfragment hoor je eerst de clicks die de bruinvissen gebruiken om de vis te vinden en achterna te zwemmen, zodra het geluid omhoog gaat qua frequentie weet je dat ze de vis (bijna) te pakken hebben.

Als je bij Studio Bruinvis staat je geregeld goed horen hoe dat in zijn werk gaat. Op bijgaand geluidsfragment hoor je eerst de clicks die de bruinvissen gebruiken om te vis te vinden en achterna te zwemmen, zodra het geluid omhoog gaat, qua frequentie weet je dat ze de vis te pakken (zullen) hebben.

Duidelijke littekens van vermoedelijke grizje zeehond aanval (Foto A. Podt)

In de Oosterschelde zien we de bruinvis vooral alleen jagen. Soms zijn de dieren met tweeën of meer bij elkaar op een hotspot, maar na een tijdje gaat eenieder zijn eigen weg weer. Maar elders op onze planeet komen bruinvissen soms in hoge aantallen bijeen, vermoedelijk omdat er veel voedsel aanwezig is in het gebied. Deze aantallen kunnen zelfs oplopen tot enkele honderden bruinvissen.

Maar bruinvissen worden zelf ook gegeten! Sinds een aantal jaren weten we dat grijze zeehonden (Halichoerus grypus) en dan met name de volwassen mannetjes ook wel eens een bruinvis vangen in de Noordzee. Ook in de Oosterschelde moeten bruinvissen op hun hoede zijn voor grijze zeehonden. Gelukkig weten we dat een aanval van een grijze zeehond niet altijd slecht afloopt voor de bruinvis, want ze kunnen een aanval ook overleven.

Eerder verschenen blogs over de bruinvis in de Oosterschelde zijn:

De bruinvis in de Oosterschelde (blogserie deel 1)

0

Met dit eerste artikel over de bruinvis in de Oosterschelde starten we een blogserie over Nederlands meest talrijke walvisachtige, de gewone bruinvis (Phocoena phocoena). In 2009 zijn we ons als Stichting Rugvin gaan verdiepen in de bruinvissen die in dit estuarium in relatief grote getale voorkomen. Dit heeft veel kennis en feiten over dit dier opgeleverd die we graag voor iedereen toegankelijk willen maken. We maken bij deze blogs niet alleen gebruik van onze eigen onderzoeken en waarnemingen, maar ook van waarnemingen en onderzoeken van derden. We willen met deze serie een beeld schetsen van de bruinvis in de Oosterschelde, die op sommige vlakken zich hier anders gedraagt dan in de Noordzee of elders op het noordelijk halfrond. Deze serie heeft (nog) niet de ambitie om alles wat we hierbij publiceren voor 100 % wetenschappelijke te kunnen onderbouwen, maar om de lezer een beeld te schetsen wat we als Stichting Rugvin ervaren tijdens onze onderzoeken. De onderwerpen die we gaan aansnijden zullen onder meer bestaan uit een soortbeschrijving, het foerageergedrag en voeding, de voortplanting, de levenswijze, het sociale leven, de doodsoorzaken en de gewone bruinvis in andere delen van de wereld. Het een en ander aangevuld met losse waarnemingen en anekdotes. 

De gewone bruinvis, harbour porpoise (E), Schweinswal (D) , marsouin (F) , marsopa (S) , focena (I) 

1. Soortbeschrijving

Bruinvis in de Oosterschelde 2017 (Foto A.. Podt)

De gewone bruinvis, (Phocoena phocoena) is een zeezoogdier en behoort tot de walvisachtigen. Walvisachtigen worden in drie groepen ingedeeld, walvissen (o.a. blauwe vinvis, bultrug e.a.), dolfijnen (tuimelaars, witsnuitdolfijnen etc.) en bruinvissen ( de gewone bruinvis, de Dall’s bruinvis e.a.) De bruinvis is dus niet zoals sommige mensen wel denken een soort dolfijn! Het verschil met een dolfijn zit hem vooral in dat bruinvissen andere tanden hebben (spatelvormig) dan dolfijnen (puntig). Daarnaast zijn de meeste dolfijnen groter dan bruinvissen.  Daarnaast is de gewone bruinvis een tandwalvis (Odonticeti), net zoals alle andere bruinvissen, dolfijnen en de potvis. Alle andere walvissen, zoals de bultrug en de blauwe vinvis zijn baleinwalvissen (Mysticeti).

Moeder met kalf in de Oosterschelde 2018 (Foto F. Zanderink)

De bruinvis werd vroeger ook zeevarken genoemd. (Daarom hebben we de boot van Rugvin ook Zeevarken gedoopt.) Beide namen zijn enigszins verwarrend. Het dier is niet bruin en is zeker ook geen vis. De verklaring ligt waarschijnlijk in het feit dat eeuwen geleden alles wat donker van kleur was bruin genoemd werd en als je zwom in zee was je een vis. In de middeleeuwen werden de dieren wel zeevarken genoemd. Toen werden ze ook veel gegeten.

Verspreiding gewone bruinvis (Phocoena phocoena) op het noordelijk halfrond.

De gewone bruinvis komt alleen op het noordelijk halfrond voor en dan vooral in kustwateren. Zie kaartje. Andere soorten bruinvissen tref je ook aan op het zuidelijk halfrond. In de jaren 50 tot in de jaren 90 van de vorige eeuw ging het in de Noordzee slecht met de bruinvissen vanwege bijvangst, overbevissing en vervuiling van de zee. Vanaf de jaren 90 ging het weer wat beter met deze soort. Momenteel is de bruinvis de talrijkste walvisachtige in de Noordzee. Over het voorkomen van bruinvissen in de Oosterschelde, voordat de kering werd gebouwd, zijn weinig feiten bekend. Wel dat ze er ooit zwommen en dat ze na de totstandkoming van de Oosterscheldekering weer terugkwamen. Sommige schippers, die wij als Stichting Rugvin kennen en al tientallen jaren varen op de Oosterschelde, beweren dat ze er altijd zijn geweest.

Uitleg van hydrofoon tijdens eerste tocht van St. Rugvin op de Oosterschelde.

Feit is dat ze begin deze eeuw zeker werden waargenomen. Een paar jaar na onze start als organisatie kregen wij te horen dat er in de Oosterschelde bruinvissen zwommen. In 2008 zijn we voor het eerst zelf gaan kijken en hebben toen de eerste dieren tijdens een eerste verkenningstocht waargenomen, zowel visueel als met behulp van een hydrofoon.

Mannelijke en vrouwelijke dieren verschillen van lengte en van gewicht. Mannetjes worden veelal niet groter dan 1.60 m met een gewicht van ca. 60 kg, terwijl de vrouwelijke dieren soms wel 1.90 m kunnen worden met een gewicht van 90 kg.

De gemiddelde levensspanne van een bruinvis ligt tussen de 10 -12 jaar, vrouwelijke dieren worden gemiddeld ouder (E. Hoyt).

Wil je meer weten over walvisachtigen dan ben je wellicht geïnteresseerd in onze walvisobservatiecursus.

Binnenkort verschijnt deel 2 van deze blogserie. (Reacties en aanvullingen worden zeer zeker op prijs gesteld.)

Mooie afsluiting van bruinvis foto identificatie 2018

0

Het jaar 2018 leverde al veel informatie over het leven van de bruinvissen op door de goede en mooie plaatjes die gemaakt konden worden. Op zaterdag en zondag, 20 en 21 oktober waren de laatste tochten met ons zeevarken. De laatste plaatjes en momenten op de Oosterschelde willen we echter niemand onthouden. 

Studio Bruinvis met het Zeevarken (Foto W. Jacobusse)

Op zaterdag verliet het Zeevarken de haven van Kats rondom 11.00 uur. Martine, Annemieke, Renate en Frank zetten eerst koers richting Zierikzee. Het water was in het begin toch wat minder vlak dan dat het was voorspeld, maar toch werd al snel een eerste grijze zeehond waargenomen. Ook kwamen we een grote groep eidereenden tegen die op het water lag te dobberen en die even later met zijn allen opsteeg. Bij het havenhoofd werd allereerst Studio Bruinvis geïnspecteerd. Alles werkte nog en we hoorden en zagen regelmatig bruinvissen (aankomen). Tegelijkertijd werd op het havenhoofd een excursie rondgeleid door het Nationale Park en ook zij zagen en hoorden de bruinvissen.

Moeder met kalf nabij de Oesterput Oosterschelde (Foto F. Zanderink)

Omdat de golfhoogte, om goede foto’s te maken, hier toch iets aan de hoge kant was, besloten we om naar Colijnsplaat aan de zuidkant te varen. Ook hier ligt, tussen deze plaats en de Marina Roompot een bruinvis hotspot en het duurde niet lang voordat we ook hier de eerste dieren zagen. Een drietal, waaronder een moeder met kalf. En deze ervaring zal ons lange tijd bijblijven!

 

Bruinvis nabij de boot, zie ook de littekens voorop. (Foto F. Zanderink)

Zeker anderhalf uur konden we de moeder volgen die aan het jagen was en haar kalf dan aan het oppervlak “achterliet”. Geregeld kwamen ze weer bij elkaar, waarna de moeder weer naar beneden dook. Ook kwamen de dieren uit “nieuwsgierigheid’ af en toe bij de boot even kijken. Het moederdier was al in eerdere jaren gefotografeerd, maar nog nooit met een kalf bij haar.  Ook was het vrij bijzonder nog zo’n jong kalf te zien. De geschatte grootte van het kalf was 70-80 cm. Het vermoeden was daarom ook dat het jong niet ouder was dan een paar maanden. Mede gezien het feit dat het kalf niet mee ging jagen.

Moeder met kalf (Foto F. Zanderink)

Normaal worden in de Oosterschelde de bruinviskalfjes in de periode juni – augustus geboren. Na de tocht van zondag zal een periode van foto analyses aanbreken en zullen er waarschijnlijk nog meer dieren herkend worden en verwachten we de resultaten van de onderzoeken die door de studenten gedaan worden.

Het Foto ID project wordt mede mogelijk gemaakt door het Wereld Natuur Fonds.

 

Prachtige bewegende beelden van bruinvissen door ons Foto ID team

0

Drie leden van het Foto ID team 2018 van Rugvin, Annemieke, Ronald en Diederik.

Op 25 september jl. voer het Foto ID team van Stichting Rugvin aan boord van het Zeevarken II weer de haven van Kats uit op zoek naar de bruinvissen van de Oosterschelde.

De omstandigheden op het water waren prima. De onderzoekers waren daarom niet alleen in staat om mooie beelden t.b.v. de identificatie van de bruinvissen te maken maar omdat de bruinvissen ook dicht bij de boot kwamen, was het ze ook goed mogelijk om mooie bewegende beelden te maken.

Geniet van deze mooie opnames. Binnenkort verschijnen op deze site nog meer goede ID beelden van de bruinvissen uit de Oosterschelde en onze bevindingen van dit jaar!

Naar boven