Actueel

Oosterschelde bruinvis ‘L039R033’ dood gevonden

0

Op zaterdag 4 januari werd een dode bruinvis bij de Bergse Diepsluis in het oosten van de Oosterschelde aangetroffen. Stichting ReddingsTeam Zeedieren (RTZ)  was ter plaatse om het kadaver op te halen en maakte foto’s. Deze foto’s zijn vergeleken met de foto-identificatiecatalogus van Stichting Rugvin, met een match als resultaat.

Unieke kenmerken zichtbaar bij bruinvis in leven (boven, © Annemieke Podt) en overleden (onder, © Ron van Aperen – Reddingsteam Zeedieren)

Dode bruinvis
Wanneer er langs de Nederlandse kust een dode bruinvis wordt aangetroffen komen organisaties zoals RTZ in actie om het dier op te halen. Als de vondstlocatie zich langs de Oosterschelde bevindt en het dier nog (redelijk) vers is worden duidelijke foto’s van het dier gemaakt. Deze foto’s worden vervolgens naar Stichting Rugvin doorgestuurd om te vergelijken met de foto-identificatiecatalogus van bruinvissen in de Oosterschelde.

Unieke kenmerken zichtbaar bij bruinvis in leven (boven, © Annemieke Podt) en overleden (onder, © Ron van Aperen – Reddingsteam Zeedieren)

Een match
Sinds 2015 doet Stichting Rugvin intensief foto-identificatieonderzoek naar de bruinvissen in de Oosterschelde. Door unieke uiterlijke kenmerken te fotograferen kunnen individuen worden herkend en over langere periode worden gevolgd. Het grootste deel van de dieren die hier langdurig verblijft is bij de stichting bekend en staat opgenomen in een catalogus. De bruinvis die op 4 januari 2020 dood werd aangetroffen bleek in de catalogus te staan. Foto’s van het dode dier konden gelinkt worden aan een bruinvis die ‘L039R033’ als identificatiecode heeft. Het is de tweede keer dat een dood gevonden bruinvis in de Oosterschelde gematcht kan worden met een individu dat eerder levend is gefotografeerd.

Bruinvis L039R033 met haar kalf (oktober 2018)

Drie waarnemingen
Bruinvis L039R033 is op drie verschillende dagen gefotografeerd door het foto-identificatieteam van Stichting Rugvin. De eerste waarneming was op 1 september 2017 bij Goese Sas. Exact een jaar later vond een korte tweede waarneming plaats ter hoogte van Ouwerkerk. De laatste waarneming waarbij L039R033 in levende lijve werd gefotografeerd was eind oktober 2018 bij Colijnsplaat. Tijdens deze waarneming zwom er een kalfje aan haar zijde, waardoor we konden vaststellen dat L039R033 een vrouwtje was. Opmerkelijk genoeg was het precies dit kalfje dat in februari 2019 dood gevonden werd en de eerste match tussen levend waargenomen en dood gevonden bruinvis was.

Onderzoek doodsoorzaak
De bruinvis is voor verder onderzoek naar de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht gebracht, waar op maandag 6 januari sectie is verricht. Uit de eerste resultaten blijkt dat de bruinvis in principe in goede conditie was, maar niet recent had gegeten. Ze had vermoedelijk een ontsteking aan de baarmoeder en was een dode foetus, die in vergaande staat van ontbinding was, aan het aborteren. Daarnaast had ze waarschijnlijk een ontsteking aan o.a. de lever. Nader microscopisch en bacteriologisch onderzoek zal mogelijk aanvullende informatie opleveren.

World Marine Mammal Conference in Barcelona afgesloten.

0

Een van de openingslezingen door Kit Kovacs

Donderdagavond, 12 december, werden de World Marine Mammal Conference dagen (9-12 december) in Barcelona voor een wetenschappelijk publiek van ruim 2.600 mensen afgesloten. De wetenschappers, onderzoekers, afgevaardigden van overheden en media kwamen uit alle continenten en uit meer dan 90 landen. Een deel van de presentaties werden in het auditorium van het Natuurhistorisch museum gegeven voor alle aanwezigen, maar het grootste deel vond plaats in 5 parallelle sessies in iets kleinere zalen van het Catalaanse Congrescentrum CCIB voor meer specialistische presentaties en discussies. Eens in de 10-15 jaar vind er een combinatie van de European Cetacean Society (ECS) en de Marine Mammal Society (MMS) plaats.

Presentatie over de rol van walvissen bij CO2 opslag door Heidi Pearson (USA)

Naast presentaties over de impact van klimaat op het leven in de oceanen en dan met name de mariene zoogdieren, was er o.m. veel aandacht voor de achteruitgang in aantal van de vaquita, lokale en kleinschalige onderzoeksinitiatieven vanuit de hele wereld, akoestisch onderzoek, monitoring, pathologie, fysiologie en natuurlijk was er veel aandacht voor de ecologie van o.m. walvisachtigen, zeeleeuwen, zeehonden, ijsberen en zeeotters.

Een belangrijk document voor de aanwezigen was het ondertekenen van de “Declaratie van Barcelona” waarin staat dat wetenschappers, beleidsmakers, media en het grote publiek meer moeten gaan samenwerken en informatie uitwisselen.

Frank Zanderink bij de poster van Studio Bruinvis

 

Naast alle orale presentaties werden er ook nog zo’n 1.000 posters gepresenteerd door de makers hiervan. Ook stichting Rugvin presenteerde hier haar poster over Studio Bruinvis/ Studio Porpoise. Belangstelling voor de studio kwam uit o.m. de Verenigde Arabische Emiraten, Zuid Afrika, Verenigde Staten, Ierland en Denemarken.

Kandidaatstelling voor ECS Council door Frank Zanderink

 

Op woensdag vond de jaarlijkse vergadering (AGM) van de ECS leden plaats. Naast de bekendmaking dat de ECS nu officieel gevestigd is in Luik (België), de vaststelling van begroting en verslagen van het afgelopen jaar vond er ook de verkiezing van nieuwe ECS Council leden voor een periode van 4 jaar plaats. Hierbij werden Ida Carlén (Zweden) en Frank Zanderink (directeur van Stichting Rugvin) op persoonlijke titel verkozen.

De walvis als marien ecologisch ingenieur en redder van het klimaat

0

Afbeelding van de “Correspondent”

De samenhang van walvispoep, klimaat en visserij

Geschreven door Frank Zanderink

Afgelopen week (27-28 november 2019) kwam er eindelijk (weer) eens aandacht voor de grote rol die walvissen en hun walvispoep in de wereld spelen. Die aandacht is prima en hoognodig, maar dan moeten we daar wel wat meer mee doen! Overigens, het nieuws van de afgelopen week zelf werd gebracht alsof het “nieuw” nieuws was. Wel, de rol die beschreven werd in de media en die walvissen spelen in de oceanen is al veel langer bekend en zelfs veel groter! En nu met de Klimaattop in Madrid des te urgenter de rol van walvissen in de klimaatbeheersing breder naar buiten te brengen. 

Om maar wat te noemen: In 2010 kwam het NOS-jeugdjournaal al met een bericht hierover. En in 2014 kwam het volgende artikel in de Britse “The Guardian”. En de rol van walvispoep behelst nog veel meer dan een grote rol in de klimaatverandering. Maar tot op heden wordt deze wereldwijd beleidsmatig en politiek niet (voldoende) onderkend.

Wat wel echt nieuws was, is dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) hier nu mee naar buiten kwam. Dat zou kunnen betekenen dat het ook eindelijk eens politiek opgepakt gaat worden. En dat wordt tijd en daar gaat het uiteindelijk om.
Het is van cruciaal belang dat we niet alleen de rol van walvissen in de oceanen gaan snappen en onderkennen, maar vooral ook naar de onderzoeksuitkomsten gaan handelen! En dan hoeven we echt niet nog eens 20 jaar te gaan wachten op de laatste onderzoeken, want het is nu al duidelijk dat voor de klimaatbeheersing van de wereld walvisachtigen van groot belang zijn. En dat kent geen uitstel!
Zelf ben ik al enige tijd met een literatuurstudie over dit onderwerp bezig. Vooral om goed te snappen wat er nu precies speelt, om vervolgens met een goed onderbouwd en compleet verhaal naar buiten te komen. Enfin, de huidige actualiteit noopt mij nu hierover al meer te schrijven, het is belangrijk genoeg en het is overduidelijk dat het noodzakelijk is te onderkennen wat de impact van walvissen is op het klimaat, maar ook op de mondiale zuurstofproductie en de visstand wereldwijd. De plek van de grote walvisachtigen in de ecologie van zeeën en oceanen is niet alleen van groot mondiaal belang, maar ook een zeer complexe. Niet zozeer door de natuur van de walvissen, maar vanwege het complexe systeem van de oceanen, de zeestromingen, het heersende en veranderende klimaat etc. En dan hebben we het nog niet eens over de mondiale rol die de andere zeezoogdieren (zeehonden, zeeleeuwen, dolfijnen, bruinvissen) spelen.

Een poepende blauwe vinvis (Foto: Ian Wiese)

Walvismest

Laat ik eerst vertellen hoeveel een blauwe vinvis, de grootste walvisachtige, per dag aan poep, mest, afscheid. Dat is 3.000 kg per volwassen dier!! Dit gewicht op de totale hoeveelheid water van de oceanen klinkt op zich nog niet als heel veel. Maar als je dit vermenigvuldigt met 250.000. Dit is het aantal blauwe vinvissen dat naar (voorzichtige) schatting ooit op aarde tegelijk leefde, voor de start van de commerciële walvisvangst begin 17e eeuw. Dat is 250.000 x 3.000 kg mest per dag = 750 miljoen kg. Vermenigvuldig dit dan vervolgens met het aantal dagen per jaar 365= 273.750.000.000 kg mest = 273,75 miljard kilo blauwe vinvismest per jaar.

Van de ooit op aarde levende populatie blauwe vinvissen leven er nu nog slechts enkele duizenden (2-3 %). De hoeveelheid mest is dus ook maar een fractie van wat het ooit was. Maar blauwe vinvismest is ook nog eens speciaal, die blijft namelijk drijven aan het oppervlak, daar waar het fytoplankton leeft. En dat is erg cruciaal. En dan hebben we het hier slechts over één soort walvis. Van de meeste andere soorten grote walvisachtigen zijn ook nog maar slechts fracties over. En iedere walvis heeft weer haar eigen mestsoort met typische eigenschappen voor wat betreft drijfvermogen, chemische samenstelling, locaties en periodes waar die mest wordt uitgescheiden.

De rol van de walvismeststoffen in de Oceanen (Bron: IMF)

Maar al die mest die veelal op specifiek plankton rijke plekken ter wereld wordt uitgescheiden is van cruciaal belang voor de overleving en groei van fytoplankton, het plantaardig plankton. Dit plankton is de basis van al het leven in zee. Je zou kunnen zeggen dat het fytoplankton dat bestaat uit algen en kleine wieren (groene plantjes dus!), als het ware de oerwouden van de oceanen vormen. Dan kun je op je vingers natellen wat het effect is van het zo goed als verdwijnen van die bemesting.

Stel dat de boeren wereldwijd hun graanakkers niet meer zouden bemesten; de landbouwproductie zou naar beneden kelderen!

Het fytoplankton is echter niet alleen de basis van de voedselketens in de oceanen, maar vangt ook koolstofdioxide (CO2) uit de lucht en geeft zuurstof (O2) weer af. Dit is wat planten doen. Het fytoplankton in de oceanen produceert het merendeel van de zuurstof (>50 %) dat wij als mensen en dieren verbruiken. En bij elkaar is dat veel meer dan alle bossen op de wereld.

De CO2 winst, t.a.v. klimaatverandering/beheersing zit niet alleen in de opslag van CO2 in de walvissen zelf (ca 33 ton CO2 per dode walvis), maar ook het fytoplankton sterft en zinkt af naar de bodem en legt daarbij koolstof (C) vast. Het fytoplankton legt jaarlijks 40% van al de vrijgekomen CO2 op aarde weer vast! Dat is 4x de hoeveelheid die het Amazone-oerwoud vastlegt.

Fytoplankton (foto: www.fytoplankton.cz)

Het fytoplankton komt veelal samen met het zoöplankton (zoals kleine kreeftjes, garnaaltjes, vislarven en kwalletjes) voor in de oppervlaktelagen van de oceanen. Dit zoöplankton, krill, leeft van het fytoplankton en vormen samen de basis van al het leven in de oceanen. Dit plankton wordt weer gegeten door de baleinwalvissen en kleine vissen. Deze laatste worden weer gegeten door grotere vissen en ook weer door walvisachtigen. Plankton en kleine visjes vormen dus het voedsel van de grotere walvisachtigen. Deze laatste produceren weer veel mest dat noodzakelijk is voor de groei van het plankton en voor de mondiale visstand.

Zoöplankton (Foto: Peijnenburg en Goetze)

Wereldwijd erkennen wetenschappers het multiplier effect van walvissen op de groei van plankton. Deze mest verschilt per locatie in de chemische samenstelling (Fe, N, P) en de aanwezige hoeveelheid van deze stoffen in de mest limiteren eigenlijk de groei van het fytoplankton. Daarnaast zijn er walvisachtigen, bijvoorbeeld potvissen, die naar de diepere delen van de oceanen duiken en daarmee ook voor een verticale vermenging van voedingsstoffen zorgen. Tevens zorgen de migraties van de walvissen dat ook de mest door hen zelf ook over de oceanen beter verdeeld wordt.

 

 

 

 

 

Kortom walvissen zijn essentieel voor klimaatbeheersing, maar ook voor de visstand in de oceanen en zijn eigenlijk de bondgenoten van alle vissers, van ons allen dus. Zij zijn de bemesters van de oceaan!

Zuidkapers voor de kust van Zuid-Afrika (Foto F. Zanderink)

Wereldwijd hebben we niet alleen de oceanen ontdaan van de meeste walvissen, maar we hebben de oceanen en zeeën verder ook sterk overbevist. Dit is niet alleen ten aanzien van de vissen, maar ook krill en plantaardig plankton wordt op grote schaal geoogst en aan land gebracht. Kortom er wordt mondiaal roofbouw gepleegd op de oceanen met haar walvissen en plankton, terwijl die onze redding zouden kunnen zijn. Aan de hand van satellietfoto’s is te zien dat in de laatste decennia de oceanen blauwer worden in plaats van groen. Als oceanen groen zijn, zijn ze fytoplankton rijk (bladgroen in de algen en wieren) en als ze blauw zijn helder en arm aan plankton.

Dit is bij lange na niet het complete verhaal. En daarvoor is nog veel meer onderzoek en analyse nodig. Wat is bijvoorbeeld het effect van walvispoep in de Noordelijk IJszee op de haring in onze eigen Noordzee?
Maar dat we dit nog niet weten, moet ons niet beletten vandaag al te starten met handelen. Wat zouden we minimaal moeten doen? In ieder geval direct stoppen met alle walvisjacht, groot en klein. Maar ook voorkomen dat walvissen door schepen worden aangevaren en gedood of verstikt raken in netten of touwen. En laten we daar snel mee beginnen, want walvissen planten zich langzaam voort. Sommige soorten zijn na de invoering van het walvismoratorium niet of nauwelijks in aantal toegenomen. En walvissen beschermen is veel goedkoper dan bijvoorbeeld CO2 opslag in de bodem.

Maar laten we ook stoppen met de oogst van krill (onder meer ten behoeve van de kippenindustrie wereldwijd). Want als je de basis van het leven in de oceanen al weg gaat vangen dan wordt het helemaal dweilen met de kraan open. Op een gezond gemengd boerenbedrijf heb je de koeien die de akkers van mest voorzien en van essentieel voedingstoffen voorzien. Walvissen doen niet veel anders. Zo simpel is het eigenlijk. En dan leveren ze ook nog een belangrijke bijdrage aan terugdringen van de opwarming van de aarde.

NB. Veel van de hier beschreven informatie komt uit het onlangs verschenen IMF rapport en eerder verschenen publicaties van Dr. Joe Roman et al (University of Vermont USA).

Bruinvissen op Televisie bij BNN/VARA’s Vroege Vogels op Dierendag, 4 oktober

0

Op vrijdag 4 oktober, Werelddierendag, besteedde BNN/VARA’s Vroege Vogels o.m. aandacht aan het werk van Stichting Rugvin en de bruinvissen in de Oosterschelde. 

De cameramannen Erik en Roel zitten stand-by in het Zeevarken

Op vrijdag 23 augustus jl. zijn deze opnames op de Oosterschelde gemaakt. Zie ook ons bericht over die dag.  Annemieke en Frank namen toen de cameramannen Erik en Roel met het Zeevarken mee het water op, op zoek naar de hier aanwezige bruinvissen. Het was een prachtige dag die de opnames zeker ten goed kwamen.

De uitzending van Vroege Vogels is inmiddels geweest, maar wordt van de week nog een paar keer herhaald op NPO 2. Het is het afsluitende deel van een zesdelige serie over de Nederlandse Delta, de Zeeuwse en Zuid-Hollandse wateren.

Twee van de 5 gefilmde bruinvissen tijdens de opnamedag.

Zelf waren we ook erg benieuwd naar de gemaakte opnames, want die hadden wij als Rugvinteam ook nog niet gezien.  En nu na het zien al helemaal.

Wordt jij ook enthousiast van deze beelden en zou je graag zelf ook live bruinvissen zien, overweeg dan deel te nemen aan een van onze cursussen of safari’s op de Oosterschelde.

De uitzending is inmiddels geweest en wordt nog een paar keer herhaald op NPO 2. Wie de hele uitzending nogmaals wil zien kan naar Vroeg Vogels gemist gaan en daar deze uitzending (her)bekijken.

De beelden met bruinvissen beginnen bij 29.26 en 35.38.

 

Stichting Rugvin gaat professionaliseren

0

Stichting Rugvin, die zich middels onderzoek naar het voorkomen, het gedrag en de rol van walvisachtigen manifesteert en hierover breed communiceert is groeiende en heeft besloten zich te gaan professionaliseren. Met de aanstelling van Frank Zanderink als directeur, wordt een nieuwe periode voor de stichting ingeluid.

Het voltallig bestuur van Stichting Rugvin

Stichting Rugvin is sinds de oprichting in 2007, een vrijwilligersorganisatie. Per 1 oktober 2019 verandert dit. Dit houdt in dat de stichting gecoördineerd gaat worden door een directeur. Deze functie gaat nu ingevuld worden door Frank Zanderink. Zanderink is één van de oprichters van Stichting Rugvin en was voorheen ook werkzaam bij ARK Natuurontwikkeling. Hij gaat zich volledig richten op de verdere groei en professionalisering van Stichting Rugvin.

Hierbij zal Zanderink zich, naast de dagelijkse coördinatie, in gaan zetten voor de ontwikkeling en acquisitie van nieuwe projecten en initiatieven op het gebied van walvissen, dolfijnen en bruinvissen en hun leefgebied. Een belangrijke activiteit blijft het onderzoek naar bruinvissen in de Oosterschelde en de Noordzee. Daarnaast is het geven van cursussen, colleges en lezingen op basis van (actuele) wetenschappelijke resultaten eveneens een van de werkzaamheden. Dit geldt eveneens voor het verder ontplooien van de internationale samenwerkingsmogelijkheden.

Met de aanstelling van de voormalige bestuursvoorzitter tot directeur, zal de vertegenwoordiging van de stichting krachtiger naar buiten worden gebracht. De taak van het voorzitterschap wordt per 1 oktober overgedragen naar bestuurslid Nicolle van Groningen. Naast de organisatorische ontwikkeling zal binnenkort ook de website in een nieuw jasje worden gestoken. Hiermee is de stichting momenteel volop bezig. Op de site wordt extra ruimte gecreëerd voor nieuwe activiteiten, uitgebreide(re) rapportages van onze onderzoeken, adviezen om zelf ook walvisachtigen te gaan spotten en meer promotie van onze Rugvinactiviteiten. Om iedereen daar goed over te informeren, komt er tevens een Nieuwsbrief die geïnteresseerden gaat voorzien van nationaal en internationaal walvissennieuws.

Bruinvissen in de Oosterschelde, tussen het foerageren door zoeken moeder en kalf elkaar op

“De missie van Stichting Rugvin betreft het doen van onderzoek naar het voorkomen van walvisachtigen in de Nederlandse wateren en het uitdragen van die rol die deze dieren wereldwijd spelen. Walvisachtigen, waaronder onze eigen bruinvis, spelen een zeer belangrijke, onderbelichte rol, die onze aandacht en bescherming verdient. Daar zet ik me honderd procent voor in”, aldus Zanderink.

19 bruinvissen in september weekend

0

De ARK midden op de Noordzee (foto E. Schrijver)

Twee jan-van-genten

Tijdens de afgelopen monitoringstrip op 21-22 september jl zijn er 19 bruinvissen waargenomen tijdens de overs\teek van Hoek van Holland naar Harwich (UK) en terug.

Aan boord van de Stena Britannica werden er elf bruinvissen waargenomen en op de terugweg met de Hollandica nog eens negen. De weersomstandigheden waren redelijk (Bft 4). Dit brengt het totaal voor 2019 op 131 bruinvissen. Dit is fors minder dan het recordjaar 2018 toen de teller in september al op 413 stond.

Tijdens de tochten zijn er ook nog twee dode bruinvissen waargenomen. Een in zee en een op het strand van Harwich.

Qua zeevogels was het wel goed op de zondag, zwarte- en grote zee-eenden, jan’van-genten, noordse stormvogels en een vaal stormvogeltje.

Zie ook de blog van deze tocht.

 

 

Stichting Rugvin in het Zoogdier magazine

0

Het “Kijk daar”artikel in het blad Zoogdier, herfst 2019.

In het blad Zoogdier, de herfstuitgave, van de Zoogdiervereniging en Natuurpunt, is een artikel over de bruinvis verschenen in de rubriek “Kijk daar”. Annemieke Podt en Frank Zanderink van Stichting Rugvin schrijven in dit artikel met name over hoe en waar je in Nederland bruinvissen kunt waarnemen. Vanzelfsprekend gaat een groot deel over de Oosterschelde, maar ook worden andere goede waarnemingsplekken langs de Noordzeekust benoemd.

Het artikel beschrijft onder meer de hotspots Burghsluis en Zierikzee in de Oosterschelde, Studio Bruinvis en het bruinvis Foto ID project.

het artikel wordt geïllustreerd met foto’s die allen maakt zijn in de Oosterschelde.

Andere artikelen in het blad gaan o.m. over konijnen op Vlieland, beverdammen, de wolf en boommarters.

Zoogdier september 2019 Kijk daar de Bruinvis

Studio Bruinvis weer operationeel

0

Schematische voorstelling Studio Bruinvis

Studio Bruinvis, de unieke installatie die het mogelijk maakt live naar bruinvissen te luisteren is weer in de lucht. Na een eerdere inspectie (Michel en Frank) bleek dat de zender op de boei niet meer werkte. Hier is een nieuwe voor gemaakt en gisteren, donderdag 12 september, is deze geplaatst op de boei.
Na deze reparatie kan men op het havenhoofd (westzijde kanaal) bij Zierikzee weer luisteren naar dé walvisachtige van de Oosterschelde.

Hopelijk zijn de komende luisteraars net zo gelukkig als Clive en Roger die vlak na de installatie al weer een bruinvis zagen en hoorden.

Uit de teller in de zuil blijkt dat er inmiddels al zo’n 10.000 bezoekers zijn geweest sinds de ingebruikname in 2017. En iedere gebruiker staat voor 5 minuten luisteren bij de zuil. Als u wilt gaan neem dan ook een verrekijker mee, niet altijd nodig maar dan kun je het dier ook van dichtbij bekijken.

Inspectie op de boei

Nieuw soort spitssnuitdolfijn ontdekt!

0

Boven: nieuwe spitssnuitdolfijn Berardius minimus. Onder: Berardius bairdii Illustratie Yoshimi Watanabe / National Museum of Nature and Science

In Japan is een nieuwe spitssnuitdolfijn ontdekt, met een bijna zwarte huid. De nieuwe soort, Berardius minimus, hoort bij een geslacht waarbinnen al twee andere donkergekleurde spitssnuitdolfijnen bekend waren, en heeft de Japanse naam kurotsuchikujira gekregen. Al langer spraken Japanse walvisvaarders van een kleine, zwarte spitssnuitdolfijn die nóg donkerder was dan de al bekende soort Berardius bairdii (die óók in de Japanse wateren zwemt en verwarrend genoeg ‘zwarte dolfijn’ wordt genoemd, ook al is hij donkergrijs). Die nog onbekende zwarte soort kreeg van de walvisvaarders de bijnaam ‘karasu’, oftewel kraai.

Biologen van de universiteit van Hokkaido hebben het uiterlijk van karasu nu in Scientific Reports beschreven en officieel bevestigd dat het om een nieuwe soort gaat. Spitssnuitdolfijnen jagen op onder meer inktvis in de diepzee, soms kilometers diep, en laten zich maar kort aan het wateroppervlak zien. (Bron: NRC.NL)

Met deze ontdekking komt het aantal walvisachtigen nu op 91 (afhankelijk van welke wetenschappelijke bron je gebruikt).

Wil je meer weten over walvissen, dolfijnen en bruinvissen, geef je dan op voor één van de cursussen van Stichting Rugvin.  Deze vinden plaats aan boord van de Nieuwe Maen op de Oosterschelde. De nieuwe data voor het najaar 2019 en het voorjaar van 2020 verschijnen binnenkort op onze site.

 

Dubbele inspanning foto ID groot succes

0

Voor ons foto-identificatieproject van bruinvissen in de Oosterschelde zijn we afhankelijk van het weer om data te kunnen verzamelen. Er mag niet meer dan 2 bft wind staan om de bruinvissen goed te kunnen waarnemen en fotograferen. Soms zijn er dagen dat er bijna geen wind staat (0-1 bft) en het water bijna spiegelglad is. Op zulke perfecte dagen zouden we het liefst zoveel mogelijk bruinvissen fotograferen, maar met één boot ben je beperkt in de inspanning die je kan leveren. Daarom kan het handig zijn om met meerdere boten het water op te gaan om de bruinvissen te fotograferen. Afgelopen zondag hebben we voor het eerst zo’n foto ID dag ingepland waarbij we het foto ID team in tweeën hebben gesplitst en naast ons eigen Zeevarken ook de motorboot Vreemd in hebben gezet. Deze dubbele inspanning bleek zijn vruchten af te werpen!

Bruinvis L028R023

Met ons eigen Zeevarken vertrokken Frank, Diederik en Annemieke in de ochtend vanuit Kats richting het oosten. Direct buiten de haven werd een eerste bruinvis gezien, waarvan ook meteen de identiteit kon worden vastgesteld aan de hand van de typische rugvinvorm en een litteken op de linkerzijde. Bij Goese Sas zagen we vervolgen twee andere bruinvissen, maar deze raakten we ondanks het vlakke water snel kwijt. Van één dier konden een paar ID foto’s gemaakt worden. Iets verderop langs de dijk richting Wemeldinge zagen we de volgende bruinvis. Deze bruinvis was druk aan het foerageren langs de dijk en leek zich niets aan te trekken van de vele duikers die ook in het gebied aanwezig waren.

Bruinvis L028R023 op een ander moment. Ziet u dat dit hetzelfde dier is als bovenstaande bruinvis?

Vanaf Wemeldinge zetten we koers naar de overkant en kwamen bij Gorishoek uit. Tijdens de jaarlijkse telling worden hier regelmatig bruinvissen gezien, maar vandaag hadden we geen succes. We besloten om via dezelfde route terug te gaan en kwamen bij Goese Sas weer een bruinvis tegen. Kort erop kreeg deze bruinvis gezelschap van een tweede dier. Dit tweede dier bleek hetzelfde individu als we op de heenweg al kort op deze locatie zagen. Van beide dieren werden ID foto’s gemaakt. Direct na deze waarneming kwamen we een volgend individu tegen. Deze bruinvis werd direct herkend aan het unieke pigmentpatroon op de flanken, het was bruinvis L028R023. Het dier liet zich goed benaderen, wat mooie foto’s opleverde. Na deze waarneming werden geen nieuwe bruinvissen meer gezien en kwamen we, na een korte ontmoeting met het andere foto-ID team bij Colijnsplaat, aan het eind van de middag weer aan in de haven van Kats.

Fotograaf Wouter Jan aan het werk

Het tweede foto-ID team vertrok op de Vreemd met aan boord Ronald, Isabella, Sander en Wouter Jan vanuit de Roompot, gelegen in het zuidwesten van de Oosterschelde. Voor de haven werd een groepje van drie bruinvissen opgepikt, waaronder een kalfje. De dieren konden gevolgd worden tot aan de boeienlijn, waarna de boot niet verder in die richting mocht varen. Verderop zwom nog een bruinvis. Dit bleek bruinvis L040R014 te zijn, die onlangs de bijnaam Tienus heeft gekregen omdat hij al minimaal tien jaar in de Oosterschelde rondzwemt. Daarna werd in de verte weer een bruinvis gezien, maar deze kon niet meer teruggevonden worden. Via het Oliegeultje ging de tocht door naar Burghsluis. In ondieper water langs de Roggeplaat voor Burghsluis werd een tweede moeder met kalf gezien. De moeder was herkenbaar aan diverse littekens. Dit bleek bruinvis L015R001 te zijn, waarvan we onze laatst geregistreerde waarneming in 2016 was. Goed nieuws dus dat ze (want nu er een kalf naast zwemt gaan we ervan uit dat het een vrouwtje is) nog steeds in de Oosterschelde aanwezig is.

Moeder met kalf bij Burghsluis

Ten oosten van Burghsluis, langs de dijk bij Schelphoek, werd zelfs een derde moeder met kalf gezien. De moeder was bruinvis L003R007, die we al sinds 2011 kennen, maar nog niet eerder met kalf zagen. Ook twee andere volwassen bruinvissen waren in dit gebied aanwezig, waaronder bruinvis L008R003/Willemien. Uiteindelijk volgde de laatste waarneming bij Zierikzee, waar een groepje van drie bruinvissen zwom. Na een pauze in de haven van Colijnsplaat eindigden de Vreemd aan het eind van de dag weer in Roompot.

Ontmoeting tussen de twee foto ID teams

De dubbele foto ID inspanning op deze prachtige dag leverde een mooi resultaat op. Uiteindelijk konden er vijftien volwassen bruinvissen worden geïdentificeerd op de vele gemaakte foto’s, waarvan er drie met kalfje werden gezien. Van de vijftien volwassen dieren bleken er veertien al in onze catalogus te staan en kan één dier waarschijnlijk als nieuw worden toegevoegd. Van de veertien bekende dieren hebben we er negen dit jaar al eens gezien, vier dieren waren in 2018 voor het laatst gezien en één dier in 2016. De drie bruinvissen met kalfje waren eerder nog niet met kalf gezien, waardoor we aanvullende informatie hebben verkregen over het geslacht van deze individuen.

Sinds april dit jaar hebben we aan de hand van foto’s al meer dan 40 (sub)adulte bruinvissen kunnen identificeren in de Oosterschelde en zijn hiervan bij vijf verschillende dieren kalfjes gezien. De volwassen dieren zijn grotendeels individuen we die al uit voorgaande jaren kennen. Sommige individuen kennen we zelfs al vijf tot tien jaar! Het foto ID seizoen van 2019 loopt nog door tot in oktober, dus hopelijk krijgen we in de komende twee maanden nog kansen om meer bruinvissen te fotograferen en identificeren , waarmee we verder onderzoek en analyses kunnen uitvoeren.

 

Naar boven