Wat te doen bij strandingen

Jaarlijks strandt een behoorlijk aantal walvisachtigen, met name bruinvissen. Hieronder volgt een overzicht wat te doen bij levende strandingen en wat te doen bij het vinden van een overleden dier.

Wat moet je doen als het dier nog in leven is?

Levende walvisachtigen horen natuurlijk niet op het strand! Het bieden van directe hulp is dan ook noodzakelijk, want een levende walvis, dolfijn of bruinvis op het strand is altijd in nood! Hoewel de eerste gedachte het dier terug in zee te zetten heel logisch is, is dit niet de juiste aanpak. Walvisachtigen stranden niet zomaar en dus is er altijd iets met het dier aan de hand. Het gestrande dier moet door een specialist worden onderzocht en geholpen. Bel hiervoor direct het noodnummer van Stichting SOS Dolfijn: 06-65098576.

Hoe te handelen indien je een levende walvisachtige op het strand aantreft? Volg het stappenplan voor het verlenen van eerste hulp bij gestrande dolfijnen en bruinvissen dat gebaseerd is op het stappenplan van SOS Dolfijn:

  • Denk altijd aan je eigen veiligheid! Wees voorzichtig indien je in de buurt bent van walvisachtigen. Blijf uit de buurt van de staartvin, deze kan serieuze verwondingen veroorzaken! Blijf ook uit de buurt van de adem van het dier. Het zou kunnen zijn dat hier voor de mens schadelijke bacteriën in zitten. En ze lijken zo lief, maar met name dolfijnen kunnen gemeen bijten. Wees dus ook voorzichtig in de buurt van de bek van het dier!
  • Bel altijd direct met SOS Dolfijn: 06-65098576! Je wordt verbonden met een voicemail. Spreek hier twee maal luid en duidelijk je telefoonnummer in. Je wordt dan binnen vijf tot tien minuten teruggebeld.
  • Overleg met SOS Dolfijn over de te verlenen zorg aan het dier. De medewerkers van SOS Dolfijn zullen je adviseren hoe te handelen bij het gestrande dier. Bedenk dat je te maken hebt met wilde dieren en dat het contact met mensen niet aangenaam is en stress zal veroorzaken.
  • Breng het dier in veiligheid. Denk aan:

    Ademhaling: De bruinvis of dolfijn haalt adem door het blaasgat op zijn hoofd. Zorg dat deze vrij blijft en er geen water of zand in komt. Haal het dier zo nodig uit de branding, maar doe dit wel heel voorzichtig! De huid en vinnen zijn erg kwetsbaar.

    Rust: Benader het dier rustig en maak zo min mogelijk geluid om niet meer stress te veroorzaken. Hou mensen op afstand en hou honden weg! Zorg dat er maximaal twee mensen bij het dier zijn.

    Koelen: Walvisachtigen op het strand krijgen het snel te warm. Koel het dier met water en natte (hand)doeken of kleding. Hou altijd goed in de gaten dat het blaasgat vrij blijft en dat er geen water of zand in komt. Zorg ook voor schaduw. Let wel op dat wat je gebruikt om schaduw te creëren geen herrie maakt of op andere manier stress kan veroorzaken!

  • Verzorg het dier tot dat het team van SOS Dolfijn, of andere door SOS Dolfijn ingeroepen hulporganisaties (meestal EHBZ-ers), er zijn. De medewerkers blijven voortdurend met je in contact.

Meestal zijn deze dieren al dood als je ze vindt. Wanneer het dier al dood is kan je dit melden bij verschillende organisaties. Het nummer dat je moet bellen hangt af van het soort dier en in welke regio je het dier vindt. Graag verwijzen we je door naar de website www.zeezoogdieren.org waar je onder het kopje ‘Noodnummers’ een lijst met telefoonnummers vindt.

  • Meld waar (provincie, plaats, dichtstbijzijnde strandpaal) en wanneer je het dier gevonden hebt.
  • Meld je naam en telefoonnummer, zodat men nogmaals contact op kan nemen indien nodig.
  • Geef aan of het dier al lang of nog maar net dood is, of het dode dier intact is of dat er ergens verwondingen zichtbaar zijn. Meld ook bijzonderheden zoals of het dier verstrikt is in een net en of er bepaalde lichaamsdelen missen. Heb je een fototoestel bij je of heb je een camera op je telefoon, maak dan foto’s van het dier.
  • Maak daarnaast melding van het gestrande dier op www.walvisstrandingen.nl. Op deze site wordt ook gevraagd naar de lengte en het geslacht van het dier. Wil je de lengte meten? Meet niet over het dier zelf, maar maak twee lijnen op de grond, bij de punt van de snuit en de staart, en meet de afstand ertussen met een meetlint, touwtje of het aantal voetstappen. Het geslacht van het dier bepalen is niet altijd mogelijk en is vaak lastig. De geslachtsopening van vrouwtjes bevindt zich dicht bij de anus. Aan elke kant van de geslachtsopening is een melkklier te zien. Bij mannetjes is er een grote afstand tussen geslachtsopening en anus.

Wil je meer weten over de walvisstrandingen in Nederland ga dan naar walvisstrandingen.nl.

Naar boven