Dode jonge bruivnis

Dode jonge bruivnis

Uit onderzoek naar de doodsoorzaak van de bruinvissen in de Oosterschelde in vergelijking met die uit de Noordzee, blijkt dat verhongering, vermagering en infecties de belangrijkste doodsoorzaken zijn.

Stichting Rugvin heeft, met financiële ondersteuning van het Wereld Natuur Fonds,  afgelopen winter de veterinaire vakgroep diergeneeskunde in Utrecht gevraagd de doodsoorzaken van de in de Oosterschelde aangespoelde dieren te achterhalen voor de  periode 2008- 2012. En hiermee onderscheid te maken tussen deze dieren en de dieren in de totale Noordzee populatie. Er blijkt een behoorlijk verschil te zitten in de doodsoorzaken van deze twee groepen dieren. Van de 60 onderzochte dieren die uit het Oosterscheldegebied kwamen zijn er 8 door verhongering omgekomen. Dit is procentueel vele malen hoger dan in de Noordzee. Negen dieren kwamen om door vermagering met onbekende oorzaak en 10 vanwege diverse infecties. Van 26 dieren kon niet de exacte doodsoorzaak worden vastgesteld. Het aantal dieren dat omgekomen als gevolg van bijvangst is vermoedelijk één. Dit is procentueel weer een stuk lager dan in  de Noordzee.

Lees meer in het volgende artikel.

Of lees het Persbericht mortaliteit bruinvissen Oosterschelde