Walvisachtigen

Walvissen, bruinvissen, dolfijnen, tandwalvissen, balein- of baardwalvissen, walvisachtigen en cetacea, zijn woorden die regelmatig opduiken. Wat bedoelen we nou met de ene naam en wat met de andere?

Zeezoogdieren
Walvissen, dolfijnen en bruinvissen behoren tot de walvisachtigen, ook wel Cetacea genoemd. Deze groep (officieël orde genoemd, een rang binnen de indelingsleer van de biologie) valt samen met andere diersoorten als zeehonden, zeeleeuwen, walrussen, lamantijnen, doejongs, otters en ijsberen onder de overkoepelende naam ‘zeezoogdieren’. Deze dieren zijn allemaal aangepast aan het leven dat zich in of rondom de zee afspeelt. Enkele zeezoogdieren hebben zich daarentegen aangepast aan een zoetwater milieu, zoals bijvoorbeeld rivierdolfijnen. Hoewel de ene soort continu in de zee verblijft, is de ander voor langere periodes op land of ijs te vinden. Er is dus nogal wat variatie te vinden binnen deze groep. De belangrijke overeenkomsten zijn dat ze allemaal goed aangepast zijn aan het leven in zee en de koude omstandigheden waarin zij vaak leven. Daarnaast moeten ze in tegenstelling tot andere zeedieren regelmatig naar de oppervlakte om te kunnen ademen en hebben ze, hoewel soms heel weinig, haren op hun lichaam. De jongen, die zich na inwendige bevruchting in de baarmoeder ontwikkelen, moeten na de geboorte net als de mens gezoogd worden. Zeezoogdieren zijn warmbloedig en moeten in tegenstelling tot bijvoorbeeld vissen, zelf hun lichaamswarmte produceren en reguleren.

Walvisachtigen

Walvisachtigen (Cetacea)
Ook binnen de orde walvisachtigen zijn er veel verschillen te vinden. Hoewel wetenschappers er niet geheel over eens hoeveel soorten er precies zijn en er zo af en toe een nieuwe soort ontdekt wordt, ligt het aantal soorten walvisachtigen boven de tachtig. Deze soorten worden onderverdeeld in twee groepen (onderordes): de tandwalvissen die ook wel Odontoceti worden genoemd en de baleinwalvissen ofwel Mysticeti.

Potvis met blow aan linkerzijde

Tandwalvissen (Odontoceti)
Tandwalvissen hebben zoals de naam al doet vermoeden tanden waarmee ze hun prooi vangen. Laat de term walvissen in de naam je dus niet verwarren! Onder de tandwalvissen vallen ook de dolfijnen en bruinvissen! Het zou dus duidelijker zijn geweest als we zouden spreken van tandwalvisachtigen. Tandwalvissen zijn over het algemeen wat kleiner en hebben meestal maar één blaasgat boven op de kop. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. De potvis bijvoorbeeld heeft zijn blaasgat aan de linkerkant voor op de kop.

Bultrug baleinen goed te zien

Baleinwalvissen (Mysticeti)
Baleinwalvissen (ook wel baardwalvissen genoemd) hebben grote platen, een soort kammen, baleinen genaamd in hun bovenkaak hangen waarmee ze kleine prooidieren uit het water kunnen filteren. Tot de baleinwalvissen behoren de grootste walvisachtigen. De blauwe vinvis is het grootst levende dier op aarde met een lengte rond de 30 meter! Baleinwalvissen hebben in tegenstelling tot de tandwalvissen twee blaasgaten, die meer op de voorkant van de“snuit” gelegen zijn.

 

Bruinvissen, dolfijnen en walvissen
Alle bruinvissen en dolfijnensoorten behoren tot de tandwalvissen. Walvissen zijn een stuk moeilijker in te delen. De meeste mensen denken bij walvissen aan grote dieren met baleinen in hun mond. De potvis en nog enkele andere soorten, waaronder de orka, maken die onderverdeling een stuk lastiger. De potvis (tegen de 18 meter lang) wordt ingedeeld onder de walvissen, maar heeft toch echt tanden en maar één blaasgat. De orka kan 5,5 tot 10 meter lang worden en is daarmee vaak groter dan enkele baleinwalvissen zoals de dwergvinvis en de dwergwalvis die respectievelijk “maar” 7 tot 10 meter en 5,5 tot 6,5 meter lang worden. De orka is een tandwalvis en behoort officieel tot de dolfijnen. Een onderverdeling maken is dus nog niet zo makkelijk!

Bruinvis in de Noordzee

Bruinvissen
Bruinvissen lijken over het algemeen op vele dolfijnsoorten. Om bruinvissen kleine dolfijnen te noemen is dan ook logisch. Bruinvissen zijn met hun lengte onder de 2,5 meter wel de kleinste walvisachtigen, maar zijn officieel geen kleine dolfijnen. Bruinvissen hebben namelijk andere tanden die spatelvormig van vorm zijn. Bruinvissen zijn vaak te herkennen aan hun stompe snuit, zijn stevig gebouwd en hebben over het algemeen een vrij kleine driehoekige rugvin. De Indische bruinvis daarentegen, heeft helemaal geen rugvin! Er zijn in totaal zes soorten die tot deze familie (Phocoenidae) behoren, waaronder de in de Nederlandse kustwateren en de Oosterschelde voorkomende gewone bruinvis.

Witsnuitdolijn

Dolfijnen
Dolfijnen hebben in tegenstelling tot bruinvissen kegelvormige tanden. Ze hebben vaak een duidelijke snuit en een sikkelvormige rugvin. Maar ook tussen dolfijnen bestaan er veel verschillen. De grijze dolfijn, die ook wel gramper wordt genoemd, heeft weer een heel andere vorm snuit dan bijvoorbeeld de tuimelaar en lijkt daarmee misschien zelfs wel meer op een bruinvis dan een dolfijn. Daarentegen heeft deze soort wel een flinke sikkelvormige rugvin. De dolfijnsoorten zijn onder te verdelen in zeven families: één van de vier families rivierdolfijnen (Pontoporiidae, Platanistidae, Lipotidae en Iniidae), de grondeldolfijnen (Monodontidae), de spitssnuitdolfijnen (Ziphidae) of de ‘echte’ dolfijnen (Delphinidae).

Walvissen

Spreekt men over walvissen, dan heeft men het vaak over walvisachtigen, dus alle soorten binnen de orde Cetacea. Anderen die het hebben over walvissen bedoelen individuen die tot één van de twaalf soorten baleinwalvissen of de drie soorten potvissen behoren. De twaalf soorten baleinwalvissen behoren tot vier families: de vinvissen (Balaenopteridae), de ‘echte’ walvissen (Balaenidae), de dwergwalvissen (Neobalaenidae) en de grijze walvissen (Eschrichtiidae). De drie soorten potvissen zijn onder te verdelen in twee families: de potvissen (Physeteridae) en de dwergpotvissen (Kogiidae).

Naar boven