Gewone Bruinvis

De gewone bruinvis (Phocoena phocoena) is de meest voorkomende walvisachtige in de Noordzee. Het is ook een van de kleinste walvisachtigen.

Harbour porpoise (E), Marsouin (F), Schweinswal (D),

Foto SOS Dolfijn

Verspreiding De gewone bruinvis is een normale verschijning in de Nederlandse wateren en is de enige bruinvis die in Europa kan worden waargenomen. Naast de gehele Noordzee en Waddenzee wordt hij ook waargenomen in de Oosterschelde. Wereldwijd wordt hij op het gehele noordelijk halfrond waargenomen in wateren die meestal niet dieper zijn dan 200 meter.

Kenmerken Bruinvissen worden tussen de 1.40 en 1.90m groot en wegen gemiddeld tussen de 50 en 70 kg. Vrouwtjes zijn gemiddeld iets groter dan de mannetjes. Kalfjes worden geboren in de periode mei-augustus met een gewicht van circa 5 kg en een lengte tussen de 67 en 90cm groot. Een typische bruinviswaarneming is een glimp van een stuk rug met de driehoekige vin die iets achter het midden geplaatst is, welke een voorwaarts rollende beweging maakt.

Twee bruinvissen in de Oosterschelde.

Gedrag De dieren zoeken voedsel op en rond de zeebodem en vaak ook wel aan het oppervlak. Hier eten ze een gevarieerd menu van kleinere vissoorten als grondels, haring, wijting en sprot, maar ook inktvissen en soms schaaldiertjes. De dieren duiken normaal korter dan vijf minuten. Het uit het water springen wordt zelden waargenomen. De gewone bruinvis leeft veelal alleen, in moeder-kalf verband of soms in groepjes van 3 tot 8 dieren.

Waarnemingen Rugvin De gemiddelde groepsgrootte die St. Rugvin vaststelt vanaf de Stena Line is 1,8 dier per waarneming). Bij een hoog voedselaanbod komen deze groepjes tijdelijk bij elkaar. Dit wordt echter zelden gezien. Normaal gesproken zijn deze dieren op hun hoede voor boten, hoewel de gewone bruinvissen in de Oosterschelde toch regelmatig in de buurt van kleine boten worden gezien.

Naar boven