Akoestisch onderzoek met C-PODs

Zoe ziet een C-pod eruit.

Afgelopen voorjaar is het onderzoek naar de migratie van bruinvissen door de Oosterscheldekering afgesloten. Samenvattend kunnen we stellen dat bruinvissen jaarrond in de Oosterschelde voorkomen, maar slechts mondjesmaat door de Oosterscheldekering zwemmen.

Om te bepalen of er bruinvissen door de kering zwemmen zijn tussen december 2010 en september 2013 aan weerszijden van de kering zogenaamde C-pods opgehangen. Dit zijn hydrofoons die het geluid van bruinvissen kunnen detecteren en opslaan. Met behulp van deze C-pods is onderzocht of en hoe vaak bruinvissen door de Oosterscheldekering naar binnen en buiten zwommen.

Stichting Rugvin concludeert op basis van dit onderzoek, dat bruinvissen wel door de kering heen zwemmen, maar dat dit slechts enkele tientallen keren per jaar gebeurt en dan vooral in het voorjaar. De resultaten bevestigen het vermoeden dat er geen sprake is van een regelmatige uitwisseling met dieren in de Noordzee. Om hoeveel verschillende individuen dit gaat is op basis van de meetgegevens niet te bepalen.

Het binnenhalen van een C-pod vanaf de MS Hammen.

Uit het onderzoek blijkt ook, dat bruinvissen regelmatig in de buurt van de kering verblijven gedurende afnemend tij. Dit zou erop kunnen wijzen, dat de bruinvissen de vis die met de ebstroom de Oosterschelde uitgaan liggen op te wachten. Ook werd duidelijk dat zodra het geluidsniveau rondom de kering aan de hoge kant was (bijvoorbeeld gedurende sterke stroming of storm) de bruinvissen uit de buurt van de kering bleven. Maar zodra het weer enigszins stilvallend tij was geworden kwamen de bruinvissen weer in de buurt.

Vorig jaar kwam al aan het licht dat de bruinvissterfte in de Oosterschelde vooral te wijten is aan voedselgebrek. Nu ook blijkt dat de weg naar buiten niet vaak gevonden wordt is het zaak om over de achterliggende oorzaak van dit voedselgebrek ook helderheid te verschaffen.

Het onderzoek is uitgevoerd door medewerkers van Stichting Rugvin en studenten van de Universiteit van Leiden, Wageningen en Porto (Portugal) en werd mede mogelijk gemaakt met hulp van de bemanning van de MS Hammen (Rijkswaterstaat) en het Wereld Natuur Fonds.

Bruinvissen maken gebruiken van echolocatie en zenden hiervoor geluid uit met een frequentie van rond de 130 kHz. De C-pods zijn ingesteld om juist dit geluid uit alle andere geluiden onder water te filteren en op te slaan. Deze geluiden worden opgeslagen op een SD-card. Iedere C-pod is genummerd en kent haar eigen geheugenkaartjes en is gevuld met twee series van vijf DD-batterijen die ongeveer acht tot tien weken werken. De C-pods zijn ontwikkeld door Nick Treganza van Chelonia Ltd in Engeland en worden inmiddels voor vele onderzoeken naar walvisachtigen gebruikt over de hele wereld. Om de data te verzamelen, (het uitlezen van de geheugenkaartjes) en de batterijen te vervangen wordt gemiddeld eens in de 8 weken uitgevaren met de MS Hammen, een onderhoudsboot van Rijkswaterstaat. Deze boot wordt gevaren door kapitein Peter Koppenaal en zijn bemanning. Met behulp van een takel aan boord worden de vlotten één voor één met de C-pods aan boord gehaald waar ze worden schoongemaakt en open geschroefd.

C-pods posities bij Roompot

De C-pods werden elk bevestigd aan een vlot van de zogeheten veiligheidslijnen aan de binnen- en buitenzijde van de Oosterscheldekering. In december 2009 werden de eerste drie C-pods afgehangen aan de zuidzijde (Roompotzijde) van de kering. Eén C-pod werd in de Noordzee geplaatst en twee in de Oosterschelde.

In het najaar van 2011 zijn de drie C-pods aangevuld met een vierde en verplaatst naar de noordzijde. Twee C-pods hangen nu in de Noordzee, een bij de “Hammen” en een bij de “Schaar”. De twee anderen hangen hier tegenover aan de binnenzijde.

Aan het onderzoek werkten mee Lisanne Korpelshoek, Niki Karagkouni, Catalina Angel Yunda en Joao Rodrigues. Het onderzoek is inmiddels afgesloten en je kunt het hele rapport Rodrigues_Echolocation activity of Harbour Porpoise in the Eastern Scheldt and North Sea hier downloaden

Het onderzoek met de C-pods werd mede mogelijk gemaakt met financiële bijdragen van het  Wereld Natuur Fonds en het Nationaal Park Oosterschelde.

Naar boven