Noordzee

Stena Hollandica

In 2004 bleek, naar aanleiding van een enquête onder de kapiteins en stuurlui van de veerboten Hollandica en de Britannica (Stena Line), dat er vanaf de brug zeer frequent bruinvissen en dolfijnen werden waargenomen. Eind 2004 werd daarom besloten om een pilot te starten aan boord van deze twee schepen van de Stena Line, die dagelijks tussen Hoek van Holland en Harwich (GB) varen. Vanaf januari 2005 startte Rugvin, toen nog als project Rugvin, met het monitoren van walvisachtigen vanaf de brug van beide veerboten.

In die periode werd twee keer per maand (dus twee maal van Hoek van Holland en weer terug) geobserveerd. Doel van deze monitoring was het verzamelen van data over de aanwezigheid van walvisachtigen in dit stuk van de Noordzee (zie kaart met scheepsroute), de seizoensfluctuaties per soort en de locaties waar de dieren werden aangetroffen.

 

Rugvin vaart maandelijks mee met de Stena Hollandica via de noordelijke route en met de Britannica via de zuidelijke route.”

Monitoringstrips

Na een succesvol eerste jaar werden de monitoringstrips voortgezet door één van de twee vaste waarnemers (Nynke Osinga en Frank Zanderink). Naast één van de vaste waarnemers gaat er sindsdien maandelijks een vrijwilliger mee om samen met de vaste waarnemer te zoeken naar walvisachtigen en te assisteren met het registreren van de gegevens. In 2011 werd het team van vier vaste waarnemers verdubbeld en sindsdien zijn naast Nynke en Frank ook Wouter Jan Strietman, Ilse en Ernst Schrijver regelmatig op de schepen aanwezig.

 

Amber op de uitkijk (foto: Ernst Schrijver)

Aan boord wordt gemonitord en de data geregistreerd volgens het protocol van de ECMC (European Cetacean Monitorings Coalition). Dit betekent dat er één waarnemer bakboord (270° tot 0°, het voorste punt van de boeg van het schip) scant en één waarnemer stuurboord (0° tot 90°). Het water wordt zowel met het blote oog als met een verrekijker gescand. Alle waarnemingen worden op de desbetreffende formulieren geregistreerd. Ook worden elke dertig minuten de conditie van de zee, de koers en de snelheid van het schip en de weersomstandigheden geregistreerd. De totale vaart, vanaf de monding van de Nieuwe Waterweg tot aan de monding van de Stour beslaat ongeveer zes uur. De tocht heen wordt afgelegd aan boord van de Hollandica en de terugvaart is aan boord van de Britannica. Jaarlijks wordt ongeveer 120 uur gemonitord.

 

 

 

 

Twee bruinvissen voor de boeg

Waarnemingen

De meest voorkomende walvisachtige in het monitoringsgebied (en in de Nederlandse wateren) is de bruinvis (Phocoena phocoena). In de jaren nam het aantal bruinvissen die door Rugvin waarnemers gespot werden toe, met als voorlopig topjaar 2010 met 403 bruinvissen. Hiervan werden maar liefst 316 dieren waargenomen in april. Het totaal aantal bruinvissen dat in 2011 werd waargenomen lag echter een stuk lager, “slechts” 228. Het totaal aantal waarnemingen van bruinvissen ligt, met uitsluiting van de maand april in 2010, echter een stuk hoger dan in eerdere jaren. In 2015 daalde het aantal bruivnissen echter weer.

 

In de beginjaren werden ook regelmatig witsnuitdolfijnen (Lagenorhynchus albirostris) waargenomen. Deze soort is door de waarnemers van Rugvin een aantal jaar niet meer gezien maar in 2015 noteerden we toch weer een viertal van deze dolfijnsoort. Daarnaast zijn ook incidenteel orka’s, een tuimelaar en niet-walvisachtigen zoals een reuzenhaai en zeehonden (grijze en gewone) waargenomen.

 

Aantal bruinvissen vanaf Stena Line 2005 -2015

Voor elk jaar zijn de waarnemingen opgetekend en terug te vinden in de jaaroverzichten en de kaarten en tabellen die in het jaarverslag van het desbetreffende jaar zijn opgenomen.

 

Naar boven