Persberichten

Hieronder vind je een aantal van de persberichten die Rugvin heeft uitgebracht.

 

Tekort aan voedsel oorzaak hoge sterfte bruinvissen Oosterschelde  (31 mei 2013)

Uit onderzoek naar de doodsoorzaak van de bruinvissen in de Oosterschelde in vergelijking met die uit de Noordzee, blijkt dat verhongering, vermagering en infecties de belangrijkste doodsoorzaken zijn.

Stichting Rugvin heeft, met financiële ondersteuning van het Wereld Natuur Fonds,  afgelopen winter de veterinaire vakgroep diergeneeskunde in Utrecht gevraagd de doodsoorzaken van de in de Oosterschelde aangespoelde dieren te achterhalen voor de  periode 2008- 2012. En hiermee onderscheid te maken tussen deze dieren en de dieren in de totale Noordzee populatie. Er blijkt een behoorlijk verschil te zitten in de doodsoorzaken van deze twee groepen dieren. Van de 60 onderzochte dieren die uit het Oosterscheldegebied kwamen zijn er 8 door verhongering omgekomen. Dit is procentueel vele malen hoger dan in de Noordzee. Negen dieren kwamen om door vermagering met onbekende oorzaak en 10 vanwege diverse infecties.  Van 26 dieren kon niet de exacte doodsoorzaak worden vastgesteld. Het aantal dieren dat omgekomen als gevolg van bijvangst is vermoedelijk één. Dit is procentueel weer een stuk lager dan in  de Noordzee.

Deze uitkomst plaatst de aanwezigheid van de bruinvissen in de Oosterschelde in een heel ander perspectief dan dat van enkele jaren geleden. In 2009 stelde Stichting Rugvin nog de vraag waarom   de dieren in de Oosterschelde bleven op het moment dat hun soortgenoten in de Noordzee in het voorjaar massaal Noordwaarts trekken. Bij een telling verbleven er toen minimaal 37 dieren in de Oosterschelde. Toen er in 2011 meer dan 60 dieren werden geteld en er meerdere kalfjes werden geboren in de Oosterschelde leek het er in eerste instantie op dat de bruinvissen er een ideaal verblijf hadden gevonden.  

De voorlopige conclusie uit het nu nog lopende akoestisch onderzoek blijkt dat bruinvissen moeite hebben door de Oosterscheldekering de weg naar buiten te vinden. Dit is vooral vanwege het lawaai dat door het schurende water wordt veroorzaakt. Later dit jaar wordt dit onderzoek afgerond.

Het zou op zich niet erg hoeven te zijn dat de dieren in de Oosterschelde blijven als er binnen de kering genoeg voedsel zou zijn. Nu blijkt dus dat vooral ook jonge dieren door vermagering en verhongering om het leven komen.

Het dieet van de bruinvissen in de Oosterschelde bestaat bij volwassen dieren vooral uit kabeljauw en wijting maar voor de jonge bruinvissen bestaat  dit vooral uit grondels, m.n. “dikkopjes” een niet zo voedingsrijke vissoort.  Maar wel een soort die veel voorkomt. St. Rugvin is bezorgd over het waarschijnlijk beperkte voedselaanbod voor bruinvissen in de Oosterschelde. Vanwege het gesloten karakter van dit estuarium, en dus ook geringe migratiemogelijkheden, is het belangrijk dat de leefcondities van de bruinvis goed bestudeerd en beschermd worden.

Volgens het Wereld Natuur Fonds (WNF) blijkt uit dit onderzoek dat sterfte van de jonge bruinvissen een directe relatie heeft met het gesloten karakter van onze Delta. "In een open delta komen soorten als jonge haring, spiering, aal en steur in groten getale voor. Deze soorten zijn in een natuurlijke situatie belangrijk voedsel van de bruinvis-moeder en haar jong. Zo lang onze delta afgesloten blijft van de zee en de rivier wordt het probleem van de sterfte van de bruinvis in de Oosterschelde niet opgelost.", licht WNF-directeur Johan van de Gronden toe.  

Het onderzoeksverslag kan op verzoek worden toegestuurd.

 

Zierikzee hotspot voor bruinvissen

28 maart 2012

Onderzoek van Stichting Rugvin toont aan dat het havenhoofd van Zierikzee aan de Oosterschelde de beste plek is om bruinvissen te zien. Deze conclusie kan getrokken worden uit de resultaten van de 3 bruinvisscans uit 2009 – 2011 en het onderzoek vanaf de wal, van het afgelopen najaar, door de studenten, Sophie Neitzel en Lotte Niemeijer, van de HAS Den Bosch. De bruinvis (Phocoena phocoena) is Nederlands kleinste maar ook meest talrijke walvisachtige. Sinds 2009 voert Stichting Rugvin (www.rugvin.nl) bruinvistellingen uit op de Oosterschelde. Het aantal waargenomen bruinvissen wordt jaarlijks steeds groter. Maar voor het gewone publiek is het toch nog lastig om de dieren te zien als je niet weet waar en hoe je precies moet kijken. Daarom is in samenwerking met het Nationaal Park Oosterschelde een onderzoek uitgevoerd om te bepalen waar nu echt de goede plekken zijn voor recreanten en toeristen om bruinvissen waar te nemen. Alle waarnemingen van de scans en de observaties vanaf de kant van het afgelopen najaar zijn naast elkaar gelegd. En hier kwam duidelijk uit naar voren dat de kans op het zien van een bruinvis het grootst is bij het havenpunt van Zierikzee (zie A3 op de kaart). Vanaf deze “hotspot” zijn tijdens de scans en observaties vanaf de kant altijd bruinvissen waargenomen. Dit gegeven houdt in dat de Zeeuwse recreant die een uur of meer tijd investeert bij goede weersomstandigheden (windkracht2 of minder).

Overzicht Hotspots in de Oosterschelde

Overzicht Hotspots in de Oosterschelde

De reden dat de bruinvissen vooral op deze plekken te zien zijn moet vooral gezocht worden in de aanwezigheid van de vissoorten (o.a. sprot, grondelachtigen en wijting) die door de bruinvissen worden gegeten. Deze visdata is verkregen van Stichting Anemoon. De aanwezigheid van vis op de hotspots heeft waarschijnlijk te maken met de waterdiepte. De hotspots zijn allemaal geschikt om de dieren met het blote oog te kunnen waarnemen, maar met een verrekijker krijg je er natuurlijk toch een beter beeld van. En het spotten gaat zelfs beter op een bewolkte dag omdat het lichaam van de dieren dan beter afsteekt tegen de achtergrond. En vanaf begin juni is de kans om kalfjes te zien ook aanwezig. Deze worden dan hier als enige plek in Nederland sinds een paar jaar geboren. 2 juli 2010

Oosterschelde is kraamkamer voor bruinvissen

Uit onderzoek van Stichting Rugvin blijkt dat er dit jaar meerdere bruinviskalfjes geboren zijn in Nationaal Park Oosterschelde. Niet eerder werd vastgesteld dat de dieren ook hier worden geboren. Wel werden eerder jonge dieren in het Nationaal Park waargenomen. De Oosterschelde is de enige plek in Nederland waarvan bekend is dat er kalfjes geboren worden. Op donderdag 1 juli zijn vrijwilligers van Stichting Rugvin op de Oosterschelde ten westen van de Zeelandbrug op zoek gegaan naar moeder kalf groepjes en hebben deze ook kunnen fotograferen. De kalfjes zijn allen in de periode eind mei – juni geboren. Bruinvissen zijn net als dolfijnen een soort walvisachtigen die jaarrond in de Oosterschelde voorkomen. Bij de geboorte zijn de kalfjes 70 tot 80 cm lang, dat is ongeveer half zo groot als hun moeder. Als de kalfjes een maand of vier oud zijn gaan ze voor het eerst zelfstandig wat vis eten. Tot die tijd drinken ze nog melk bij hun moeder. Als ze tussen de vier en acht maanden oud zijn drinken ze steeds minder melk en eten ze steeds meer vis. Na iets meer dan een jaar gaan ze zelfstandig door het leven. Nationaal Park Oosterschelde is één van de weinige plekken in de Nederlandse wateren waar bruinviskalfjes geboren worden. En daarmee is dit gebied uniek. Wat echter nog niet bekend is, is de vraag of deze populatie toe- of afneemt en of er dieren heen en weer zwemmen, onder de Oosterscheldekering door, naar de Noordzee. Vrijwilligers van Stichting Rugvin zijn bezig hierop de antwoorden te krijgen. 19 september 2009 – Unieke bruinvisscan Oosterschelde In de Oosterschelde worden na de afsluiting door de bouw van de Oosterscheldekering nog steeds bruinvissen (Phocoena phocoena) waargenomen. Niemand weet echter hoeveel bruinvissen er hier in totaal zijn. Stichting Rugvin en het Wereld Natuur Fonds hebben besloten om hiervoor een telling te organiseren op zaterdag 19 september. De Oosterschelde stond vroeger in open verbinding met de Noordzee. Zeehonden, walvisachtigen, vissen en andere dieren zwommen net zo makkelijk de Oosterschelde in als uit. In 1986 werd de bouw van de Oosterscheldekering afgerond. De laatste jaren worden er regelmatig bruinvissen waargenomen in de Oosterschelde, maar niemand weet hoeveel dat dit er zijn. Om inzicht te krijgen in het aantal bruinvissen organiseert Stichting Rugvin in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds een telling op zaterdag 19 september. Acht boten varen vanaf de Oosterscheldekering parallel naar het oosten. Vanaf elke boot zullen minimaal 3 "observers" (waarnemers) het wateroppervlak afzoeken naar bruinvissen. Ook worden "Lifeguards" van het Wereld Natuur Fonds ingezet om te helpen bij dit onderzoek. Alle waarnemingen van bruinvissen worden opgetekend op speciale formulieren. Aan de actie doen particuliere schippers vrijwillig mee en ook een boot van Rijkswaterstaat wordt hierbij ingezet. Tussen 09.00 en 10.00 worden de laatste instructies gegeven en rond 11.00 uur starten de boten vanaf 3 havenplaatsen en zullen zij met lage snelheid naar het oosten varen. Gezamenlijk zullen ze in linie onder de Zeelandbrug doorvaren en op het eind van de middag weer terugkeren bij Neeltje Jans. Na afloop van deze unieke gebeurtenis, nooit eerder is dit gedaan, worden alle waarnemingen vergeleken en dubbeltellingen gecorrigeerd. En dan weten we hoeveel bruinvissen er minimaal in de Oosterschelde aanwezig zijn. De scan wordt in het voorjaar van 2010 herhaald. Op 19 september heeft Stichting Rugvin in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds bruinvissen geteld op de Oosterschelde. In eerste instantie gaven we aan dat er 30 dieren zouden zijn geteld. Na nogmaals nauwkeurig alle gegevens te hebben bekeken komen we tot de conclusie dat we op de scan minimaal 37 dieren hebben gezien. Tijdens het bijna windstille weer voeren 8 boten in linie van West naar Oost. De 45 observers waaronder ook 12 Lifeguards van het Wereld Natuur Fonds zagen tijdens deze dag ook 5 jonge dieren (kalfjes). Juli 2009 – Minder witsnuitdolfijnen voor Nederlandse kust Voor de Nederlandse kust zwemmen de laatste jaren steeds minder witsnuitdolfijnen. Dit blijkt uit tellingen die Stichting Rugvin sinds 2005 tussen Hoek van Holland en Harwich uitvoert. In 2005 is Stichting Rugvin gestart met maandelijkse tellingen vanaf de brug van de Stena Line veerboten die dagelijks tussen Hoek van Holland en Harwich varen. Het opvallendste resultaat hiervan is een duidelijke afname in het aantal waargenomen witsnuitdolfijnen (Lagenorhynchus albirostris). Waar de witsnuitdolfijnen in 2005 nog ruim 30% van alle waarnemingen uitmaakten, is dat in 2009 gezakt tot nog maar 3%. Volgens Frank Zanderink, coördinator van Rugvin, is het niet duidelijk waardoor dit komt: "Het lijkt erop of deze soort net zo snel weer uit de Nederlandse wateren verdwijnt als hun verschijning in de jaren tachtig". Naast de witsnuitdolfijnen worden er ook regelmatig bruinvissen gezien. In tegenstelling tot de aantallen witsnuitdolfijnen lijkt hier geen sprake van een grote afname. Het aantal waargenomen dieren per jaar en maand is relatief stabiel. In de maanden februari en maart worden ze het meest waargenomen. Deze piek op zee komt overeen met de piek in waarnemingen die op dat moment vanaf de kust worden gedaan. De minste dieren worden waargenomen in de zomer. Dit wijst erop dat zowel witsnuitdolfijnen als bruinvissen in de zomermaanden wegtrekken naar andere delen van de Noordzee. Rugvin heeft sinds de start van de tellingen in 2005 in totaal 79 witsnuitdolfijnen en 249 bruinvissen waargenomen. Rugvin is in 2005 opgericht met als doel om onderzoek te doen naar walvisachtigen in de Noordzee en de resultaten via voorlichting en educatie aan het Nederlandse publiek bekend maken. Sinds 2005 werkt St. Rugvin samen met Stena Line en verrichten vrijwilligers elke maand tellingen vanaf de veerboot tussen Hoek van Holland en Harwich. Het werk van Rugvin wordt mede mogelijk gemaakt door subsidie van het WNF-INNO-fonds.

Naar boven