Berichtjes Facebook met linken

14/07/2014

De laatste dagen is er in de media veel aandacht geweest voor de hoge sterfte van bruinvissen in de Oosterschelde. Even een korte samenvatting van wat we nu weten…

In 2012/2013 deed de vakgroep Diergeneeskunde in opdracht van Stichting Rugvin, met financiële ondersteuning van het WNF, onderzoek naar de doodsoorzaken van de in de Oosterschelde aangespoelde dieren (periode 2008-2012). N.a.v. dit onderzoek werd geconcludeerd dat verhongering, vermagering en infecties de belangrijkste doodsoorzaken zijn van de bruinvissen in de Oosterschelde. Ruim dertien procent van de aangespoelde bruinvissen bleek te zijn verhongerd, wat veel hoger is dan het percentage bruinvissen dat verhongert in de Noordzee. Zie link.

In maart 2013 concludeerde Okka Jansen dat de Oosterschelde een mogelijke ecologische val is voor bruinvissen (zie link). Uit driedelig onderzoek, verricht door de studenten Lisanne Korpelshoek, Niki Karagouni, Catalina Angel Yunda en João Rodrigues (mogelijk gemaakt door Rijkswaterstaat en het WNF) namens Stichting Rugvin, bleek dat bruinvissen slechts in beperkte mate door de Oosterscheldekering heen zwemmen. Zie link.

In juni dit jaar bleek uit onderzoek verricht door Margherita Zorgno in opdracht van Stichting Rugvin (dankzij de financiële ondersteuning van het WNF en medewerking van diverse partijen) dat een grote afname van de prooivissen van de bruinvis de achterliggende oorzaak is van het grote aantal sterftegevallen door verhongering en vermagering. Er is simpelweg te weinig voedsel voor de bruinvissen, met name voor jonge bruinvissen. De sterfte onder jonge bruinvissen is het grootst door de afname van dikkoppen (grondelachtige) die zo’n 70 procent van hun dieet uitmaken. Zie link.

Het ziet er dus niet rooskleurig uit voor de bruinvissen in de Oosterschelde. Aangezien de bruinvis een graadmeter is voor het gehele ecosysteem maken we ons zorgen om de Oosterschelde als geheel en alles wat er leeft!

Naar boven