Strandingen

Spitssnuitdolfijn in Oosterschelde

0

Gewone spitssnuitdolfijn (Mesoplodon bidens) Foto: Christa de Boks)

 

Op 30 augustus is in de buurt van “Neeltje Jans” in de Oosterschelde een “gewone spitssnuitdolfijn (Mesoplodon bidens) waargenomen. Het dier was toen nog “springlevend” zie beeldmateriaal. Helaas is deze walvisachtige vandaag levend gestrand in de buurt van de Schelphoek (Oosterschelde), waarna het korte tijd later overleed.
Het dier is inmiddels onderzocht aan veterinaire faculteit in Utrecht. Klik hier voor de bevindingen.

 

Kenmerkend is de lange spitse snuit (Foto Christa de Boks)

De familie van de spitssnuitdolfijnen, eigenlijk kleine walvissen, kent 21 verschillende soorten (hiervan zijn de butskoppen de bekendste soorten). De gewone spitssnuitdolfijn die nu dus in de Oosterschelde is waargenomen kan tot 5,5 meter lang worden en wordt normaliter alleen in de  Atlantische oceaan waargenomen. Er is nog niet veel bekend over deze walvisachtige, maar het dier schijnt zich normaliter vooral met inktvissen te voeden.

 

 

Walvisstrandingen website

0

Walvisstrandingen website

Kijk voor alle walvisstrandingen in Nederland naar  de onderstaande website gelanceerd door diverse organisaties.

Deze website geeft een overzicht van welke walvisachtigen waar en wanneer zijn gestrand. Er zit ook een goede zoekmachine waarmee je direct een soort kunt zoeken op de kaart van Nederland. Ook vertelt het wat je moet doen bij strandingen.

Hiervoor kun je ook terecht op onze voorlichtingspagina wat te doen bij strandingen.

Overzicht potvisstrandingen Noordzee

0

Overzicht gestrande potvissen Noordzee 2016

De afgelopen weken spoelden en stranden er geregeld  levende en dode potvissen op de stranden van menig aan de Noordzee grenzend land aan. In totaal zijn er nu 30 dieren geteld op de kusten van Denemarken, Duitsland, Nederland, Frankrijk en Groot Brittannië. En het houdt niet op, momenteel worden er voor de kust van Norfolk opnieuw potvissen gespot.

 

 

 

SOS Dolfijn verhuist naar Texel

0

Bruinvis in de opvang van SOS dolfijn.

Stichting SOS Dolfijn en Ecomare willen nauwer gaan samenwerken om de opvang van en voorlichting over zeezoogdieren in Nederland te optimaliseren. Onlangs hebben de besturen van beide organisaties een intentieverklaring ondertekend. Het is de bedoeling dat SOS Dolfijn in 2017 naar Texel verhuist. De komende periode zullen beide partijen gebruiken om onder andere de financiering rond te krijgen die nodig is om een opvangcentrum van SOS Dolfijn bij Ecomare te realiseren. Dit biedt niet alleen kansen op het gebied van onderzoek en opvangwerk, maar ook voor uitgebreide educatieve projecten en voorlichting over deze dieren en hun leefomgeving.

Bruinvissterfte leidt tot vragen in Zeeuwse Staten

0

Bruinvis in de Oosterschelde.

Nadat Stichting Rugvin vorige week i.s.m. het Wereld Natuur Fonds naar buiten kwam met de achterliggende reden van de hoge bruinvissterfte in de Oosterschelde, zijn er nu in de Provincie Zeeland hierover ook vragen gesteld in de lokale politiek.
Lees hieronder verder.

De PvdA-fractie in Provinciale Staten van Zeeland heeft opheldering gevraagd van het dagelijks provinciebestuur over het lot van de bruinvissen in de Oosterschelde. De fractie drong begin deze week in schriftelijke vragen aan op nader onder­zoek nu uit een studie van de Universiteit Utrecht is gebleken dat bruinvissen in de Oosterschelde door honger doodgaan.

De Statenleden Van Haperen en De Kaart stelden in hun vragen dat de sterfte onder bruinvissen als gevolg van voedselgebrek „een aanwijzing is voor het niet goed functioneren van het ecosysteem in de Oosterschelde.” De twee willen dat Gedeputeerde Staten bezien hoe het leed voor de bruinvis, een kleine walvissoort, kan worden verzacht.
Lees verder in het bericht van het Reformatorisch Dagblad

Grote afname vissen oorzaak bruinvissterfte in Oosterschelde

0

Nadat vorig jaar al duidelijk werd dat verhongering de grootste doodsoorzaak was van de hoge bruinvissterfte in de Oosterschelde blijkt nu dat een grote afname van de prooivissen van de bruinvis hiervan de achterliggende oorzaak is.

Dode bruinvis

Dode bruinvis

Ongeveer 50 % van alle dood gevonden bruinvissen in de Oosterschelde sterven door verhongering of vermagering blijkt uit onderzoek gedaan aan de Veterinaire faculteit in Utrecht. Maar hoe kan dit nu? Is er simpelweg niet genoeg vis meer, vangen de aanwezige vissers of de zeehonden soms alles weg? Of kan wellicht verstoring een mogelijke oorzaak zijn? Stichting Rugvin is het afgelopen jaar in deze vraag gedoken en heeft met gegevens van de Stichting Anemoon en uit de visserijwereld geconcludeerd dat de aantallen, van zo goed als alle prooivissen die de bruinvissen in de OS eten, de laatste jaren sterk zijn afgenomen in aantal en in biomassa. Wijting, kabeljauw, haring en dikkoppen (een grondelachtige) kennen sinds een tiental jaren een sterke achteruitgang. Van de wijting komen slechts nog vooral de zeer grote exemplaren voor, te groot voor de bruinvis. Maar vooral de afname van de dikkoppen (grondelachtige) is funest voor de jonge bruinvissen die na de zoogtijd in het najaar grote moeite hebben hun eigen voedsel te vangen. Kortom er is simpelweg te weinig voedsel voor de bruinvissen en voor de juvenielen is de sterfte het grootst.
Dat zeehonden niet het zelfde probleem ondervinden, ze leven namelijk gedeeltelijk van de zelfde vissoorten is te verklaren dat zeehonden veel makkelijker de OS verlaten, door de Oosterscheldekering heen, dan dat bruinvissen dit doen. Die durven door het hier gemaakte lawaai veelal de OS niet te verlaten (St. Rugvin 2013).
Maar hoe is de afname van de prooivissen te verklaren? Dit wordt in ieder geval niet veroorzaakt door de geringe visserij of door de aanwezige zeehonden. Het antwoord ligt waarschijnlijk besloten in het begin van de voedselketen waar de Japanse Oester (een door mensen uitgezette exoot) veel voedsel consumeert waarvan ook de meeste vislarven leven en er zodoende te weinig overblijft voor hen om op te groeien. Het feit dat de instroom van voedselrijk rivierwater in de Oosterschelde ook al jarenlang is geblokkeerd door alle sluizen en keringen, maakt het er ook niet beter op. Een mogelijke oplossing zou dus kunnen zijn het aantal Japanse oesters te laten afnemen en/of een toename van voedselrijk rivierwater in de Oosterschelde.

Bruinvis in Oosterschelde (Foto E. Schrijver)

Bruinvis in Oosterschelde (Foto E. Schrijver)


Gelukkig zijn er nog steeds enkele tientallen bruinvissen in de Oosterschelde, hoeveel precies wil Stichting Rugvin met de volgende telling deze zomer gaan vaststellen a.d.h.v. hun jaarlijkse telling.

Het volledige rapport is hier te downloaden.

 

Tuimelaar Oosterschelde dood gevonden

0
Tuimelaar

Tuimelaar

Sinds enkele dagen gingen er sterke geruchten de ronde dat er een dolfijn (misschien zelfs 2) in de Oosterschelde zou rondzwemmen. Vier mensen hebben een waarneming gemeld van een dolfijn in de Oosterschelde. Het zou vermoedelijk gaan om een tuimelaar. Vanmiddag, 27 juni, kwam het bericht binnen dat er een dode dolfijn bij Krabbendijke is gevonden. Het bleek inderdaad om een tuimelaar te gaan. Een vrouwtje van  ca 2,65 m.

Het dier is opgehaald en voor verder onderzoek naar de veterinaire faculteit in Utrecht gebracht.

In 2007 werd er eerder een tuimelaar in de Oosterschelde gespot die ook enkele weken later dood werd aangetroffen.

Tekort aan voedsel oorzaak hoge sterfte bruinvissen Oosterschelde

0

Dode jonge bruivnis

Dode jonge bruivnis

Uit onderzoek naar de doodsoorzaak van de bruinvissen in de Oosterschelde in vergelijking met die uit de Noordzee, blijkt dat verhongering, vermagering en infecties de belangrijkste doodsoorzaken zijn.

Stichting Rugvin heeft, met financiële ondersteuning van het Wereld Natuur Fonds,  afgelopen winter de veterinaire vakgroep diergeneeskunde in Utrecht gevraagd de doodsoorzaken van de in de Oosterschelde aangespoelde dieren te achterhalen voor de  periode 2008- 2012. En hiermee onderscheid te maken tussen deze dieren en de dieren in de totale Noordzee populatie. Er blijkt een behoorlijk verschil te zitten in de doodsoorzaken van deze twee groepen dieren. Van de 60 onderzochte dieren die uit het Oosterscheldegebied kwamen zijn er 8 door verhongering omgekomen. Dit is procentueel vele malen hoger dan in de Noordzee. Negen dieren kwamen om door vermagering met onbekende oorzaak en 10 vanwege diverse infecties. Van 26 dieren kon niet de exacte doodsoorzaak worden vastgesteld. Het aantal dieren dat omgekomen als gevolg van bijvangst is vermoedelijk één. Dit is procentueel weer een stuk lager dan in  de Noordzee.

Lees meer in het volgende artikel.

Of lees het Persbericht mortaliteit bruinvissen Oosterschelde

 

Grijze zeehond achter dood bruinvissen

0
Grijze zeehond (foto Jan Haelters)

Grijze zeehond (foto Jan Haelters)

18 oktober presenteerde Jan Haelters (BMM) tijdens een symposium te Amsterdam het resultaat van het onderzoek van twee bruinvissen. Die waren in september 2011 aangespoeld te Knokke-Heist en te Oostende. Er werd aangetoond dat de dieren gedood en hoogstwaarschijnlijk gedeeltelijk opgegeten waren door grijze zeehonden. Een uitgebreid verslag hiervan wordt volgende maand gepubliceerd in het Amerikaans wetenschappelijk tijdschrift Aquatic Mammals. De auteurs, J.Haelters, F.Kerckhof, S.Degraer van het KBIN en T.Jauniaux van de Universiteit van Luik, kwamen tot de verrassende conclusies door een uitgebreid en gedetailleerd onderzoek van de verwondingen van de twee bruinvissen, gevolgd door een vergelijking met de tandstructuur van bijna 140 zeehondenschedels beschikbaar in musea in België en de omringende landen.

De grijze zeehond kan meer dan 300 kg zwaar worden en is een opportunist die zich vooral voedt met vis, inktvis en af en toe met schaaldieren. Het is echter voor het eerst dat het dier beschreven wordt als predator van een ander zeezoogdier. De bevindingen kunnen een verklaring bieden voor een aantal van de mysterieuze mutilaties op gestrande bruinvissen in o.a. Nederland en België; wetenschappers, natuurbeschermers, vissers en betrokken ambtenaren breken zich hierover reeds enkele jaren het hoofd.

Naar boven