Blog 2018

Elke maand gaan er twee waarnemers aan boord van de veerboten van Stena Line van Hoek van Holland naar Harwich en terug om walvisachtigen te tellen. Meer informatie over dit onderzoek lees je hier. En ieder jaar tellen we de bruinvissen van de Oosterschelde. Nieuwsgierig naar de belevenissen van waarnemers van Rugvin? Klik dan op één van de jaartallen in het menu.

 

17 – 18 februari

Een heerlijk kalme Noordzee.

De tweedaagse trip was eerst een weekend eerder gepland. Maar vanwege de voorspellingen van harde winde en hoge golven was er besloten deze te verzetten naar afgelopen weekend. En dat was een goed keuze! Helaas voor Eef die naar de andere kant van de wereld vertrekt, maar mooi voor Ronald die dit weekend mee kon.

Eenmaal aan boord en gesetteld op de brug keken we over het water heen en “zagen dat het goed” was. Overal rustig water om ons heen, de wind was kalm en eenmaal buiten op zee waren er nauwelijks golven. We maakten ook kennis met een voor ons nieuwe kapitein en ook was Gert Jan een eerste stuurman weer van de partij. Die had ik al in geen kleine 10 jaar meer gezien. Eenmaal buiten de Nieuwe Waterweg zoals gebruikelijk aalscholvers op de rotsen en in het water en verderop zilvermeeuwen en mantelmeeuwen.

Witsnuitdolfijn springend uit het water (Foto niet tijdens deze trip gemaakt!)

Na een halfuur zag Ronald al de eerste bruinvis en even later al weer twee bruinvissen. En zo ging dat wat op en neer dan aan bakboord 1 of 4 dan weer aan stuurboord. Tot Ronald riep “ik zie splashes”! Waar, vroeg ik? Op “12 uur” (=recht vooruit). Ik zag niks, niet wetende dat Ronald ze op minimaal 1,5 – 2 km verderop zag.  Even later zag hij de splashes weer. Toen zag ik ze ook. De een na de andere dolfijn sprong uit het water. Het waren er zeker vier. Maar welke soort was het? Wisnuitdolfijnen of tuimelaars. Zelfs andere soorten dolfijnen zijn hier zeker niet uitgesloten, maar de dieren waren wel vrij groot.  Na enkel minuten stopten de dolfijnen met het uit het water springen. Maar we zagen goed dat het om vier dieren ging. Langzaam kwamen we met de Hollandica dichterbij. Soms waren ze even onder, dan weer kort met hun rugvinnen boven water.  Eenmaal langszij de camera in de aanslag maar nu bleven de dieren onder water. Ik ging naar buiten omdat ik toch wel heel graag wilde weten om welke soort het ging. En plots daar waren ze weer. Een dier kwam met zijn flanken boven het oppervlak uit en toonde de brede witte band op zijn zijde, een witsnuitdolfijn overduidelijk! Aan een ander dier zag ik dat het een stuk kleiner was en een juveniel dus waarschijnlijk.

Dat was echt te gek. Prachtig, al was het in de verte en slechts met verrekijker goed te zien, het wat toch genieten!  Zo vaak zien we geen dolfijnen. Vervolgens kwamen er nog een stuk of zes bruinvissen, als eenling of in paar voorbij.

Karaoke night at the Captain

Daarna ging het snel achteruit met het daglicht en om een uur of zeven moesten we met het spotten stoppen. het was een mooie en goede dag.

We overnachten in de Captain Fryatt, waar die avond een karaoke avond werd georganiseerd. Laat ik daar maar niet al te veel over schrijven 🙂

De volgende ochtend konden niet echt makkelijk het hotel uit. Alles zat op slot, dus dan maar over de schutting!

De Stena Britannica in het ochtendgloren.

Enfin, de Britannica lag mooi op ons te wachten in de haven van Harwich.

Ook aan boord van de Britannica ontmoeten we een voor ons nieuwe kapitein. Die liet als snel zijn foto’s zien van de dolfijnen en bultruggen die hij had gemaakt bij Cape Cod aan de oostkust van de VS.

Overal jan-van-genten op het water en in de lucht, vliegend of duikend.

De verwachtingen waren na de vorige dag best hoog, maar toch duurde het enkele uren voren we de eerste bruinvis zagen. En vervolgens nog een paar. Maar het aantal bleef ver achter bij de verwachtingen. En zeker gezien de honderden, zo niet duizenden jan-van genten die in groepen op het water zaten of op vis doken van enkele tientallen meters hoogte. Altijd spectaculair. Daar moesten toch bruinvissen tussen zitten? En ja eindelijk daar waren ze. En meteen met zeven tegelijk! Het waren ook meteen de laatste van die dag.

Wat deze tweede dag ook opmerkelijk was de grote hoeveelheid roodkeelduikers (al in zomerkleed!) en waarschijnlijk parelduikers (of ook roodkeelduikers maar dan in winterkleed, dit verschil kan ik niet zien van grote afstand).

Al met al een paar bijzonder dagen!

Frank Zanderink

 

13-14 januari  Waar zijn ze gebleven?

Het is stiekem toch een tijdje geleden sinds ik mij op het water heb begeven. Het vormen van een gezin zorgt voor een hoop nieuwe energie en doelen in het leven, maar het oude leven krijgt zeker een optater. Al helemaal als er naast de nodige hobby’s ook nog een studie en een baan zijn, die naast het gezin aandacht nodig hebben. De wintermaanden op zee zijn altijd een uitdaging. Al helemaal wanneer er niet al te veel opties zijn om de survey te laten doorgaan. De weersvoorspellingen gaven prima vooruitzichten om op het eerste mogelijke weekeind in januari de stena-survey binnen te koppen. Gaan dus!

Zaterdag 13 januari

Zacht licht zorgt voor een fijne sfeer (E. Schrijver)

Na twee dagen van perfect windstil weer is er vandaag een klein briesje te bespeuren in de vlaggenmasten die ik passeer op weg naar de hal van de Stena-line in Hoek van Holland Haven. Hier ontmoet ik Cora Verdijk. Cora is een oud lid van het bruinvis foto-identificatie team van 2016. Leuk om een bekend gezicht te zien. Veel uitleg is er dus ook niet nodig vandaag. Wél is het voor Cora een indrukwekkende gebeurtenis op de brug van de Stena Hollandica. Ik vergeet het nog wel eens, maar het is een bijzonder groot schip. Op 30 meter hoogte razen we zometeen met 35 kilometer per uur over het water. Nu lijkt het alsof we stil staan in Madurodam. Alles lijkt met een factor tien te krimpen op deze hoogte. Wanneer de toeter klinkt om de Nieuwe waterweg op de hoogte te stellen van ons vertrek, zorgt het licht voor een goede sfeer op het water.

Het laatste zeezoogdier van vandaag. (E. Schrijver)

We zullen vandaag helaas lang niet de overkant halen in daglicht. We hebben nu hooguit nog twee en een half uur om te zoeken, voordat de zon voor ons in het water zakt. Volg goede moed starten we met een licht briesje in de rug van windkracht drie. Meestal is het eerste uur vanuit de 2e Maasvlakte één van de betere, met normaliter een hoop bruinvissen. Nu blijft het angstvallig stil. Een paar gewone zeehonden laten zich wél zien. Ook zijn er zo nu en dan wat zeekoeten en alken te zien op het water. Dit is voor mij altijd een indicator dat het in ieder geval niet aan mij ligt dat ik niets zie. Een wankelend zelfvertrouwen zorgt vaak voor verminderde concentratie en een afname aan motivatie. Ik meen vanuit mijn ooghoek twee keer een bruinvis te zien verdwijnen met een minuutje ertussen. Hoewel ik het bijna zeker durf te zeggen dat het er één was, heb ik niet de zekerheid en glipt er waarschijnlijk toch één tussen onze vingers door.

Het begint nu te schemeren en de kansen om nog wat te zien slinken snel. Dan is daar in de verte commotie in het water. Twee drieteenmeeuwen wijzen mij op het laatste zeezoogdier van vandaag. Een gladde rug zonder vin en een grove kop vertellen mij dat het hier gaat om een grijze zeehond.

Pas één keer eerder bereikte ik Harwich met een blanco waarnemingsformulier. Graag hadden we licht gehad gedurende de gehele overtocht. In ieder geval durven wij te concluderen dat er gewoonweg weinig bruinvissen te zien waren vandaag.

Zondag 14 januari

Met open muil. (E. Schrijver)

Een nieuwe dag met nieuwe kansen. Na bijna drie jaar van afwezigheid is de gangway ofwel loopplank in Harwich hersteld en begaanbaar voor het publiek. Voor ons passeert de open muil va de Britannica die vol stroomt met vrachtverkeer.

Vol vertrouwen bezetten we de brug van de Britannica. Helaas houdt het weer zich niet aan de afspraak en is de wind vandaag een matige windkracht 4 tot 5. Net buiten Harwich passeert een roodkeelduiker. Een normale verschijning in de kuststroken van onze Noordzee in de winter.

Vluchtende roodkeelduiker

De familie der duikers lijken een beetje op XXL-futen. Een slangachtig uiterlijk in de vlucht, poten ver naar achter en vaak ver voor de boot opvliegend. Vanwege dit gedrag vaak ongezien zonder verrekijker. Duikers broeden rond en in de poolcirkel op zoet water, maar zoeken het zoute water van de kuststreek op om te overwinteren. Het zijn er wel erg veel. Ik tel er in het eerste uur na uitvaren ongeveer 250 tot 300. Gisteren passeerde er in totaal een tiental aan de Nederlandse kant. Dan is dit wel van een andere orde.

Dan is daar ineens dat bekende ronde silhouet, wat rollend weer onder het wateroppervlak verdwijnt. Het is de eerste bruinvis. Overduidelijk zichtbaar en niet moeilijk te vinden. Ook Cora krijgt het dier in de smiezen en weet nu precies wat we moeten vinden. Het is ook wel een mentale boost. Als er gisteren wat bruinvissen in ons gebied zaten, dan hadden we er echt wel en paar kunnen tellen. In ieder geval piekt de motivatie weer. Binnen een kwartier is het weer raak met een tweetal dieren die op redelijke afstand de boot passeren. Gaat het dan nu eindelijk beginnen? Vol energie staan we te turen, maar het blijft wederom stil. Er is ook weinig vogelleven meer te bespeuren.

Wegspuitende witsnuitdolfijnen. (E. Schrijver)

Drie uur gaan voorbij en ik begin met mijn gedachten te dwalen. Het is tijd voor een kopje koffie. Ik loop naar Cora om haar te vragen of zij ook wat wil. Op dat moment springt ze op uit de stoel. “DOLFIJN!”. Het zal toch niet waar zijn? Ik hoor het woord “porpoise” vallen bij de bemanning. De grote witte stukken schuim in het water waar de dieren verdwenen vertellen een ander verhaal. Dan schieten er drie grote vinnen op zwart-witte ruggen door het water. Met een rotgang ontwijken de witsnuitdolfijnen het schip. Ze laten zich op een meter of 150 goed zien. Wanneer ze de boot hebben ontweken kalmeren de dieren en laten ze zich nog een aantal keer zien. In de commotie moeten we even concentreren, maar constateren we dat het om drie dieren gaat.

Dit is precies wat we nodig hadden. Het is taai vandaag. Gelukkig is het harde speurwerk nu beloond met een niet alledaagse waarneming van witsnuitdolfijnen op de Noordzee! Na deze opwinding blijft het ook nu stil. Pas een uur later kan ik nog één bruinvis op het formulier vereeuwigen. Alle hoop rust nu op het gebied voor de 2e Maasvlakte. Hopelijk was gisteren een uitzondering. Het water vlakt bijna volledig af. De ongewoon grote hoeveelheden regenwater dat wordt geloosd zorgt voor een hoop bewegend water waar de wind geen vat op krijgt. Weer zien we niets. Geen bruinvissen of zeehonden. Zelfs nauwelijks vogels. Zou de overvloed aan zoet water hier iets mee te maken hebben? Het blijft natuurlijk speculeren. Feit is dat we de eerste trip van 2018 afsluiten met slechts vier bruinvissen en drie zeer welkome witsnuitdolfijnen. Hopelijk laten de bruinvissen wat meer van zich zien de komende maanden.

Ernst Schrijver

Naar boven