Blog 2016

Elke maand gaan er twee waarnemers aan boord van de veerboten van Stena Line van Hoek van Holland naar Harwich en terug om walvisachtigen te tellen. Meer informatie over dit onderzoek lees je hier. En ieder jaar tellen we de bruinvissen van de Oosterschelde. Nieuwsgierig naar de belevenissen van waarnemers van Rugvin? Klik dan op één van de jaartallen in het menu.

21-22 oktober

Dramatische luchten boven de Noordzee

Een paar weken geleden ontving ik een email waarin werd gevraagd naar een tweede observer die mee kon om bruinvissen te tellen vanaf de Stena Line. Ik heb deze zomer regelmatig vanaf een klein bootje van Stichting Rugvin, genaamd het ‘Zeevarken’ de bruinvissen van de Oosterschelde geobserveerd en gefotografeerd. Dit was dus wel even iets anders! Maar wel een leuke nieuwe uitdaging! De ferry’s die tussen Hoek van Holland en Harwich varen zijn 240 meter lang (ter vergelijking, het Zeevarken is maar 3,3 meter ‘lang’) en het observeren gebeurt vanuit de brug op zo’n 35 meter hoogte. Dat biedt nogal een ander perspectief in vergelijking met bruinvissen bekijken vanaf het Zeevarken.

De weersvoorspellingen voor vrijdag 21 en zaterdag 22 oktober zagen er goed uit, dus de reserveringen voor de overtochten en de overnachting werden vastgelegd door Ernst. Op vrijdag hadden Ernst en ik aan het begin van de middag afgesproken in Hoek van Holland en gingen we aan boord van de Stena Hollandica. Daar liepen we nog even het protocol door en liet Ernst zien waar alle gegevens over bijvoorbeeld de windsnelheid en waterdiepte van het scherm in de brug afgelezen konden worden.

Om 14.15 was het zover, de Stena Hollandica was klaar om te vertrekken naar het Engelse Harwich. Na het passeren van het havenhoofd van Hoek van Holland begon voor ons de telling, waarbij we allebei een kant voor ons rekening namen. Aan het begin van de overtocht werden er twee bruinvissen waargenomen, daarna werd het wat bruinvissen betreft erg stil. Wel zagen we diverse soorten zeevogels. Naast de regelmatig aanwezige jan-van-genten waren er ook dwergmeeuwen, een grauwe pijlstormvogel en een grote jager (met dank aan Ernst voor de determinaties). Doordat het donker begon te worden moesten we het observeren iets voor het bereiken van de eindbestemming staken. Aangekomen in Engeland zijn we een drankje gaan drinken en hebben we daarna overnacht in een plaatselijk hotel.

Terug in Hoek van Holland

De volgende ochtend vertrokken we om half 8 richting de terminal om aan boord van de Stena Britannica te gaan. Na het ontbijt zochten we de brug op om weer te gaan observeren. De wind was net als de dag ervoor toch iets krachtiger dan voorspeld, waardoor het zoeken naar bruinvissen tussen de golven met witte koppen wat lastig was. Meer richting de Nederlandse kust werd de zee kalmer, maar ondanks de betere omstandigheden lukte het nog steeds niet om een bruinvis waar te nemen. Ook waren er maar weinig zeevogels aanwezig. Pas op het allerlaatste stukje, langs de dijk van de Maasvlakte, vond Ernst toch nog een bruinvis die zich een paar keer liet zien! Dat zorgde voor een magere eindstand van in totaal drie bruinvissen voor deze overtochten. Natuurlijk is het waarnemen van meer bruinvissen leuker, maar ook het lage aantal bruinviswaarnemingen tijdens deze twee dagen is interessante informatie. Hopelijk hebben de observers komende maand meer succes met het vinden van bruinvissen!

Annemieke

10-11 september

Bruinvis vanaf de brug Stena Line

In het weekend van 10 en 11 september heeft een bruinvissurvey plaatsgevonden tussen Hoek van Holland en Harwich. De telling is uitgevoerd door Lieuwe Anema en Daniel Beuker. Er zijn 38 bruinvissen geteld.

Voor zaterdag was de voorspelling redelijk met in het vooruitzicht een heerlijke dag op zondag. De zaterdag pakte nog even wat slechter uit dan verwacht waardoor een uur  lang de zee te ruig was om te tellen. Op zondag begon de dag vrijwel windstil. De eerste anderhalf uur is er geteld gedurende Bft één, wat inhoudt dat de zee vrijwel vlak is met lichte ribbels. Prachtig. De rest van de telling hebben er enkel lage golven gestaan en waren de omstandigheden erg goed te noemen.

Op zaterdag was de verwachting niet erg hoog. Toch wisten we nog zes bruinvissen in de kijker te krijgen. Zeevogels lieten zich matig zien. Enkele Jan van Genten een grote jager en een noordse stormvogel zijn gezien.

Zondag lag de verwachting hoger. Even voorbij de pier van Harwich kon de eerste bruinvis worden opgeschreven. Tegen de verwachting in bleef het nog relatief rustig. Enkele solitaire bruinvissen kruisten ons pad. Wat opviel is dat de zeezoogdieren, wanneer ze werden opgemerkt, zich erg slecht lieten bekijken en terugvinden. Net op het moment dat het inzakte liet een grotere dolfijn zich zien aan de bakboordzijde van het schip. Het dier had een grote sikkelvormige rugvin met een grijze veeg daaronder. Inmiddels was de tweede waarnemer gearriveerd en pikte we een dier even voor ons op. Dit moest een tweede dolfijn zijn. Op een afstand van 400 meter met goede lichtomstandigheden werden de zelfde kenmerken als bij het vorige dier gezien. Nu is zelfs ook een kleine snuit en een licht zadel achter de rugvin vastgesteld. Twee witsnuitdolfijnen dus! De dieren hebben zich een keer of tien laten zien. Met een verhoogde hartslag en een ervaring rijker hebben de waarnemers hun positie weer ingenomen. Enkele bruinvissen en nu ook on groepen, zijn nog gezien. In totaal zijn deze dag 32 bruinvissen gezien. Evenals de zeezoogdieren waren er ook meer zeevogels zichtbaar. Jan van Genten waren beter vertegenwoordigd. Vier grote jagers en vijf kleine jagers lieten zich goed bekijken. Eén kleine jager, welke op ooghoogte langs vloog, was nog volledig in zomerkleed. Twee grauwe pijlstormvogels lieten zich erg goed bekijken. Opvallend was, met name in de Engelse wateren, de aanwezige zangvogeltrek. Enkele groenlingen, kneuen en veel graspiepers trokken laag over zee zuidwaards.

Verder zijn er enkele gewone zeehonden en een grijze zeehond gezien. Erg leuk waren twee gepen die waarschijnlijk bejaagd werden en telkens boven het water uitsprongen.

Kortom, het was zeer de moeite waard. Op de boten van Stena Line hebben we ons zeer welkom gevoeld. Hiervoor dank!

Lieuwe Anema en Daniël Beuker

 

24 juli De onregisseerbare natuur: Bruinvistelling 2016

Bruinvis tijdens de telling (Foto Kees Vliet Vlieland)

Wow”. Ineens duikt er op amper 10 meter afstand een flinke bruinvis vlak voor m’n neus op. Zo dichtbij. Het is 24 juli 2016 en vaar met de ‘Vreemd’ mee op zoek naar bruinvissen voor de jaarlijks bruinvistelling van Stichting Rugvin.

Het wateroppervlak van de Oosterschelde is rustig golvend; een schijnbaar niet transparante massa. Een substantie waar beeld er amper toedoet; een wereld van geluid en vormen. Zoogdieren, vissen, wieren, fytoplankton, weekdieren, wormen, geleedpotigen… Deinende, zwevende of zwemmende wezens met of zonder hartslag. Soms krijgen we een glimp te zien van de wereld die zich daar afspeelt.

Plots. ‘Een bruinvis! Daar!’. Iedereen hangt over de reling.

Één…twee…drie…  Weg.

Het spotten van een bruinvis voelt op een of andere manier een soort van ‘exotisch’ aan. Eigenlijk elke keer weer. En ik ben niet de enige die dit zo ervaart. Je merk het ook aan de andere opvarenden. We weten dat ze er zitten, je gaat er van uit ze te zien en toch zijn we opgetogen verrast. Met vierentwintig waarnemers verdeelt over acht boten kammen we in een rechte linie de Oosterschelde uit. Een ook wereldwijd gezien unieke gebeurtenis. Je hoopt ze te zien, te ontmoeten. Niet alleen omdat je deze ervaring wilt en/of deel wilt uitmaken van een groot onderzoek, maar vooral ook omdat je wilt dat het simpelweg goed gaat met de populatie. Dat ze er zijn, dat ze er blijven.

De bruinvis staat als toppredator aan het hoofd van de voedselketen. Je zou kunnen zeggen dat het een indicatorsoort is. Hetgeen kort door de bocht wilt zeggen dat wanneer het slecht gaat met de bruinvis, er iets alarmerends aan de hand is met zijn leefomgeving. Bruinvissen (Phocoena phocoena) maken behalve van de Noordzee, ook deel uit van het bijzondere natuurgebied ‘Nationaal Park Oosterschelde’; een kwetsbaar vrijwel afgesloten systeem waar recreatie en economische gewin naast elkaar floreren. In die bak water van 350km2 is het leven onderhevig aan allerlei variabelen en zijn de wezens onderwater in heftigere strijd van overleven verwikkeld dat een beschermd gebied zou impliceren. De betrekkelijkheid ervan is onder andere onder invloed van veranderende watertemperaturen, antropogeen geluid, afval, faunavervalsing en soorten waarvan je als bruinvis blijkbaar een prooi bent. De bruinvistelling vindt voor de achtste keer plaats. Dit betekent dat er patronen zijn te ontdekken. We nemen hypotheses aan en het urgentiegevoel van het doen naar onderzoek neemt toe. De sleutel tot natuurbescherming is kennis; we know.

De wind trekt wat aan. We blijven verder zoeken naar bruinvissen. Wijzelf komen nog wel twee soorten zeehonden – lekker luierend op een zandplaat – en wat zeevogels tegen. De overige boten spotten samen nog eenentwintig bruinvissen inclusief twee kalfjes. Echter wij spotten naast de vier die we gezien hebben, verder geen bruinvissen meer. Eén van de opvarenden is voor de eerste keer mee en ik voel een lichte soort van verantwoordelijkheidsgevoel hem nog meer bruinvissen ‘te laten zien’. Onzin natuurlijk; het is niet mentaal af te dwingen. En al helemaal niet te regisseren. De natuur is wat het is. Voor ons de afweging hoe wij onze eigen invloed minimaliseren – of juist kunnen aanwenden – om een ecosysteem de ruimte te geven zijn balans te vinden en te houden. Dat is wat we kunnen doen. Plus…tja…gewoon vragen blijven stellen en onderzoek verrichten! 😉

Nicolle van Groningen

 

9-10 april 2016

Jan-van-gent (foto E. Schrijver)

Na een vertraagde treinreis naar Hoek van Holland haven kwamen we om 12:45 aan op de Stena Hollandica. Vandaag bruinvissen spotten! Eerst gaf Ernst uitleg over de tabellen die ingevuld moesten worden, over coördinaten, bodemdiepte en windsnelheid.

Het was zaterdag helaas bewolkt en winderig, waardoor spotten van bruinvissen lastig werd. Maar toch hebben we op de heenweg 8 bruinvissen gespot. De eerste die ik zag was op Engelse bodem. Ernst legde uit dat hier het water bruiner wordt en daardoor zie je de grijs/zwarte bruinvissen beter, als krenten in brood. Na 5 minuten gebeurde dat ook recht voor de boot. De bruinvis was erg rustig en kwam 3 keer met zijn kleine rugvin boven water.

Tijdens de tocht hebben we ook meerdere zeevogels gezien. Als eerste een mooie volwassen Jan van Gent met witte vleugels, zwarte punten en blauwe ogen. Deze bleef rond de voorkant van de boot vliegen, waardoor we hem mooi konden fotograferen. Andere vogels die we zagen waren drieteenmeeuwen, waaghalzen die voor de boeg vlogen en zwarte alken, die als ze de boot zagen snel onder water doken. Iedere vogel vliegt anders en reageert anders op de grote Stena Hollandica.

Aankomst bij haven Harwich (S. Wigman)

Rond 19 uur Engelse tijd kwam de haven in zicht, nog net op de valreep een bruinvis, die snel weg zwom in tegengestelde richting. De boot was erg druk met Engelse vakantiegangers, die na het einde van hun vakantie weer terugkeerden naar huis.

We zijn gaan lopen naar een typische Engelse B&B, om 21 uur kwamen we aan. Nog even naar de pub om de dag door te nemen en daarna slapen. Het ontbijt op zondag was witte bonen in tomatensaus, gefrituurd brood en “scrambeld eggs”. Met zo’n ontbijt moet je wel de dag doorkomen. Vandaag minder bewolking en de wind zou iets gaan liggen. Dus we hoopten dat we vandaag 30 bruinvissen zouden spotten. Maar helaas, op volle zee begon de wind aan te sterken tot windkracht 5. Hierdoor waren er meer golven en lastiger zicht. Ernst zag via de vogels waar de bruinvissen zich bevonden, dus gelukkig hebben we in totaal 10 bruinvissen gespot.

Mantelmeeuw (S. Wigman)

Wat me wel erg opviel was hoeveel plastic er in water lag, van ballonnen tot plastic viskratten. Daar moet zeker wat aan gedaan worden, want plastic maakt steeds meer slachtoffers onder het zeeleven.

Ik vond het een hele ervaring dit weekend. Erg lastig om een bruinvis te spotten, voor je het weet zijn ze weer onder water. Ook heb ik veel geleerd over verschillende zeevogels.

Stephanie Wigman

 

Parkeston

19 en 20 maart

Binnenvaren bij Harwich

Zaterdagmiddag 19 maart pakten Ilse en ik de middagboot naar Harwich voor de monitoring trip van de maand maart. Met dank aan Ilse haar zorgvuldige voorbereiding, stonden we tien minuten nadat we ons hadden gemeld in de ontvangsthal al op de brug. Het was mooi windstil in Hoek van Holland, net wat je nodig hebt voor twee dagen turen over zee.

Er zijn maar weinig Rugvin trips waarbij in de haven niet iets wordt ontdekt, voor ons was een gewone zeehond de bonus. Nog in de monding van de Nieuwe Waterweg en met een half oog in het papierwerk schoot de eerste bruinvis voor de boeg weg (net als je klaar zit om te observeren moet je volgens protocol de halve boordapparatuur over pennen). Met maar één andere waarneming na een uur varen, waren de eerste drie uren op zeezoogdieren gebied wat mager. Ondanks de zwakke wind waren de condities buitengaats niet meer dan redelijk. Windfinder had niet gelogen over de golfhoogte, maar de weliswaar lage golfjes klotsten toch behoorlijk door het zoekveld.

De eerste kilometers voor de kust van Nederland zijn altijd de beste voor Zwarte Zee-eenden. Beide overtochten zagen we hier inderdaad een kleine groep naar noord vliegende vogels. Het blijft altijd weer leuk om te zien hoever de meer kustgebonden meeuwen zich de zee op wagen en waar de eerste pelagische soorten zich beginnen te laten zien. Typerend voor de wintermaanden waren er vooral in het Nederlandse deel van de Noordzee best wat zeekoeten en alken te bewonderen in kleine, soms gemengde groepen (totaal op deze dag 20+ per soort), sommige dieren al ver in het zomerkleed. Jan-van-genten ontbreken nooit op de Noordzee en 55 dieren betekende een mooi aantal voor de heenreis. Van de drieteenmeeuw zagen we 40+ vogels. Van de noordse stormvogel, een terechte favoriet van veel Noordzee-liefhebbers, kwamen we 10 vogels tegen.

Drie uur voor aankomst werd het zeeoppervlak behoorlijk vlak en was het daglicht nog verrassend goed. Nu zou het leuk worden. Binnen twee uur zouden we nog 16(!) Bruinvissen zien. Dit deel was onder deze omstandigheden zo productief dat ook de bemanning er voor was gaan zitten en verschillende dieren aanwees, mooie momenten. De door collega’s observers op deze Blog gemelde trek van roodkeelduikers langs de Engelse kust was nog steeds gaande met vele groepjes noord vliegende vogels.

Na een leuke avond in Harwich maakten we ons al vroeg op voor de terugreis. We waren die vorige avond in de pubs een opvallend en opgewekt duo geweest, tussen de verschillende Nederlandse truckers die weken achter elkaar op de parkeerplaatsen in Harwich slapen: “Wat doen jullie hier?’, ‘Bruinvissen tellen!’,‘???’.

Ingang Stour

Een flinke grijze zeehond liet zich zien in de monding van de Stour. Terug op zee waren de fijne condities van de middag ervoor verdwenen. De bewolking was dik vandaag, grauw weer betekent geen contrast tussen het water en de Bruinvissen, dit zou dan ook geen makkelijke dag worden op het bruinvissen front. Pas om 12:45 Nederlandse tijd hadden we de eerste vlugge waarneming. Binnen een uur volgden nog twee korte waarnemingen. Een uur voor binnenkomst zagen we vervolgens eerst eenmaal 1 bruinvis snel gevolgd door een groep van zeker 6 bruinvissen. Voor de monding van Nieuwe Waterweg spotte Ilse nog een laatste dier waarmee de totaal score voor het weekend op een mooie 28 bruinvissen kwam. Zeevogels zagen we deze terugweg in dezelfde verhoudingen als op heenweg. Wel zagen we deze zondag twee keer zoveel noordse stormvogels (20), wat best door de hardere wind zou kunnen komen. Zonder twijfel een geslaagde maart trip!

Groet, Maurice Tijm

 

 

13 en 14 februari 2016

Grote mantelmeeuw

“Kijk!”. Frank wees naar beneden. Fronsend keken we samen zo’n 35 meter de diepte in naar een zeemeeuw die zich vlak boven het wateroppervlak duidelijk druk zat te maken. Wat doet die nou? Onder de vogel verscheen een flinke schaduw. Op de snuit gevolgd door de reden van de commotie; een dikke vette vis. Echter – tikje teleurstellend voor de vogel – zat dit lekkere hapje geklemd tussen de kaken van een zeehond. De zeehond leek te grijnzen doordat de kop en de staart van de vis iets omhoog krulde. Wij grijnsden terug.

ruige zee

Midden op zee kun je van alles tegen komen. Waaronder bruinvissen. En daar kwamen we voor. Het tellen van bruinvissen is niet zo heel eenvoudig; dat weet je voordat je mee gaat. Maar toch. Ik ging voor de eerste keer mee en ging er met mijn onderzoekservaring naar de gewone dolfijn en enkele survey’s naar de bruinvis op de Oosterschelde vanuit dat dit een eitje zou zijn. Well. Not. Ten eerste bevind je je op de brug van de 250 meter (!) lange Stena Line en kijk je dus vanaf een hoogte van 35 meter. Dat is iets anders dan vanaf een catamaran, zeil- of rubberboot. De golven lijken vanaf 35 meter lieflijke deiningen waarvan je denkt met gemak een bruinvis in te kunnen ontwaren. Beelden van gracieus op de golven rijdende dolfijnen zitten in je achterhoofd. Ik heb de luxe dat dit daadwerkelijk mijn referentiekader is. Echter, je moet rekenen op kleine driehoekjes die net boven het water uitpiepen. Met hoge concentratie zat ik daarom de hele tocht tegen het raam geplakt. Kortom, het vergt anders kijken en je eventuele romantische beeld bijschaven naar een wat realistische versie. Hetgeen je ook moge verwachten van een onderzoeker. Juist.
Uiteindelijk konden we tijdens deze tocht veertien bruinvissen registreren; drie op de heenweg, de rest op de terugweg. Ook zag Frank een overleden bruinvis. Het kadaver dreef triestig aan het wateroppervlak in gezelschap van aas etende meeuwen; “the circle of life in practice”. Je verwacht dit met 360 graden aan water om je heen niet te zien, maar heel af en toe geeft deze schijnbaar onmetelijke watervlakte een glimp van het verval dat zich normaal in de diepte afspeelt. Al valt het met die diepte van de Noordzee wel mee. Gedurende het gehele traject kwam de dieptemeter niet verder dan 48 m. Dit is inclusief de zes meter diepgang van het kolossale schip. Een bijzonder comfortabel kolossaal schip by the way.

De Brug van de Britannica

Gedurende het veldonderzoek zit je boven op de brug in het domein van de kapitein. De vriendelijke bemanning zoekt af en toe met je mee. Nieuwsgierig vroegen ze naar feiten rondom de gestrande potvissen. Op de vraag of ze zelf een levende waren tegengekomen was het antwoord ontkennend. Wel zagen ze heel af en toe een bultrug en dolfijnen. Plotseling was er helemaal geen aandacht meer voor ons; de motoren vielen uit. Er was al af en toe een luid gepiep te horen maar dat leek niet bijzonder alarmerend. Totdat alles uitviel. Het dobberen – ja serieus, zo’n drijvend gebouwcomplex dobbert ook – duurde een klein half uur. Niets aan de hand. Ik tuurde weer verder door de op het raam afgetekende regendruppels.

De regen kletterde af en toe flink op het raam

De regen was redelijk vervelend voor het speuren, maar het had ook wel weer wat. Het afstevenen op een regengordijn, welke niet zou misstaan in een film over de Vliegende Hollander, gaf de donkergroene zee uitlopend naar blauw-zwart een prachtig vergezicht. Uiteindelijk werd de lucht lila van kleur met zelfs een keer een immense regenboog. Bepaald geen vervelende tijdsbesteding. Het urenlang afspeuren van de woeste golven doe je daarbij ook nog eens vanuit een comfortabele stoel met koffie – en hoe handig, een vogelgids – binnen handbereik. Om het halfuur registreer je gegevens als positie, temperatuur, koers, windkracht en diepte. Maar ook andere opvallendheden worden opgetekend en dit geval waren dit vijf sepia skeletten, wat drijfvuil, veel jan-van-genten, heel veel zeekoeten, een aantal stormvogels, een grote jager en…. een grote grijnzende grijze zeehond.

Nicolle van Groningen

 

23 en 24 januari 2016

Observersview

Voor de maand januari stonden Richard Witte en Daniël Beuker op de rit voor de bruinvissurvey. In het weekend van 23 en 24 januari was de voorspelling aardig goed en de waarnemers troffen elkaar in de haven van Hoek van Holland. De verwachting was vrij hoog. In de tweede helft van deze maand waren namelijk al veel zeezoogdieren gezien. Zo werden er meldingen voor de Nederlandse kust gedaan van potvissen (ook strandingen), bultruggen, gestreepte dolfijnen (stranding), gewone dolfijnen, witsnuitdolfijnen en honderden bruinvissen.

 

Front met slecht weer

Na het doornemen van het protocol namen de waarnemers plaats op de brug van de Stena Hollandica. Met nog 3,5 uur daglicht in het vooruitzicht zat de stemming er goed in. Bij het uitvaren werd de eerste bruinvis gezien ten noorden van de pier. Omdat we volgens protocol pas tellen vanaf het einde van de pier is dit dier niet in de telling opgenomen. Eenmaal buiten trok de wind aan tot een ruime vier Beaufort. Tussen de golven was het vinden van zeezoogdieren al een uitdaging geworden. Pas na twee uur werden de eerste bruinvissen gezien. Een tweetal zwom op een halve kilometer afstand richting noordwest. Voor dat het duister inviel is er nog één bruinvis gezien. Dit verliep niet helemaal naar verwachting, maar toch drie bruinvissen vandaag.
Meer geluk was er met het aantal zeevogels. Januari en februari zijn met uitstek de maanden dat alk-achtigen zich laten zien in het Nederlandse deel van de Noordzee. Zeekoeten kun je dan aantreffen in rijen zwemmend tot enkele tientallen bij elkaar. Zo werden op de route naar Harwich een kleine 250 zeekoeten gezien. Erg spectaculair waren de waarnemingen van papegaaiduikers, waaronder een groep van acht vogels.

Mist betekent niet tellen

Op de terugweg was er mist voorspeld. Met vijf Beaufort waren de golven aardig lastig en lagen er af en toe plakkaten schuim op het water. De bewolking maakte de waarneemomstandigheden nog aardig aangenaam. Al vrij snel werden de eerste bruinvissen waargenomen. Waarschijnlijk bestonden meerdere waarnemingen uit één grotere groep bruinvissen aangezien deze vaak kort op elkaar zaten. Het aantal waarnemingen van groepjes van drie of vier dieren doet vermoeden dat solitaire bruinvissen mogelijk gemist zijn door de matige omstandigheden. Even voor de Nederlandse kust heeft de telling een uur stil gelegen wegens mist. Hoewel het hard werken was zijn er op de terugweg toch nog 22 bruinvissen gezien wat een triptotaal van 25 bruinvissen voor januari neerzet. Ten opzichte van eerdere jaren is dit helemaal niet verkeerd. Uiteraard heeft dit veel met de weersomstandigheden te maken. Zo werden er eerder in 2015 1, in 2014 6 en in 2013 36 bruinvissen waargenomen. Tweemaal werd deze trip een grijze zeehond gezien en éénmaal een gewone zeehond. Helaas bleven waarnemingen van andere zeezoogdieren uit.
Op de terugweg op de Stena Britannica hadden we meer daglichturen in de Engelse wateren. Bij vertrek werden er enkele roodkeelduikers gezien. Zeekoeten werden veel gezien met een groepsgrootte van maximaal tien vogels liep het totaal van de dag op tot een kleine 400. Opvallend was dat 30% van de vogels al in zomerkleed was. Deze keer werden er ook alken waargenomen. Ruim dertig stuks werden opgemerkt. Verder werden nog enkele noordse stormvogels en tientallen Jan van Genten gezien. De Jan van Genten waren vrijwel allen adult.
Hoewel de verwachting door eerdere waarnemingen van bijzondere zeezoogdieren erg hoog lag denk ik dat we erg tevreden kunnen zijn met 25 bruinvissen en prachtige waarnemingen van zeevogels.

Daniël Beuker

Naar boven