Blog 2013

16 en 17 november 2013

De windvoorspelling was gunstig maar pas toen ik uit het raam staarde van de trein onderweg naar Hoek van Holland realiseerde ik me dat de mist het waarnemen van bruinvissen mogelijk moeilijk zou maken. Het viel gelukkig mee. Zo zag ik zelfs door mijn verrekijker vanaf de brug bij vertrek een wit bebaarde bezoeker uit het buitenland enthousiast verwelkomd worden. Op zee bleek dat de mist alleen boven land hing. Fijn!

Stena Britannica onder mooie lucht (foto: Ernst Schrijver)

Stena Britannica onder mooie lucht (foto: Ernst Schrijver)

Toen we na een half uur na het verlaten van de Nieuwe waterweg nog geen bruinvis hadden gezien, zei een bemanningslid: “Nou, dat wordt niets vandaag!”. Ik wilde hem graag het tegendeel bewijzen, maar helaas kreeg hij gelijk. Slechts anderhalf uur na vertrek was het door de dikke bewolking al zo donker, dat het streepje ondergaande zon aan de horizon er niet meer toe deed. Om vijf uur gaven we ons gewonnen. Helaas geen enkele bruinvis gezien! De omstandigheden waren niet top. Ernst had een derde van de tijd last van glinstering van de zon op het water, ik had door het zonlicht drie verschillende kleuren water wat het opmerken van bruinvissen moeilijker maakt. Toch hadden we het gevoel dat als er bruinvissen in redelijke aantallen aanwezig waren geweest, we er toch enkele gezien hadden!

Gannets galore (foto: Ernst Schrijver)

Gannets galore (foto: Ernst Schrijver)

Vandaag kan ‘t alleen maar beter worden! Met die gedachte kwamen we zondagochtend aan op de brug van de Stena Britannica. Een stevig Brits ontbijt bij onze B&B, de nodige shots koffie en thee, en het poetsen van de voor ons belangrijkste ramen van de brug door Ernst zodat geen vlekje ons meer kon afleiden… aan onze voorbereiding zou het niet liggen! Bovendien, het zicht was goed en er was weinig wind. Na vertrek zagen we al vrij snel grote aantallen Jan-van-genten die ons soms even vergezelde door tientallen meters voor en naast het schip te ‘hangen’. Wat een prachtige vogels zijn dit toch! En het gaf ons ook goeie hoop. Waar vogels zijn is vis, en waar vis is zijn bruinvissen… zou je denken…

Ondanks de grote aantallen vogels duurde het dik twee uur voordat de eerste bruinvissen gezien werden! De kapitein spotte de eerste. Gelukkig kwam deze een paar keer boven en was hij zo vriendelijk om tegelijk met een ander boven te komen… twee bruinvissen dus! Niet veel later zag een ander bemanningslid er nog twee en binnen enkele minuten wees hij ons nog eens een groepje van minstens drie bruinvissen aan niet ver van de boot. Ons waarnemers’ ego liep een deukje op. Ernst maakte het snel goed door nog eens een setje te spotten en na een tijdje nog twee keer één dier.

Ernst aan het poetsen (foto: Jenny Koch)

Ernst aan het poetsen (foto: Jenny Koch)

De wind, en daarmee de sea state, varieerde onderweg flink. Zo was het midden op zee in de vroege middag opgelopen tot sea state 4 en neigde het even naar 5, voordat de wind weer afzwakte. De omstandigheden waren uiteindelijk weer goed. Toch bleven de waarnemingen uit! Pas ongeveer anderhalf uur voor aankomst spotte ik eindelijk een bruinvis als eerste. In mijn ooghoek zag ik iets in het water. Eindelijk, dacht ik. Ik was dan ook flink teleurgesteld dat ik een meeuw zag opstijgen toen mijn ogen de plek in het vizier hadden. Omdat ik de kringen in het water zo groot vond voor een meeuw, bleef ik kijken. De meeuw bleek inderdaad niet diegene die de kringen had veroorzaakt! Het bleek toch de ‘footprint’ van een bruinvis te zijn die nog een paar keer boven kwam. Ook vandaag was het door het bewolkte weer snel donker. Om vijf uur, een uur voor aankomst, stopte we maar. Dit had geen zin meer!

Verwend door de ongewoon hoge aantallen waargenomen bruinvissen eerder dit jaar (helemaal in de zomermaanden!) waren we allebei een beetje teleurgesteld. We hebben deze tocht in totaal ‘maar’ 12 bruinvissen geteld. Vorig jaar zagen we er in november het dubbele en ook in 2011 zagen we een paar bruinvissen meer. In vergelijking met de jaren er voor is 12 weer een prima aantal. Het is jammer dat in de maand oktober er door (weers)omstandigheden voor het eerst in de geschiedenis van Rugvin geen waarnemers mee zijn geweest. Zouden er in oktober, met wat langer daglicht, anders ook minder bruinvissen zijn geteld? Wij zijn erg benieuwd hoeveel bruinvissen er de komende maanden waargenomen zullen worden!

Geschreven door: Jenny Koch

 

27 september: Laatste keer C-pods binnen halen

Vastgedraaide Cpod (foto Peter Koppenaal)

Vastgedraaide Cpod (foto Peter Koppenaal)

Peter bedient de kraan

Peter bedient de kraan

Het was al weken tijd om de C-pods definitief binnen te halen. Door de activiteiten rondom de bruinvistelling en mindere weersomstandigheden kwam dit er maar steeds niet van. Op 27 september zou het dan zover zijn. Peter Koppenaal de schipper van de MS Hammen was een paar dagen ervoor al op de Noordzee geweest en zag dat daar C-Pod 2189 rondom de veiligheidslijn van het vlot waaraan het was bevestigd zat gedraaid en heeft toen deze alvast aan boord gehaald.

Op vrijdag waren Frank en de zojuist binnen Rugvin begonnen studente Margherita Zorgno, samen met de Georgina en Peter van de Dutch Shark Society aan boord van de MS Hammen.

Na een uur varen waren we bij de eerste Pod aan de binnenkant, van de Oosterschelde, de 1863. Deze hing keurig op haar plek maar was volledig bedekt met jonge mosselen en daar tussen diverse kleine kreeftjes. Voordat het SD-kaartje uit de pod gehaald kon worden moest de pod eerst schoon gemaakt worden. Dit werd onder hoge druk door Peter gedaan. Nadat de pod weer “keurig” schoon was gingen we verder op weg naar Pod 1864 die iets Noordelijker hing. Deze was net zoals de twee andere volledig begroeid met zeefauna en flora. Altijd weer bijzonder om te zien hoe snel dat dit kan gaan. Bij controle op de laptop bleken alle geheugenkaartjes de totale periode dat ze in het water hingen qua geluid hadden vastgelegd.

Schoonspuiten pod door Peter met kering op achtergrond

Schoonspuiten pod door Peter met kering op achtergrond

We konden nu dus echt een streep zetten onder dit deel van het akoestisch onderzoek. Het was nu tijd om de eindconclusies te trekken m.b.t. de effecten van de kering op het (migratie)gedrag van de bruinvissen in de Oosterschelde. Maar voordat het zover is werd Peter en zijn bemanning van harte bedankt voor zijn enorme inzet en het meedenken met ons tijdens het oplossen van de soms aanwezige praktische problemen met de pods.

Peter, Leo en de anderen nogmaals dank vanuit heel Rugvin!!

Peter en Frank halen Cpod binnen

Peter en Frank halen Cpod binnen

Margherita en Frank bekijken de C-pod

Margherita en Frank bekijken de C-pod

 

23 en 24 september 2013

Maandag
Ik kan het niet laten om ietwat teleurgesteld te zijn in het weer. Het waait vandaag te hard. Het voelt toch vervelend als de voorspellingen totaal niet lijken te kloppen. De voorspelde wind zou windkracht 2 zijn. Helaas voelt deze bries meer als windkracht 4. Gisteren tijdens de Oosterschelde scan speelde het weer ook al niet mee. Hopelijk luistert het weer morgen wél en gaat de wind wat liggen.

In de Stena vertrekhal aangekomen ontmoet ik Caitlin. Dit wordt haar eerste overtocht en ze heeft er (net als ik trouwens) erg veel zin in. We zijn erg benieuwd wat er deze keer word geteld. De waarnemingen zijn dit jaar namelijk zeer abnormaal. In tegenstelling tot vorige jaren, blijken de bruinvissen nu gedurende de gehele zomer in grote aantallen aanwezig te zijn in de Zuidelijke Noordzee.

Terwijl de Tweede Maasvlakte aan ons voorbij trekt, wordt het duidelijk waarom ik de harde wind liever had zien verdwijnen. De golven in combinatie met de felle zon zorgen voor een enorme schittering, wat zoeken aan bakboord wel erg vervelend maakt. Deze “glare” zal voorlopig niet verdwijnen, aangezien de lucht geheel open trekt. Ongeveer de helft van mijn zoekvlak is té fel om in te kijken. Zelfs de aan boord aanwezige zonneschermen kunnen dit niet verhelpen

Er is altijd wel íets te zien op zee (foto: Ernst Schrijver)

Er is altijd wel íets te zien op zee (foto: Ernst Schrijver)

Toch zijn we niet lang onderweg wanneer ik vanuit mijn ooghoek een hoop commotie bespeur aan de stuurboordzijde van het schip. Een bruinvis probeert uit alle macht het schip te ontwijken. Niet veel later schiet er weer een tweetal bruinvissen voor de boot uit. Toch valt het aantal waarnemingen een beetje tegen. De komende uren weten we “slechts” vijf dieren te tellen. Hoewel dit voor september alles behalve een slechte score is, voelt het gewoon alsof we een hoop dieren missen. De zon en de té wilde zee maakt zoeken veel lastiger dan het lijkt. Het is ook erg opvallend dat er nauwelijks vogels te zien zijn op of boven het water. Normaal zijn noordse stormvogels en jan van genten rijkelijk aanwezig. Nu hooguit een tweetal per uur. Wel zien we een aantal grote jagers, wat aanduidt dat hun trek naar het zuiden alweer begonnen is. Wanneer de zon eindelijk ondergaat en ons verlost van de glare, zitten we al in de vaargeul richting Harwich. In dit laatste half uurtje blijft de teller op vijf staan. De wind is nu gaan liggen. Hopelijk zal dit weerbeeld dan eindelijk stand houden. Morgen zal het leren.

Dinsdag
We ontwaken in een kleine wereld. Een dikke laag mist heeft de Britse kust bedekt. De aangemeerde Britannica verraadt zich alleen door het geluid van inladende vrachtwagens. Van het schip zelf is niets te zien, totdat ze op honderd meter ineens uit de mist opdoemt. Zo af en toe prikt een waterig zonnetje door de mistdeken heen. We hebben goed vertrouwen dat het spoedig zal opklaren. Het is in ieder geval bijna windstil. Het water ligt er prachtig bij en het gebrek aan fel zonlicht zorgt voor perfecte omstandigheden. Wanneer we onder het geloei van de misthoorn de haven verlaten, begint de dikke mist langzaam op te lossen.

Harwich International in de mist (foto: Ernst Schrijver)

Harwich International in de mist (foto: Ernst Schrijver)

Vlak voor de havenmonding begint de mist open te trekken (foto: Ernst Schrijver)

Vlak voor de havenmonding begint de mist open te trekken (foto: Ernst Schrijver)

Stilte voor de storm? (foto: Ernst Schrijver)

Stilte voor de storm? (foto: Ernst Schrijver)

Toch blijft het nog even spannend of we wel kunnen observeren, omdat we zien dat verder op zee ook nog wel mist aanwezig is. De andere omstandigheden zijn in ieder geval perfect en het zicht is met een kilometer of drie gelukkig goed genoeg om te scannen. De eerste uurtjes verlopen redelijk vruchteloos. Ook laten de vogels het vandaag wederom afweten. De zee is bijna compleet vlak en door het mistige weer is de horizon moeilijk te onderscheiden. Na een uur of twee beginnen mondjesmaat waarnemingen binnen te lopen. In deze omstandigheden kan het ook bijna niet anders. De zwart ogende dieren zijn op het lichtgrijze water erg makkelijk te zien. Met behulp van de afstandstrepen of “mills” in mijn verrekijker kan ik berekenen hoe ver de dieren zijn die we zien. Sommige bruinvissen zijn op een afstand van meer dan een kilometer nog makkelijk te onderscheiden. Na een half uur van losse waarnemingen bereiken we een gebied waar een hoop dieren lijken te verblijven. De teller begint nu snel op te lopen. Het is opmerkelijk dat naast de gewoonlijke enkeling en sommige duo’s er nu ook een hoop groepen van drie dieren worden waargenomen. Zelfs een groepje van vier komt voorbij. Dit is voor onze route hoogst ongebruikelijk. Ook zijn er veel kalveren aanwezig. Vanwege de snelheid en de afstand van sommige waarnemingen zou het me niets verbazen als we nog een aantal kalveren over het hoofd hebben gezien. Na een klein uur lijken we aan het einde te zijn gekomen van de grote zone met dieren. Hoewel de omstandigheden nog steeds perfect zijn en een drijvend cola-blikje op zeshonderd meter nog steeds te onderscheiden valt, zijn er geen waarnemingen meer. De teller staat nu op dik dertig dieren en de stemming zit er goed in. De stilte op het water is bijna ongemakkelijk.

Wegspurtende bruinvissen (foto: Ernst Schrijver)

Wegspurtende bruinvissen (foto: Ernst Schrijver)

Na de lunch vlakt de zee zelfs af tot sea state nul. De zee is zo vlak als een spiegel. Dit, terwijl de instrumenten aan boord aangeven dat de windkracht buiten even goed windkracht drie is. Het zou kunnen dat de sterke getijdenstromingen voorkomen dat de wind goed vat kan krijgen op het water. De eerstvolgende waarneming zorgt voor wat opwinding. Zou er weer een golf volgen? De toenemende waarnemingen lijken dit wel te bevestigen. Het komende uur zien we weer continu bruinvissen. Wederom een groot aantal groepen van drie en zelfs twee groepen van vier dieren. Weer met een hoop waarnemingen van jonge dieren in de grotere groepen. Deze tweede en laatste golf begint vlak voor de Tweede Maasvlakte af te zwakken. Valk voor we de Nieuwe Waterweg in varen, duiken er nog twee bruinvissen vlak voor de boeg onder water. Ik kan ze onder water volgen tot dat ze in het boegwater verdwijnen.

Het was een ongeloofwaardige dag met maar liefst 77 getelde bruinvissen. Dit in contrast met de vijf van gisteren. In totaal hebben we acht groepen van drie dieren geteld en maar liefst drie groepen van vier bruinvissen. In totaal hebben we ook tien jonge dieren waargenomen. De grote vraag rest nu: waarom zien we dit jaar zo veel dieren in de zomermaanden in vergelijking tot vorig jaar? In mijn optiek heeft dit met veel factoren te maken. Het zou gewoonweg kunnen zijn dat de observatieomstandigheden dit jaar beter zijn dan voorgaande jaren. Bovendien kan de toegenomen ervaring of wilskracht van de observers zijn toegenomen. Of is er toch iets biologisch afwijkends aan de hand? Hoewel er ongetwijfeld meerdere factoren bijdragen aan het eindresultaat denk ik toch dat het grotendeels te wijden is aan het koude voorjaar wat we dit jaar hebben meegemaakt. Normaliter wordt er een Noordwaartse beweging van bruinvissen waargenomen rond maart-mei. Het lijkt wel alsof dit niet is gebeurd dit jaar. Ik kan me herinneren dat de zeewatertemperatuur dit jaar begin mei nog maar een graden of zeven à acht was. Normaal zou je dit soort watertemperaturen tegen eind maart verwachten. Het hele systeem liep dus een maand of twee achter. De late opwarming van het water kan ervoor gezorgd hebben dat de migrerende vissoorten dit jaar later ons deel van de Noordzee passeerden, met de bruinvissen in hun kielzog. Zwangere vrouwtjesbruinvissen kunnen natuurlijk de geboorte van hun kalf niet uitstellen en zouden dit jaar nog wel eens zuidelijker dan normaal gekaft hebben. Met een jong kalf aan hun zij kunnen de bruinvismoeders moeilijk verder trekken en zullen waarschijnlijk in ons deel van de Noordzee zijn blijven hangen om hun kalf op te voeden. Wellicht had het geen zin meer om verder Noordwaarts te migreren en besloten de dieren hier hun tijd uit te zitten alvorens aan het einde van de zomer weer Zuidwaarts te keren. Vrouwtjes bruinvissen hebben een draagtijd van ongeveer tien maanden, wat er voor zorgt dat een maand of twee na de geboorte van het kalf de vrouwtjes weer vruchtbaar worden. Het is daarom ook goed aanneembaar dat de mannen hiervoor ook rond blijven hangen. Wanneer de geboorte plaatsvind in juni-juli, zal de paring plaatsvinden in augustus-september. Dit zou kunnen verklaren waarom we zo veel groepen van meerdere volwassenen met een kalf hebben waargenomen. Het blijft natuurlijk gissen, maar het proberen te begrijpen wat er in de Noordzee gebeurd met deze dieren is natuurlijk wel waar Rugvin voor staat. In ieder geval blijft moeder natuur ons verwonderen en verbazen. Laat dit nu net de reden zijn waarom we dit werk zo graag doen!

Geschreven door: Ernst Schrijver

 

6 en 8 augustus 2013

Een doordeweekse trip wordt niet vaak gemaakt. De reden daartoe was dat de observers van deze trip, Ernst en Frank, naar het overleg van de Atlantic Research Coalition (ARC) gingen in Londen op de tussengelegen dag. Hier is gesproken over de professionalisering van alle veerboot onderzoeksgroepen rond de Britse eilanden incl, Rugvin. Het ziet en naar uit dat deze coalitie van 9 groepen (zie ARC) in het najaar hulp krijgen van twee professionele krachten. Wat deze nieuwe opzet gaat beteken wordt in een vervolg verteld.

Enfin op de eerste dag vertrokken Ernst en ik met een goed gevoel uit de haven van Hoek van Holland. Alleen al vanwege het feit dat op de vorige trip 41 bruinvissen had opgeleverd en dat de Noordzee erg rustig was. Het duurde echter toch nog een poos voordat we de eerste bruinvissen zagen, nadat Ernst een voor Rugvin eerste dode bruinvis op de Noordzee registreerde.

Dode bruinvis vanaf Hollandica

Dode bruinvis vanaf Hollandica

In totaal zagen we die dag 28 bruinvissen, waarvan tot tweemaal toe een groepje van drie, twee volwassenen en een kalfje.De woensdag brachten we door in Londen en dat kwam qua weer goed uit. Een bewolkte regenachtige dag misten we op die manier, zodat de donderdag met de Britannica weer goed was.

Grijze zeehond vanaf de Hollandica

Grijze zeehond vanaf de Hollandica

Deze dag had nog eens 22 dieren voor ons in petto, zodat het totaal op 50 dieren kwam. Voor een dag in augustus was dit heel veel. Enkele jaren geleden stond augustus nog bijna garant voor geen enkel dier. “Zijn de dieren überhaupt wel vertrokken naar het Noorden”, vroegen we ons af.

De tochten hadden nog meer voor ons in petto, zo’n 20 km uit de kust een scholekster. Die zie je toch echt niet vaak boven zee! Maar er zijn vogels die het nog bonter maken zoals de blauwe reiger die ons letterlijk midden op zee voorbij vloog. Stomverbaasd wreef ik mijn ogen uit.

Kortom een prachtige goed tocht met een verrassende uitkomst. 50 bruinvissen in augustus.

16 augustus Frank

 

13 en 14 juli 2013

Zaterdag 13 juli en zondag 14 juli ben ik met Jennifer wezen observeren vanaf de Stena Line. Vorig jaar ben ik voor de eerste keer mee geweest met de Stena Line en ik had er weer hartstikke veel zin in! Nadat we vlot ingecheckt waren, hebben we in de kantine even alle formulieren besproken. Jennifer had een handig determinatieschema voor meeuwen en een gids voor verdere informatie over deze en andere vogels meegenomen om onze kennis een beetje op te poetsen.

Uitzicht op 'n gladde zee

Uitzicht op 'n gladde zee

Toen we de pier passeerden en het observeren begon was er sluierbewolking aan de hemel en een zwakke wind (bft 2). De grote hoeveelheid vogels gaf ons de gelegenheid om vooral de verschillende soorten meeuwen beter te leren onderscheiden. Naarmate we verder de zee opgingen waren er steeds minder wolken te zien en werd de zee gladder. Na ongeveer een kwartier zag Jennifer de eerste bruinvis, niet ver van de boot af. Ik zat op dat moment naar stuurboord te kijken en baalde behoorlijk dat ik hem niet had gezien. Tijdens het scannen zagen we grote hoeveelheden zwerfvuil voorbij drijven wat op “vergaan” plastic leek.

Het duurde weer een uur voor we een groepje van 3 bruinvissen zagen waaronder mogelijk een jong. Daarna verstreek er weer bijna een uur voor er drie waarnemingen redelijk kort op elkaar volgden. Wel alle drie op andere afstanden en locaties en vanwege de snelheid van de boot waarschijnlijk niet dezelfde dieren. Na een uur niets gezien te hebben was het voor mij etenstijd. Toen ik weer op de brug kwam bleek dat Jennifer weer een bruinvis had gezien. Dat was ook de laatste voor die dag. De zon was in ons gezicht aan het schijnen en de bruinvissen lieten zich niet meer zien zo vlak bij de Engelse kust. Het water werd troebeler naarmate we de haven van Harwich naderden. In totaal hebben we 11 bruinvissen gezien, waarvan ik er niet veel als eerste had gezien. Het was denk ik toch weer even wennen. Na een redelijk langzaam uitcheck traject hebben we de dag afgesloten in de pub. Na nog gezellig gekletst te hebben, zijn we naar ons Bed & Breakfast gegaan en hebben we onze bedden opgezocht.

Niet het beste uitzicht... onze voorganger (ingezoomd...gelukkig zat er nog flink wat ruimte tussen ;)

Niet het beste uitzicht... onze voorganger (ingezoomd...gelukkig zat er nog flink wat ruimte tussen 😉

Zondagochtend waren we na een lekker Engels ontbijt in het erg charmerende B&B weer fris en fruitig en goed op tijd op de boot. We bleven nog even in de kantine wachten tot de boot ging vertrekken. Ondertussen hadden we genoeg tijd om de opvallende dingen van de dag ervoor te bespreken en nog een keer het determinatieschema voor de meeuwen te bestuderen. Op de brug namen we weer onze posities in en zagen we in de haven van Harwich nog een zeehond opduiken. Er stond bij vertrek iets meer wind dan op zaterdag (bft 2-3) en het was bewolkt. Nadat we de pier hadden gepasseerd bleef er het eerste stuk een vrachtschip voor ons varen. Dit was natuurlijk niet echt bevorderlijk voor het spotten van bruinvissen.

Jennifer beet weer het spits af met de observatie van de eerste bruinvis. Dit was pas een uur en een kwartier nadat we de pier gepasseerd hadden. Het was ondertussen mistig geworden en we konden steeds minder ver kijken. De mist werd zelfs zo dicht dat we een tijdje alleen een bruinvis zouden kunnen zien als deze vlakbij de boot zou zwemmen. Ik ben gaan lunchen en toen ik terugkwam had Jennifer helaas nog niets gezien. Nadat ze de positie van het schip weer had genoteerd ging zij lunchen en was het mijn beurt om ook de zee aan de bakboordzijde goed in de gaten te houden. Die dag had ik al een paar keer een soort waterkolkjes in de zee gezien, maar niets dat op kwam duiken. Ik was alweer bijna een half uur aan het scannen toen ik opeens aan stuurboordzijde, niet ver van de boot, een bruinvisrug op zag duiken en direct weer onder zag gaan. De mist verdween gelukkig niet lang daarna en het wateroppervlak was zo goed als glad (sea state 1).

Na die observatie bleven we 3 uur lang om de 10-20 minuten bruinvissen spotten. Ook de bemanning had er lol in. Wat ons het meeste opviel was dat de bruinvissen zelden één richting op zwommen, maar meestal een beetje op 1 plek bleven en verschillende kanten op zwommen (milling). Een paar waren zelfs aan het loggen (een bruinvis rust dan aan het wateroppervlak waardoor de rug en de bovenkant van de kop een poosje boven water te zien is)!

Het laatste anderhalf uur voordat we de pier van Hoek van Holland passeerden, hebben we geen bruinvis meer gespot. In totaal hebben we die zondag 30 bruinvissen gezien. Wat de stand voor dat weekend op 41 bruinvissen zet. In vergelijking met de 14 bruinvissen in juli 2012 is dit een aardige score!

Geschreven door Michelle Geers

 

4 en 5 mei 2013
De vlaggen van de hal van Stena wuiven me welkom wanneer ik arriveer in Hoek van Holland. Dit stelt me teleur. Ik had al zo’n voorgevoel dat de wind harder was dan voorspeld. Dit lijkt een stuk meer op windkracht vijf dan de voorspelde windkracht drie. De weerkaatsing van de zon zal in combinatie met de wind ook niet echt positief bijdragen aan de zichtbaarheid van bruinvissen op zee. Niets aan te doen, de boekingen zijn al gemaakt en de voorspellingen voor morgen zijn een stuk beter. Daar maar aan vast houden dus.

Ik ontmoet mijn collega Karin in de vertrekhal en een uurtje later vertrekken we richting Engeland. De wind neemt toe tot een knoop of dertig en de zon verblindt de helft van het zoekgebied op bakboordzijde. Het mag me dan niet bevallen, maar er moet toch geobserveerd worden. Gek genoeg duurt het niet lang voordat de eerste bruinvis wordt waargenomen en er volgen er al snel nog een paar. Wanneer het weer wat ruwer is, lijken bruinvissen een stuk harder uit de golven te schieten. Het opgeklopte schuim wat dit genereert is relatief makkelijk te zien. Wél zijn we er van bewust dat we het in dit weer moeten hebben van dieren die zich binnen een straal van ongeveer 250 tot 300 meter van de boot bevinden. Tot deze afstand kunnen we nog redelijk over de golven heen kijken.

De observaties blijven mondjesmaat binnendruppelen, ondanks de toename van de wind tot windkracht zeven-acht. Bij deze omstandigheden is het belangrijk dat er een goede hoek wordt gevonden om parallel tussen de golven door te kijken. Deze techniek levert dan ook een aantal waarnemingen op. Tegen het einde van de tocht begint de wind af te nemen en zorgt een wolkenfront voor verademende schaduw op het water. Hoewel de omstandigheden nu redelijk te noemen zijn, levert het laatste stuk van de tocht maar twee waarnemingen op. Eén daarvan midden in de haven van Harwich. De teller staat op een gezonde dertien bruinvissen, wat voor deze tijd van het jaar geen slechte score is. Toch is het logisch dat we vanwege het weer een groot aantal dieren niet hebben kunnen zien. De weersvoorspellingen voor morgen beloven veel goeds en benieuwd naar morgen besluiten we op tijd naar bed te gaan.

Het enorme cruiseschip MSC Magnifica uit Panama in Harwich International (foto Ernst Schrijver)

Het enorme cruiseschip MSC Magnifica uit Panama in Harwich International (foto Ernst Schrijver)

Zondag lijkt het weer wel te willen compenseren voor zijn ongehoorzaamheid van gisteren. Het is bijna windstil wanneer we de haven van Harwich verlaten. Er ligt een enorm cruiseschip aangemeerd voor ons. Een drijvende wereld op zichzelf. De Stena-schepen zijn de grootste veerboten ter wereld, maar voor de eerste keer voel ik me aan boord nietig wanneer we het drijvende monster passeren.

Het is vandaag weer zonnig, maar omdat het water zo rustig is zullen we niet veel last hebben van de weerspiegeling. Net buiten de haven volgt de eerste waarneming. Niet van een bruinvis, maar van een groter zeezoogdier: een grijze zeehond. Verder in de vaargeul volgen de eerste paar bruinvissen. De dieren zijn in vergelijking met gisteren veel beter te zien. Nu kan één dier op 700 meter met de verrekijker zonder probleem worden gevolgd. De dieren zwemmen ook een stuk rustiger en blijven soms zelfs als een tak aan het oppervlakte drijven. Dit noemen we “loggen”. Of de dieren nu even uitrusten, of zelfs even zonnen is niet geheel duidelijk, maar het ziet er erg ontspannen uit. Na drie waarnemingen valt het helaas stil. De omstandigheden zijn nog steeds erg goed. De wind valt helemaal weg, het zonnetje staat goed achter ons, maar we zien geen bruinvissen. Ieder pakje, blikje, ballon of ander vuil op het water is wél zichtbaar. Een teken dat we in ieder geval goed aan het kijken zijn. We zijn al bijna halverwege, wanneer de teller nog steeds maar op een handjevol dieren staat.

Eindelijk weer waarnemingen (foto Ernst Schrijver)

Eindelijk weer waarnemingen (foto Ernst Schrijver)

We komen nu toch echt in de buurt van het gebied waar we gisteren ondanks het slechte weer aardig wat dieren hebben gezien. We weten dat ze daar ergens zijn, maar we moeten ze toch nog vinden. In de verte is nu beweging op en boven het water te zien. Een hoop zeevogels hebben zich verzameld in een strook water op ongeveer 100 kilometer van de Nederlandse kust. De meeste vogels lijken te rusten, maar zo af en toe duikt er een meeuw of Jan van Gent naar beneden, hetgeen aanduidt dat er toch leven in het water te vinden is. Dit vermoeden wordt bevestigd met de waarneming van een bruinvis. De zee is nu op een paar stroomnaden en opwellingen na geheel vlak en de waarnemingen nemen toe. Binnen een half uur zijn er tien bruinvissen geteld. De dichtheid neemt alleen maar toe en binnen no time staan we permanent te schrijven. Wanneer we een waarneming hebben, duikt er daarachter bijna meteen weer een op. Zo komt het drie keer voor dat we binnen een minuut zes tot tien dieren observeren.
De bruinvissen lijken nu wel overal te zijn en de bemanning heeft dit nu ook door. Naast onze eigen waarnemingen begint de bemanning ons nu ook te wijzen op de dieren die zich voor ons bevinden. We hebben het er maar druk mee. Opvallend is dat ook bijna alle dieren tijdens de observaties minimaal één keer loggen. Ook zie ik een aantal dieren actief jagen aan het oppervlakte.

Eerst prooivis samen drijven en klemzetten... (foto Ernst Schrijver)

Eerst prooivis samen drijven en klemzetten... (foto Ernst Schrijver)

...om er vervolgens doorheen te ploegen (foto Ernst Schrijver).

...om er vervolgens doorheen te ploegen (foto Ernst Schrijver).

De bruinvissen jagen prooivis naar de oppervlakte waar ze als cowboys de school vissen bijeenhouden door er om heen te zwemmen in kleiner wordende cirkels. Wanneer de vis gecompacteerd is klemgezet aan het oppervlakte ploegt de bruinvis dwars door de bal aasvis heen, waardoor de visjes regelmatig voor de bruinvis uit de lucht in springen. Hier maken de meeuwen weer dierbaar gebruik van. Deze zijn dan ook vaak niet ver te zoeken.

Bruinvis onder water (foto Ernst Schrijver)

Bruinvis onder water (foto Ernst Schrijver)

Wanneer er een drieteenmeeuw langs vliegt met een net gevangen vis in zijn snavel, kan ik concluderen dat de bruinvissen (en vogels) in dit gebied zijn aangetrokken door de aanwezigheid van zandaal. Ook ben ik getuige van een zeldzaam Stena-moment. Een bruinvis die net voor de boeg onderduikt, besluit om een seconde of vijftien met de boot op te zwemmen. We varen op dat moment een knoop of twintig, wat toch een goede 35 kilometer per uur is. De bruinvis weet ons redelijk goed bij te houden en zwemt het stuk mee zonder boven water te komen. Jammer genoeg sta ik op dit moment binnen, wat dankzij het dikke glas alleen maar wazige foto’s oplevert. De bruinvis wijkt uit naar links, komt eenmaal boven en verdwijnt uit beeld.

Ondertussen staat de teller voor vandaag al op dik in de zeventig en de waarnemingsformulieren beginnen op te raken. De hoeveelheid waarnemingen en vogels op het water begint gestaag af te nemen. De Tweede Maasvlakte begint nu aan de horizon op te doemen. Hoewel er nog steeds mondjesmaat waarnemingen binnen rollen, hebben we in een klein uur ongeveer zestig waarnemingen van bruinvissen gehad. Dit is een zeer ongewoon hoog aantal voor begin mei. We hebben dan ook een ongewoon koud voorjaar achter de rug. De watertemperatuur is nu ongeveer zeven graden Celsius. Een temperatuur die eigenlijk meer thuis hoort in begin april. Dit kan verklaren waarom we nu in mei de waarnemingen piek tegenkomen die normaal eerder in het jaar thuishoort. Interessant is het zeker. Het laatste stuk levert geen waarnemingen meer op. Het is duidelijk dat de bruinvissen een goede reden hadden om zich zo massaal op te houden in een relatief klein gebied. De teller voor de terugweg is blijven staan op 71 bruinvissen, een ongewoon hoog aantal. Ik ben redelijk zeker dat we dit aantal ook op de heenweg hadden kunnen zien als het weer niet zo funest was geweest.

Het eindresultaat: 13 bruinvissen op de heenweg en 71 dieren op te terugweg. Een opvallend verschil, wat te wijden is aan de ronduit slechte weersomstandigheden op de heenweg. De dieren waren ruwweg ook in hetzelfde stuk van de overtocht aanwezig. Opmerkelijk natuurlijk de ongewoon hoge aantal dieren, wat nog wel eens iets te maken kan hebben met de temperatuur van het zeewater en de achterstand die het marine ecosysteem dus heeft opgelopen door het koude voorjaar. Eén ding is zeker: ik ben erg benieuwd wat juni gaat opleveren.

Beleef het buiten!

Geschreven door: Ernst Schrijver

Marret op de uitkijk (foto Jennifer Koch)

Marret op de uitkijk (foto Jennifer Koch)

20 en 21 april 2013

Na alle positieve berichten de afgelopen tijd over tig waarnemingen van bruinvissen langs de kust, vertrokken Marret en ik zaterdag 20 april vol goede moed vanuit Hoek van Holland. Zouden wij ook een flink aantal dieren waarnemen? Of zouden we er, net als Frank en Yvonne in maart, met een relatief laag aantal gespotte bruinvissen terugkomen, vergeleken met het aantal waarnemingen aan de kust?

Met windkracht 4 waren de condities bij vertrek redelijk, maar het is altijd even wennen daar boven op de brug. De grootte van bruinvissen is moeilijk in te schatten. Je moet wennen aan de kleur van het water en het patroon van de golven om afwijkingen, die kunnen wijzen op een bruinvis of misschien wel een andere walvisachtige, te kunnen zien. De eerste bruinvis werd al snel gespot… maar niet door ons! Een bemanningslid van Stena Line had beet, maar helaas konden we dit dier volgens het protocol niet mee tellen. We moeten hem namelijk zelf zien! Na een tevergeefs sprintje over de brug in de hoop toch nog een glimp van het dier op te vangen en het commentaar van de bemanning (“Niet meetellen? Nou reken maar dat die zich niet meer laten zien, die zijn beledigd!”) stonden we enigszins balend op onze plek. En dit gebeurde ons een tweede keer… er van uitgaande dat deze man inderdaad een bruinvis had gezien en ons niet in de maling nam. Pijnlijk! Het was dan ook een hele geruststelling toen ik na een half uur op zee de ‘eerste’ twee bruinvissen een paar keer zag opduiken! Jaaa… ik kan het nog! Mijn ogen waren goed ‘afgesteld’ en na een kwartier volgde de volgende bruinvis en twintig minuten later nog twee. En toen zag Marret er twee en vrijwel direct er na nog twee! Het was verder bijzonder stil onderweg; bijna geen ‘verkeer’ en ook wat vogels betreft bleef het rustig.

Tijdens mijn haastige avondmaal zag ik een bruinvis opduiken toen ik door het raampje van de eetzaal naar buiten keek. Enthousiast sprong ik op en het scheelde dan ook niet veel of iemand had het eten uit mijn luchtpijp moeten Heimlich-en! Bij terugkomst op de brug was het water, zoals gewoonlijk in de buurt van de Britse kust, troebel geworden. En net zoals altijd bleven de waarnemingen uit. Om iets over achten voeren we langs het eindpunt. De spullen konden de tas in, de Hollandica werd ‘even’ geparkeerd (wat knap toch) en niet veel later zetten wij voet op Britse bodem. Resultaat: 9 officieel waargenomen bruinvissen, weinig vogels, weinig afval en geen andere bijzonderheden.

Na een kort nachtje in een vreemd bed, dat iets langer had kunnen zijn als ik niet eigenwijs naar het waarnemersdraaiboek maar de eigenaar van de B&B had geluisterd. De Britannica vertrekt sinds een paar maanden op zondag een uurtje later. En na een flinke tijd wachten en de nodige cafeïne/theïne openden we de deur van het ‘wheelhouse’. Het wateroppervlak was nagenoeg vlak ondanks dat de windmeter 286 knopen (WAT?!) aan gaf. Om tien uur Britse tijd gingen de trossen los. Helaas kreeg een vrachtschip toestemming om eerst te vertrekken en dus hebben we een lange tijd achter het containerschip moeten varen. Door de kalme zee (1-2 bft) was de kans iets waar te nemen redelijk groot. Maar met het schip dat zo’n 1500m voor ons voer en de zanderige wolken in zee waren de omstandigheden voor bruinvissen waarschijnlijk niet aantrekkelijk genoeg.

Grote sternen op 'vlot' (foto Jennifer Koch)

Grote sternen op 'vlot' (foto Jennifer Koch)

Drie kwartier na het passeren van de pier zagen we pas de eerste bruinvis. Een kleine twee uur later zagen we tientallen, zo niet honderd Jan van Genten die wijd verspreid op het wateroppervlak zaten of er vlak boven vlogen. Het leek wel alsof ze aan het patrouilleren waren op zoek naar voedsel. Zo af en toe dook er één met enorme snelheid naar beneden en ook de alken lieten zich regelmatig zien. Een goed teken, nu moesten we dan toch wel eindelijk weer wat gaan zien?! En ja, in enkele minuten volgden drie waarnemingen, van elk één bruinvis, die op diverse plaatsen ten opzichte van het schip opdoken. Een uur later volgde een zelfde soort situatie. Twee waarnemingen van één en twee bruinvissen volgden vlak na elkaar en zeven minuten later liet nog één bruinvis zich zien. Drie kwartier later nog één en weer drie kwartier later volgde nummer negentien. Een kwartier voor het passeren van de Nederlands pier bij Hoek van Holland zagen we de laatste bruinvis, die het totaal op twintig dieren bracht.

Een redelijk goede score in vergelijking met het aantal waargenomen bruinvissen tijdens de monitoringstrips van april in voorgaande jaren. Alleen tijdens de monitoringstrip van april in 2010 (zeker 316 dieren) en 2011 (61) zijn er meer bruinvissen geteld. Voor wat betreft de waarnemingen over 2013 varieert het aantal waargenomen dieren met 14 bruinvissen plus één ongedetermineerd dier in januari, 47 bruinvissen in februari en 7 in maart flink. De omstandigheden op zee waren, zeker op zondag, erg goed. Toch zagen we ‘slechts’ 20 dieren. Komt dit omdat de meeste bruinvissen de laatste tijd voornamelijk langs de kust zwemmen? Of geven de waarnemingen vanaf de kust mogelijk een veel positiever beeld van het aantal bruinvissen in de Nederlandse wateren omdat dezelfde dieren vaak dubbel (driemaal, viermaal… ) worden geteld? En met het hoge aantal aangespoelde dode bruinvissen in gedachten, is het misschien toch niet zo goed gesteld met deze dieren als wordt gedacht? Het blijft voorlopig nog even onduidelijk!

Geschreven door: Jennifer Koch



31 maart en 1 april 2013

'n Glinsterende zee (foto Frank Zanderink)

'n Glinsterende zee (foto Frank Zanderink)

Op 31 maart jl. was het weer zover; de Stena-trip naar het pittoreske Harwich stond op de planning. Met een prima weersverwachting op zak gingen wij Rugvin-ers vol enthousiasme aan boord van de pas geverfde ferry. We namen onze plaats op de brug in tussen de vriendelijke Nederlandse bemanning en daar gingen we. Na uitvaren werd het zicht zelfs nog een stukje beter. En dan maar turen. Maar het bleef rustig buiten. Ook de zeevogels vlogen maar weinig voor de boot weg. Pluspunt was dat er nauwelijks afval werd gespot. Dat was exact een jaar geleden iets anders. Alvast goed nieuws dus. Na een fiks eind varen werd dan eindelijk de eerste bruinvis gezien! Hierna volgden nog drie keer een eenling, op dusdanige afstand van elkaar om een begroeting te voorkomen. De zonnebrillen konden vervolgens af want de Engelse kust kwam gauw nabij dus het turen in de glinsterende Noordzee zat erop voor vandaag.

Bruinvis tussen de Jan van Genten...maar waar? (foto Frank Zanderink)

Bruinvis tussen de Jan van Genten...maar waar? (foto Frank Zanderink)

Maandag bijtijds uit de veren om de telling van een jaar geleden te overtreffen. Wederom was het een goede spot-dag hoewel de golfslag iets was toegenomen en een bewolkte lucht licht dreigend boven land hing. Op zee was ook een verandering te zien met de dag ervoor. Flinke aantallen zeevogels werden genoteerd. Meestal terwijl ze voor de boot langs scheerden, maar zelfs in grote groepen al dobberend in het frisse water. Vooral veel alken, zeekoeten en prachtige Jan-van-Genten lieten zich zien. De deinende groepsvorming bracht ons hoop. Hoop dat er nu ook bruinvissen aan de oppervlakte zouden verschijnen want hier moest toch voldoende vis cuisine te verkrijgen zijn? Maar nee, geen rugvin te bespeuren. Een eind verder op de route was het wel raak, gevolgd door nog enkele momenten van spottersgeluk. Toch waren de bruinvissen ons niet enorm goed gezind. Ze lieten eenmaal hun rugvin zien en verdwenen vervolgens weer uit ons zicht. Met de Nederlandse kustlijn
Even iets anders dan die lelijke vrachtschepen! (foto Frank Zanderink)

Even iets anders dan die lelijke vrachtschepen! (foto Frank Zanderink)

opdoemend voor ons werden we toch nog getrakteerd op een mooie show op zee. Een dertigtal zeilboten (Race of the Classics?) kwam Hoek van Holland voorbij gevaren. Een prachtig gezicht.

Al met al een score van zeven bruinvissen. Dat betekent een evenaring van het aantal dat vorig jaar met Pasen geteld werd. Toen was het aantal ook minder dan verwacht. Hiermee rijst de vraag: waar zijn toch al die bruinvissen met deze feestelijke dagen? Volgend jaar scheepsrecht of blijft de trend aanhouden? Ik ben benieuwd…


Geschreven door: Yvonne Kemp

 

 

 

22 en 23 februari 2013

Uitzicht over Noordzee vanaf Stena Line (foto Ernst Schrijver)

Uitzicht over Noordzee vanaf Stena Line (foto Ernst Schrijver)

Het is al weer vier maanden geleden sinds mijn laatste Stena tocht. Hoewel het voorspelde weer er met windkracht 4-5 niet al te optimistisch uitziet, heb ik er goed vertrouwen in dat we wel wat zullen gaan zien. De afgelopen twee weken heb ik namelijk geregeld bruinvissen waargenomen vanaf de pretpier in Scheveningen en de berichten uit de andere kustplaatsen zijn er naar dat er toch redelijk wat bruinvissen onder onze kust te vinden zijn. Eenmaal in de vertrekhal van de Stena Line aangekomen hoef ik niet lang op mijn mede observeerder Esther te wachten. De vorige keer dat ik ging telden we ook al samen. We weten dus goed wat we aan elkaar hebben en we hebben er allebei zin in.

Onder het gebulder van de misthoorn verlaat de Stena Hollandica met veel tumult de haven van Hoek van Holland. Wanneer we de Nieuwe Waterweg uitvaren is het ons al duidelijk dat de zee ruwer zal zijn dan gehoopt. Ondanks dat zie ik in de branding bij het strand van Hoek van Holland het kopje van een zeehond uit het water steken. Wanneer we de strekdam passeren verslechteren de condities snel. Binnen no-time is het windkracht 6, wat voor het observeren van bruinvissen eigenlijk veel te veel is. Gelukkig hangt de brug, waar we vanaf observeren, ongeveer dertig meter boven het wateroppervlak. Deze hoogte helpt bij het zien van dieren in ruw weer. Het is wisselend bewolkt, wat in combinatie met de laagstaande zon voor mooie dramatische luchten zorgt.

 Drie verschillende tinten water tegelijkertijd in hetzelfde zoekveld (foto Ernst Schrijver)

Drie verschillende tinten water tegelijkertijd in hetzelfde zoekveld (foto Ernst Schrijver)

Het kan dan wel mooi zijn, maar het zeeoppervlak fungeert als een enorme spiegel en bevat verschillende tinten en kleuren. Wanneer je op zoek bent naar zeezoogdieren en dus een verandering van het ’patroon’ probeert te vinden, is monotomie en het liefts grijs weer het beste.

Misschien komt het door de lastige lichtomstandigheden, maar het duurt een tijdje voordat het eerste vinnetje van de dag in de kijker valt. Na deze waarneming volgen er nog drie. Na dit korte succes trekt de lucht ineens dicht. Dit maakt het zoeken een stuk makkelijker. Helaas kost het ons ook een hoop daglicht. Om half zes kunnen we al niet meer door de kijker zoeken. Een half uur later moeten we definitief stoppen. Hoewel het nu echt donker is duurt het nog flinke wat tijd voordat we aanmeren. Op weg naar het hostel zijn we het over één ding eens. Het is mooi dat we ondanks de omstandigheden toch 5 dieren hebben gezien, maar we weten beiden dat dit morgen eigenlijk een stuk beter moet kunnen.

Wanneer we de volgende dag op weg zijn naar de boot, lijkt de wind wat rustiger dan gisteren en het is compleet bewolkt. Op de brug van de Stena Britannica aangekomen daarentegen lijkt ons optimisme betreffende de wind iets te voorbarig. De windmeter leest nu al 23 knopen (windkracht 6) en we zijn het zeegat nog niet eens uit. Wanneer we de strekdam passeren neemt de wind zoals verwacht nog meer toe. Toch zijn we nog geen vijf minuten begonnen wanneer de eerste bruinvis wordt gespot. Dit zorgt voor het nodige optimisme. Snel volgen de tweede en de derde waarneming. De vaargeul van de haven van Harwich lijkt een populair gebied en de waarnemingen stapelen zich op. Maar liefst 22 waarnemingen in de eerste twee uur, bestaande uit 28 dieren! Toch hebben zowel Esther als ik het gevoel dat we een hoop dieren missen. We tellen een hoop enkele dieren. Hoewel dit voor bruinvissen zeker niet uitzonderlijk is, hebben we het gevoel dat we een aantal stellen voor één dier aanzien. Bovendien is ondertussen de wind toegenomen tot windkracht 7-8 en is de zee veranderd in een golvende, schuimende massa. Als het windstil was geweest hadden we het pas echt druk gehad. We zien namelijk geen dieren verder dan 400 meter, wat te danken moet zijn aan de weersomstandigheden.

Esther op de uitkijk in Harwich (foto Ernst Schrijver)

Esther op de uitkijk in Harwich (foto Ernst Schrijver)

Na de eerste drukte valt ineens een stille periode aan wanneer we het heldere, diepe deel van onze overtocht bereiken. Bovendien beginnen de golven dusdanig te groeien dat verder zoeken waanzin lijkt. Drie uur zoeken resulteert in één waarneming en de vermoeidheid van het vruchteloos turen begint toe te slaan. Een lunchpauze geeft ons de gelegenheid om onze ogen te laten rusten en ons op te peppen met een bakje koffie. Als de bruinvissen zich houden aan hun gewoontelijke seizoensgebonden distributiepatroon, dan zou de Nederlandse kustregio interessant kunnen worden. Jammerlijk genoeg levert het naderen van de kust niet het aantal gewenste waarnemingen op. Het is pas wanneer we de Tweede Maasvlakte naderen, dat de situatie veranderd. Gelijk aan de Britse kust, begint het nu weer waarnemingen te regenen. Zowel Esther als ik zijn druk aan het schrijven en hebben het gevoel dat we hierdoor weer een aantal waarnemingen missen in dit ‘drukbevolkte’ gebied. Zeven waarnemingen in het laatste half uur voor de kust. Opvallend is dat een hoop dieren worden gezien vlakbij de steenstort van de Tweede Maasvlakte en in de stroomnaad voor de strekdam van Hoek van Holland. Op de valreep wordt er nog één dier gezien vlak voor het strandje waar ik op de heenweg de zeehond scoorde.

Het eindresultaat: 5 bruinvissen op de heenweg en 42 dieren op te terugweg. Een opvallend verschil. Ook zijn er opmerkelijk veel dieren geteld in de kustgebieden. Dit bevestigt de trend dat bruinvissen in de wintermaanden zich dichter onder de kust ophouden.

Beleef het buiten!

Geschreven door: Ernst Schrijver
23 en 24 januari 2013

Hoek van Holland (C) WJStrietman

Hoek van Holland (C) WJStrietman

23 en 24 januari was het weer zo ver. Vol goede moed vertrokken we richting Hoek van Holland voor de maandelijkse Stena Line telling. Op het schip aangekomen aten we eerst nog snel wat in het truckerscafé en toen op naar de brug. Iets voor de geplande afvaarttijd werden de trossen al losgegooid en vertrokken we richting Harwich. Zodra we voorbij de strekdammen varen vallen ons de enorme hoeveelheden zeehonden op die voor het strand heen en weer zwemmen. Het zijn er wel tientallen. Waarschijnlijk dieren uit de Waddenzee die daar door het ijs niet meer konden komen. Voorbij de strekdammen zien we ook de eerste Jan van Gent voorbijvliegen.

Het is vervolgens even wachten, maar na een uurtje spot Ilse drie bruinvissen die door het water spurten. Maar dan wordt het langzaam donker en terwijl de zon naar de horizon toekruipt schijnt hij fel op het water en in ons gezicht. Dit maakt het spotten een stuk lastiger. Tijdens de wintermaanden maakt de snelle donkerte en de zon voor het schip het spotten een stuk lastiger. Rond vijf uur ’s middags wordt het te donker om nog te kunnen waarnemen en begeven wij ons naar de lounge van het schip.

’s Avonds bij aankomst in de haven van Harwich staan we op de brug om te kijken naar het afmeren van het schip. Dit is altijd weer een bijzonder moment waarop het uiterste gevergd wordt van de kapitein en zijn bemanning. Ook deze keer ‘parkeren’ ze het schip weer tot op de centimeter nauwkeurig op zijn plek. Na de bemanning bedankt te hebben voor hun gastvrijheid vertrekken we richting hotel en gaan we snel daarna door naar de plaatselijke pub. Altijd weer een fijn moment om in Engeland een echte pint te pakken.

De volgende ochtend is het weer vroeg uit de veren voor de terugtocht. Aan boord gekomen heet de kapitein en zijn bemanning ons welkom. Het lijkt erop alsof de wind gedurende de nacht iets is toegenomen. En als we wegvaren en de volle zee op draaien zien we de schuimkoppen op het water staan. Niet al te best voor spotten, maar we geven onszelf goede hoop. En die blijkt niet voor niets te zijn. Al vrij snel ontwaren wij een bruinvis, en nog een, en dan ontdekt de bemanning er weer eentje. Het is bijzonder om in dit eerste gedeelte van de reis al zoveel dieren te zien. Normaal gesproken zien we die pas in dieper water.

Ook vele roodkeelduikers vliegen voorbij en zelfs een donkere fase Noordse Stormvogel. De Noordse Stormvogel die we normaal gesproken zien is wit van onderen en grijs van boven. Deze is helemaal grijs. Donkere fase stormvogels komen zo nu en dan in de winter vanuit het Noordpoolgebied naar zuidelijkere wateren.

Gedurende de terugreis naar Hoek van Holland spotten we nog enkele bruinvissen. Totdat we een grote vin zien. Hij snijdt langzaam door het water heen. Meer als een haai dan een bruinvis. Een forse, donkere rugvin ook. Dit moet een dolfijn zijn. Maar welke? Nadat hij onder is gegaan zoeken we overal om hem weer terug te zien, maar tevergeefs. Daarmee kunnen we deze dolfijn niet meer op soort brengen. Bijzonder is het wel.

Terwijl we langs de tweede Maasvlakte varen spotten we de laatste bruinvis van vandaag. Rustig zwemmend in een vlakke zee. Een mooie afsluiting van de trip waarin we 11 bruinvissen en 1 dolfijn hebben genoteerd. Een aardige score voor januari.

Geschreven door: Wouter Jan Strietman

Naar boven