Eindelijk weer waarnemingen (foto Ernst Schrijver)
04
mei
2013

Zeer veel bruinvissen tijdens Stena trip

Tijdens de laatste bruinvis monitoringstrip van Stichting  Rugvin van 4 en 5 mei op de Stena Line veerboten zijn maar liefst 84 bruinvissen waargenomen. Dit is voor deze tijd van het jaar erg veel. het lijkt erop of de bruinvissen nog niet aan hun migratie naar het Noorden zijn begonnen. Dit brengt het totale aantal bruinvissen voor dit jaar op 172.

De meeste dieren werden alleen aangetroffen, soms met twee dieren tegelijk. En het overgrote deel van de waarneming vond plaats aan de Nederlandse kant van de overtocht. Echter één bruinvis werd waargenomen in de haven van Harwich, ook een uitzonderlijk iets.

De omstandigheden waren overigens niet optimaal. De wind was vrij krachtig (Bft 5-6).

Hieronder de blog van deze trip:

4 en 5 mei 2013

Het enorme cruiseschip MSC Magnifica uit Panama in Harwich International (foto Ernst Schrijver)

Het enorme cruiseschip MSC Magnifica uit Panama in Harwich International (foto Ernst Schrijver)

De vlaggen van de hal van Stena wuiven me welkom wanneer ik arriveer in Hoek van Holland. Dit stelt me teleur. Ik had al zo’n voorgevoel dat de wind harder was dan voorspeld. Dit lijkt een stuk meer op windkracht vijf dan de voorspelde windkracht drie. De weerkaatsing van de zon zal in combinatie met de wind ook niet echt positief bijdragen aan de zichtbaarheid van bruinvissen op zee. Niets aan te doen, de boekingen zijn al gemaakt en de voorspellingen voor morgen zijn een stuk beter. Daar maar aan vast houden dus.

Ik ontmoet mijn collega Karin in de vertrekhal en een uurtje later vertrekken we richting Engeland. De wind neemt toe tot een knoop of dertig en de zon verblindt de helft van het zoekgebied op bakboordzijde. Het mag me dan niet bevallen, maar er moet toch geobserveerd worden. Gek genoeg duurt het niet lang voordat de eerste bruinvis wordt waargenomen en er volgen er al snel nog een paar. Wanneer het weer wat ruwer is, lijken bruinvissen een stuk harder uit de golven te schieten. Het opgeklopte schuim wat dit genereert is relatief makkelijk te zien. Wél zijn we er van bewust dat we het in dit weer moeten hebben van dieren die zich binnen een straal van ongeveer 250 tot 300 meter van de boot bevinden. Tot deze afstand kunnen we nog redelijk over de golven heen kijken.

Eindelijk weer waarnemingen (foto Ernst Schrijver)

Eindelijk weer waarnemingen (foto Ernst Schrijver)

De observaties blijven mondjesmaat binnendruppelen, ondanks de toename van de wind tot windkracht zeven-acht. Bij deze omstandigheden is het belangrijk dat er een goede hoek wordt gevonden om parallel tussen de golven door te kijken. Deze techniek levert dan ook een aantal waarnemingen op. Tegen het einde van de tocht begint de wind af te nemen en zorgt een wolkenfront voor verademende schaduw op het water. Hoewel de omstandigheden nu redelijk te noemen zijn, levert het laatste stuk van de tocht maar twee waarnemingen op. Eén daarvan midden in de haven van Harwich. De teller staat op een gezonde dertien bruinvissen, wat voor deze tijd van het jaar geen slechte score is. Toch is het logisch dat we vanwege het weer een groot aantal dieren niet hebben kunnen zien. De weersvoorspellingen voor morgen beloven veel goeds en benieuwd naar morgen besluiten we op tijd naar bed te gaan.

Zondag lijkt het weer wel te willen compenseren voor zijn ongehoorzaamheid van gisteren. Het is bijna windstil wanneer we de haven van Harwich verlaten. Er ligt een enorm cruiseschip aangemeerd voor ons. Een drijvende wereld op zichzelf. De Stena-schepen zijn de grootste veerboten ter wereld, maar voor de eerste keer voel ik me aan boord nietig wanneer we het drijvende monster passeren.

...om er vervolgens doorheen te ploegen (foto Ernst Schrijver).

…om er vervolgens doorheen te ploegen (foto Ernst Schrijver).

Het is vandaag weer zonnig, maar omdat het water zo rustig is zullen we niet veel last hebben van de weerspiegeling. Net buiten de haven volgt de eerste waarneming. Niet van een bruinvis, maar van een groter zeezoogdier: een grijze zeehond. Verder in de vaargeul volgen de eerste paar bruinvissen. De dieren zijn in vergelijking met gisteren veel beter te zien. Nu kan één dier op 700 meter met de verrekijker zonder probleem worden gevolgd. De dieren zwemmen ook een stuk rustiger en blijven soms zelfs als een tak aan het oppervlakte drijven. Dit noemen we “loggen”. Of de dieren nu even uitrusten, of zelfs even zonnen is niet geheel duidelijk, maar het ziet er erg ontspannen uit. Na drie waarnemingen valt het helaas stil. De omstandigheden zijn nog steeds erg goed. De wind valt helemaal weg, het zonnetje staat goed achter ons, maar we zien geen bruinvissen. Ieder pakje, blikje, ballon of ander vuil op het water is wél zichtbaar. Een teken dat we in ieder geval goed aan het kijken zijn. We zijn al bijna halverwege, wanneer de teller nog steeds maar op een handjevol dieren staat.

We komen nu toch echt in de buurt van het gebied waar we gisteren ondanks het slechte weer aardig wat dieren hebben gezien. We weten dat ze daar ergens zijn, maar we moeten ze toch nog vinden. In de verte is nu beweging op en boven het water te zien. Een hoop zeevogels hebben zich verzameld in een strook water op ongeveer 100 kilometer van de Nederlandse kust. De meeste vogels lijken te rusten, maar zo af en toe duikt er een meeuw of Jan van Gent naar beneden, hetgeen aanduidt dat er toch leven in het water te vinden is. Dit vermoeden wordt bevestigd met de waarneming van een bruinvis. De zee is nu op een paar stroomnaden en opwellingen na geheel vlak en de waarnemingen nemen toe. Binnen een half uur zijn er tien bruinvissen geteld. De dichtheid neemt alleen maar toe en binnen no time staan we permanent te schrijven. Wanneer we een waarneming hebben, duikt er daarachter bijna meteen weer een op. Zo komt het drie keer voor dat we binnen een minuut zes tot tien dieren observeren.
De bruinvissen lijken nu wel overal te zijn en de bemanning heeft dit nu ook door. Naast onze eigen waarnemingen begint de bemanning ons nu ook te wijzen op de dieren die zich voor ons bevinden. We hebben het er maar druk mee. Opvallend is dat ook bijna alle dieren tijdens de observaties minimaal één keer loggen. Ook zie ik een aantal dieren actief jagen aan het oppervlakte.

De bruinvissen jagen prooivis naar de oppervlakte waar ze als cowboys de school vissen bijeenhouden door er om heen te zwemmen in kleiner wordende cirkels. Wanneer de vis gecompacteerd is klemgezet aan het oppervlakte ploegt de bruinvis dwars door de bal aasvis heen, waardoor de visjes regelmatig voor de bruinvis uit de lucht in springen. Hier maken de meeuwen weer dierbaar gebruik van. Deze zijn dan ook vaak niet ver te zoeken.

Wanneer er een drieteenmeeuw langs vliegt met een net gevangen vis in zijn snavel, kan ik concluderen dat de bruinvissen (en vogels) in dit gebied zijn aangetrokken door de aanwezigheid van zandaal. Ook ben ik getuige van een zeldzaam Stena-moment. Een bruinvis die net voor de boeg onderduikt, besluit om een seconde of vijftien met de boot op te zwemmen. We varen op dat moment een knoop of twintig, wat toch een goede 35 kilometer per uur is. De bruinvis weet ons redelijk goed bij te houden en zwemt het stuk mee zonder boven water te komen. Jammer genoeg sta ik op dit moment binnen, wat dankzij het dikke glas alleen maar wazige foto’s oplevert. De bruinvis wijkt uit naar links, komt eenmaal boven en verdwijnt uit beeld.

Ondertussen staat de teller voor vandaag al op dik in de zeventig en de waarnemingsformulieren beginnen op te raken. De hoeveelheid waarnemingen en vogels op het water begint gestaag af te nemen. De Tweede Maasvlakte begint nu aan de horizon op te doemen. Hoewel er nog steeds mondjesmaat waarnemingen binnen rollen, hebben we in een klein uur ongeveer zestig waarnemingen van bruinvissen gehad. Dit is een zeer ongewoon hoog aantal voor begin mei. We hebben dan ook een ongewoon koud voorjaar achter de rug. De watertemperatuur is nu ongeveer zeven graden Celsius. Een temperatuur die eigenlijk meer thuis hoort in begin april. Dit kan verklaren waarom we nu in mei de waarnemingen piek tegenkomen die normaal eerder in het jaar thuishoort. Interessant is het zeker. Het laatste stuk levert geen waarnemingen meer op. Het is duidelijk dat de bruinvissen een goede reden hadden om zich zo massaal op te houden in een relatief klein gebied. De teller voor de terugweg is blijven staan op 71 bruinvissen, een ongewoon hoog aantal. Ik ben redelijk zeker dat we dit aantal ook op de heenweg hadden kunnen zien als het weer niet zo funest was geweest.

Het eindresultaat: 13 bruinvissen op de heenweg en 71 dieren op te terugweg. Een opvallend verschil, wat te wijden is aan de ronduit slechte weersomstandigheden op de heenweg. De dieren waren ruwweg ook in hetzelfde stuk van de overtocht aanwezig. Opmerkelijk natuurlijk de ongewoon hoge aantal dieren, wat nog wel eens iets te maken kan hebben met de temperatuur van het zeewater en de achterstand die het marine ecosysteem dus heeft opgelopen door het koude voorjaar. Eén ding is zeker: ik ben erg benieuwd wat juni gaat opleveren.

Beleef het buiten!

Geschreven door: Ernst Schrijver

You are donating to : Stichting Rugvin

How much would you like to donate?
€10 €20 €30
Would you like to make regular donations? I would like to make donation(s)
How many times would you like this to recur? (including this payment) *
Name *
Last Name *
Email *
Phone
Address
Additional Note
paypalstripe
Loading...